Portiekwoning heeft haar tijd gehad

Overal in Nederland worden portiekwoningen gesloopt. Waarom eigenlijk? ,,Mensen van verschillende culturen kunnen niet met elkaar in een portiek samenleven.''

Er hangt een bordje in het portiek. Met daarop grote kruisen door kinderwagens, rommel, vuilniszakken en fietsen. Die zijn er dus verboden.

Maar het verbod is aan dovemansoren gericht. Brievenbussen zijn opengebroken. Er staat een kinderwagen onderaan de trap. Muren zijn afgebladderd. De deur naar de berging is geforceerd. Daarachter ligt rommel en hangt een pislucht. Keiharde muziek komt van boven. ,,Dit hebben we dus tweeëneenhalf jaar geleden helemaal opgeknapt'', wijst Frans Zeulevoet van woningcorporatie De Nieuwe Unie zuchtend. ,,En nu is het al weer een enorme zooi.''

De portiekwoning verloedert in Nederland. ,,Overal in de dertig grote steden worden ze door corporaties afgebroken'', zegt Willem van Leeuwen van Aedes, de brancheorganisatie van woningcorporaties. ,,Van Kerkrade tot Leeuwarden zijn ze stevig met de bulldozer bezig.'' ,,De portiekwoning is een product dat zijn langste tijd gehad heeft'', zegt Zeulevoet.

Dat komt omdat ze te klein zijn, en te gehorig. Ze zijn vlak na de oorlog, haastig, gebouwd toen er veel vraag was naar woonruimte. Het is goedkoper te slopen dan op te knappen. Maar er is nog een reden voor sloop. ,,Mensen van verschillende culturen kunnen niet met elkaar in een portiek samenleven'', zegt meneer Tielemans, die 45 jaar in een portiekwoning woonde in de Rotterdamse wijk Pendrecht. Daar moet de helft van de vierduizend portiekwoningen weg. In een portiek worden bewoners op een kleine ruimte samengedrongen. Iedereen komt elkaar op de trap voortdurend tegen. Daardoor is het een snelkookpan van ergernissen. De kleinste aanleiding leidt al tot ,,ordinaire burenruzies'', zegt Zeulevoet. Over vuilniszakken, geluidsoverlast, etensluchtjes en schoenen voor de deur. ,,In een galerijflat heb je dat veel minder, omdat iedereen een eigen entree buiten heeft.''

Niet dat het overal rampspoed is, zegt Frank Wassenberg van onderzoeksinstituut OTB in Delft. ,,Er zijn ook portieken in Nederland waar mensen geen ruzie maken. Maar juist om die sociale problematiek in een portiek te vermijden, nemen bouwers het risico niet meer. Nieuwe portiekwoningen worden niet meer gebouwd.'' ,,Nieuwbouw is zo opgezet, dat je er geheel individueel kunt wonen'', zegt Van Leeuwen van Aedes.

In de jaren vijftig voldeed de portiek nog. Toen had iedereen hetzelfde levensritme. De mannen werkten en de vrouwen zorgden voor de kinderen. De bewoners waren veelal hoger opgeleide arbeiders en lagere ambtenaren. Er heerste saamhorigheidsgevoel, Nederland moest worden opgebouwd. ,,Daar kunnen autochtone ouderen prachtige verhalen over vertellen'', zegt Willem van Leeuwen. ,,Over hoe ze met een pot bier in de ondergaande zon samen op straat de dag doornamen.''

Maar toen in de jaren zestig en zeventig nieuwere buitenwijken in en rond de grote steden werden opgeleverd, trokken de oorspronkelijke bewoners van de portiekflats toch weg. Ze hadden meer te besteden en wilden een tuin. In de portiekwijken kwamen allochtonen wonen, en witte Nederlanders met een lager inkomen of een uitkering. De wijken vielen uit elkaar. [Vervolg PORTIEKWONING: pagina 2]

PORTIEKWONING

'Er zijn hier mensen doodgegaan van ergernis'

[Vervolg van pagina 1] Met de Groningers, Friezen en Drenten die in de jaren zestig `nieuw' waren in de Rotterdamse wijk Pendrecht waren nooit problemen, zegt meneer Tielemans. ,,Ja, ik hoorde wel eens wat klagen over was die te lang buiten hing, maar dat was het wel.'' De problemen die de `nieuwe' bewoners meenamen waren van een andere orde. Buren spraken elkaars taal niet. Leidden compleet verschillende levens. De nieuwelingen kenden bovendien de `regels' van de portiek niet: samen schoonmaken en rekening houden met elkaar. En ze waren niet met de wijk `opgegroeid', zoals de oorspronkelijke bewoners. ,,De integratie is volkomen mislukt'', analyseert Tielemans. ,,Er zijn hier echt mensen doodgegaan van ergernis.''

Tegenwoordig liggen er tegels in Pendrecht, waar vroeger bloemperkjes door de bewoners werden onderhouden. Maar niet alle problemen zijn te asfalteren. Burenruzies moeten worden gesust, in het ergste geval worden bewoners uitgeplaatst. ,,Woningcorporaties zijn in portiekwoningen veel meer dan gemiddeld bezig met bemiddeling tussen bewoners'', zegt Willem van Leeuwen van Aedes, de brancheorganisatie van woningcorporaties.

In koop-portiekwoningen valt het nog mee, zegt Frans Zeulevoet van De Nieuwe Unie. Daar onderhouden de eigenaren hun woning beter omdat er een financieel belang meespeelt. ,,In de huursector beschouwen bewoners alleen hun huis als privé-ruimte'', zegt Zeulevoet. ,,Het portiek is openbaar, dus niks mee te maken. Tegenwoordig moeten wij de schoonmaak en de groenvoorziening organiseren. Ook uit eigenbelang. Anders raken we onze koopwoningen hier niet meer kwijt.''

Naoorlogse wijken als Pendrecht stonden indertijd bekend als het schoolvoorbeeld van het nieuwe bouwen. Bussen met buitenlandse bezoekers kwamen er de eerste twintig jaar op af. Die erfenis lijkt vergeten. Hele straten van portieken gaan tegen de vlakte. In plaats daarvan komen flats met liften en eengezinswoningen, schetst Frank Wassenberg van onderzoeksinstituut OTB. In Pendrecht bijvoorbeeld moet van de vierduizend portiekwoningen de helft verdwijnen. De portiekwijken moeten opnieuw wijken worden voor de betere arbeiders, de lagere middenklasse, ,,eigenlijk net als 45 jaar geleden'', zegt Wassenberg. Pikant detail is dat door de huidige krapte op de woningmarkt – er wordt te weinig gesloopt en gebouwd – er veel vraag is naar de alom verguisde portiekwoning.

Meneer Tielemans vindt het niet erg dat de portiekwoning uitsterft. ,,Met portiekwoningen zul je altijd problemen houden. Dat moet je niet in stand willen houden.'' Wel heeft hij soms heimwee. Zijn nieuwe serviceflat verderop in Pendrecht is mooi, hoor. ,,Maar ik mis dingen. Onze twee katers heb ik dertig keer uit ons oude huis moeten halen. Dan liepen ze daar te schreeuwen. Dat geldt ook een beetje voor onszelf. Ik fiets er nog wel eens langs. Het blijft toch de straat waar je gewoond hebt. Waar je kinderen opgegroeid zijn. Dat gaat zomaar niet over.''

    • Japke-d. Bouma