Zorgen van Kamer over het vmbo

De Tweede Kamer wil dat demissionair minister Van der Hoeven (Onderwijs) meer maatregelen neemt om het lerarentekort en de grote uitval van leerlingen in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) tegen te gaan. Leerlingen moeten van de Kamer eerder dan nu praktijkvakken krijgen op school, zodat de les aantrekkelijker wordt. Dit bleek gisteren in een debat in de Tweede Kamer. Volgens enkele fracties, waaronder coalitiepartij CDA, is er bovendien meer geld nodig om de achterstanden tegen te gaan. Het vmbo kampt met grote problemen. Het lerarentekort is er hoger dan elders evenals het aantal uitvallers.

Minister Van der Hoeven erkende dat de operatie met `aanloopproblemen' kampt, maar wilde geen nieuwe toezeggingen doen om de leerlingenuittocht tegen te gaan.

De Kamer toonde zich geschrokken over de uitkomst van een internationale vergelijking van de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (Oeso), die deze week verscheen. Uit de studie blijkt dat het aantal mensen dat de school verlaat zonder diploma veel hoger ligt dan in de omringende landen. In Nederland heeft 24 procent van de mannen in de leeftijd van 20-24 jaar geen havo-, vwo- of mbo- diploma gehaald en volgt ook geen opleiding. In België en het Verenigd Koninkrijk liggen die percentages op respectievelijk 16 en 8.

,,Nederland heeft een schrikbarend hoge uitval'', aldus Kamerlid N. Azough (GroenLinks). Volgens U. Lambrechts (D66) is het Nederlandse vmbo-programma ,,te theoretisch en te overladen''.

Minister Van der Hoeven vindt dat de uitval in het vmbo met 30 procent moet worden teruggedrongen.