Herstel vertrouwen is grootste uitdaging Brazilië

De financiële markten in Brazilië trokken de afgelopen dagen flink aan, na de verkiezing van Lula da Silva als president. Maar de crisis is nog lang niet over.

Verbazingwekkend soepel haalde de centrale bank van Brazilië gisteravond het equivalent van 1,1 miljard dollar aan beleggingen op, op de lokale financiële markt. Dinsdag lukte het ook al om ruim 950 miljoen op te halen. De geslaagde acties zorgden voor een vonkje financieel optimisme over Brazilië, na de verkiezing van de vakbondsactivist Lula da Silva tot president afgelopen zondag.

Dat de centrale bank er in slaagde ruim 2 miljard dollar op te halen, is van groot belang. Morgen zou, zoals regelmatig gebeurt, een kortlopende lening van de Braziliaanse overheid aflopen. Normaal wordt dat bedrag, in dit geval 1,8 miljard dollar, meteen weer teruggeleend – een zogenaamde roll over. Maar vorige week nog was de angst voor een acute financiële crisis zo groot, dat de centrale bank, die dit soort schuldoperaties voor de overheid regelt op de financiële markten, er niet in slaagde een cent uit de markt te halen.

Vandaar de opluchting. De staatsschuld is – nog – te financieren en dat was goed nieuws. De Bovespa-aandelenindex sloot 4,8 procent hoger. De koers van de Braziliaanse munt, de real, klom van 3,82 per dollar naar 3,71 per dollar. En de koersen van langlopende Brazliaanse obligaties stegen zo hard, dat de efectieve rente daarop met 1,6 procentpunt daalde.

Is dit het teken dat de meest acute fase van de Braziliaanse crisis achter de rug is? Dat niet. Binnen- en buitenlandse beleggers zijn op zijn hoogst gerustgesteld dat de verkiezing van Lula niet het financiële armageddon is geworden dat een maand geleden nog werd gevreesd.

Maar de Braziliaanse problemen zijn nog lang niet over. De real is nog steeds een kleine veertig procent lager dan afgelopen april, aan de vooravond van Lula's onverwacht succesvolle presidentiële race. De aandelenkoersen staan nog steeds een derde lager dan toen. De `spread' het verschil in rente dat de Brazilianen betalen op hun overheidsobligaties ten opzichte van rotsvaste overheidsobligaties van de Verenigde Staten, is nog steeds 18 procent. De gemiddelde spread voor obligaties van alle opkomende landen was vanmorgen de helft lager dan die van Brazilië. En de Braziliaanse centrale bank houdt zijn kortlopende rente nog steeds extreem hoog, op een verstikkende 21 procent om de real te steunen.

Zo bezien is het herstel dat nu optreedt eerder een correctie op de extreem lage waarden van aandelen, obligaties en munt twee weken geleden, toen Lula tijdens de eerste ronde van de presidentsverkiezing al op een eindzege leek af te stevenen. De echte test moet nog komen.

Toen begin dit jaar de financiële crisis in Argentinië alsnog oversloeg naar Brazilië, werd de basis gelegd voor een inmiddels uit eerdere crisis bekende negatieve spiraal. De real kwam onder druk, en moest worden verdedigd met een hoge rente. Die hoge rente zorgde er voor dat aflossing en rentebetalingen op de staatsschuld, die in zes jaar tijd is verdubbeld tot 58 procent van het bruto binnenlands product, het hardnekkige tekort op de overheidsbegroting enkel zouden vergroten. Met dat vooruitzicht nam het wantrouwen toe in het vermogen van Brazilië om aan zijn verplichtingen te voldoen. Hetgeen weer leidde tot een zwakkere munt en een hogere rente. De opkomst van Lula, niet direct de lieveling van de financiële markten, verergerde de spiraal alleen maar.

Het Internationale Monetaire Fonds (IMF) sprong afgelopen september bij met een kredietlijn van 30,4 miljard dollar. Maar de voorwaarden zijn strikt. De belangrijkste eis is een primair begrotingsoverschot (vóór rentebetalingen) van 3,75 procent dit jaar, en 3,88 procent volgend jaar. van de kredietlijn ontving Brazilië meteen 3 miljard dollar. De tweede van tranche van nogmaals 3 miljard dollar volgt nog in de loop van dit jaar, als het IMF tevreden is met het Braziliaanse beleid. Volgend jaar volgt de resterende bulk van zo'n 24 miljard dollar van de IMF lening, in vier porties. Ook voordat deze nieuwe tranche wordt overgemaakt, kijkt het IMF of de Braziliaanse autoriteiten zich aan de voorgeschreven kuur houden.

Zo wordt de discipline met een wortel en een stok afgedwongen. Van Lula's beleid hangt dus alles af. Morgen maakt hij zijn overgangsteam tot januari bekend, waaronder de toekomstige centralebankpresident en minister van Financiën. Op de financiële markten zal goed worden opgelet hoeveel `marktvriendelijke' leden dat team krijgt.

Het lastigste wordt het financiële beleid. Het primaire overschot van een kleine vier procent op de begroting wordt in de praktijk op dit moment als een absolute minimumvoorwaarde beschouwd. Graag ziet de buitenwereld een veel groter primair overschot. Maar het is de vraag in hoeverre dat zich verdraagt met de sociale beloften waarmee de `president van het volk' zijn verkiezing binnenhaalde. Evenals in Argentinië vorig jaar, moet de centrale overheid bovendien zijn strakke begrotingsbeleid op weten te leggen aan de relatief autonome provincies.

Vertrouwen is het sleutelwoord. Weet Lula de overtuiging te wekken dat het allemaal goed komt, dan kan de rente dalen, de munt aansterken, en lossen de begrotingsproblemen zichzelf voor een deel op. De spiraal gaat dan even hard naar boven als hij dit jaar naar beneden ging. Zo ver is het, ondanks het veelbelovende marktherstel van deze week, nog lang niet. Met name in november en december moet er een bulk aan staatschuld worden doorgerold. Ook als Lula's team morgen in de smaak blijkt te vallen, zal het nog maanden op eieren moeten lopen.

    • Maarten Schinkel