Israël gaat zware tijden tegemoet

De onmogelijke idylle tussen Likud en de Arbeidspartij is gesneuveld op partijpolitiek. De gevolgen kunnen ernstig zijn.

Met op de achtergrond de Palestijnse kwestie en de kostbare nederzettingenpolitiek is Israëls regering van nationale eenheid gisteren over een interne machtsstrijd in de Arbeidspartij uiteen gevallen.

Benjamin Ben-Eliezer zou er niet over gepiekerd hebben in zijn rol als leider van de Arbeidspartij het prestigieuze ministerie van Defensie op te geven indien zijn leiderschap van zijn partij niet door twee sterke uitdagers, Amram Mitzna en Haim Ramon, zou worden bedreigd. Over drie weken beslist het centrale comité van de Arbeidspartij daarover. Nu hij leiderschap heeft getoond en opkomt voor de armen die door de miljarden euro's verslindende nederzettingenpolitiek nog armer worden wegens bezuinigingen op de sociale paragrafen in de begroting, acht hij zijn kansen groter om zijn uitdagers van zich af te kunnen schudden. Tot gisteren lag Ben Eliezer in de interne opiniepeilingen op dit tweetal achter.

Deze politieke pijn heeft het einde van de regering van nationale eenheid tussen Ariel Sharons Likud en de Arbeidspartij bezegeld. Opnieuw is gebleken dat regeringen in Israël niet over grote nationale kwesties maar over triviale zaken vallen. De gevolgen voor Israël, de brandende Palestijnse kwestie en de regio zijn er niet minder dramatisch om. Daarom is er wel sprake van een politieke aardbeving in het joodse land op het moment dat de VS een oorlog tegen Irak in de zin hebben en de Palestijnse intifadah Israël laat bloeden en verarmt.

Indirect is de intifadah de oorzaak van het einde van de in wezen om ideologische redenen onmogelijke idylle tussen Likud en de Arbeidspartij. De gewapende Palestijnse opstand heeft, afgezien van het oplopende dodental, de Israëlische economie zwaar gewond. Economen schatten de totale directe en indirecte schade tussen zes en tien miljard euro. Dit verlies, dat door het effect van de economische teruggang in de wereld extra hard aankomt, heeft de werkloosheid en daarvan afgeleide armoede snel opgedreven. Zo snel dat Ben Eliezer gisteren in het parlement zei dat het onaanvaardbaar is dat kinderen honger lijden terwijl enorme bedragen via allerlei openlijke en sluipwegen in de begroting voor 2003 naar de kolonisten worden gesluisd. Een parlementariër heeft berekend dat het om een half miljard euro gaat.

Ben Eliezer eiste dat Sharon aan de ongelijke verdeling van de nationale koek in het voordeel van de kolonisten een einde maakte. Sharon, de vader van de sluipende annexatie van de Westelijke Jordaanoever, verloochende zijn diepste instincten niet en zei ,,nee''.

Zonder de Arbeidspartij, die hem met de socialist en Nobelprijswinnaar voor de vrede Shimon Peres op Buitenlandse Zaken een vorm van internationale legitimiteit gaf, staat Sharon nu voor de keus met enkele uiterst rechtse partijen een regering op smalle basis te vormen of op vervroegde algemene verkiezingen aan te sturen. Misschien al over drie maanden.

De eerste aanwijzingen duiden er vandaag op dat Sharon mikt op de vorming van een extreem-rechtse regering met de oud-chefstaf Shaul Mofaz op defensie en de partij van Avigdor Lieberman, die uitzetting van de Palestijnen voorstaat, erin. Het op sterven na dode vredesproces krijgt onder deze omstandigheden het laatste zetje. Tenzij Sharon onder Amerikaanse druk terugdeinst voor extreme acties tegen de Palestijnen gaan de Palestijnen met zo'n anti-Palestijnse regering aan de macht in Jeruzalem zware tijden tegemoet. Peres zei in de regering te zitten om Sharon te matigen en om alsnog pogingen te doen het vredesproces verder te trekken. Zonder de socialisten staat alleen de internationale opinie een avontuurlijke anti-Palestijnse politiek in de weg. Met de socialisten in de regering zeiden de Palestijnen overigens weinig van de matigende invloed van Peres en de zijnen op Sharon te merken.

Hoewel de begroting gisteren in eerste lezing door het parlement werd aangenomen – de Arbeidspartij stemde tegen – gaat de Israëlische economie zware tijden tegemoet temeer daar een onvermijdelijk groeiend internationaal isolement nog meer investeerders zal afschrikken. Misschien zal de nawerking van een Amerikaanse oorlog tegen Irak de kaarten in het Midden-Oosten dermate stevig door elkaar schudden dat Israël, wie er ook regeert, onder zware Amerikaanse en internationale druk, zich zal moeten neerleggen bij de stichting van een Palestijnse staat.

De sleutel van deze uitweg ligt niet alleen in het Midden-Oosten maar ook in de Amerikaanse binnenlandse politiek waar nu de pro-Israëlische (Sharon)-lobby een gouden tijd beleeft.