Een bankenplan `zonder geraamte'

De aanpak van de `slechte leningen' van de Japanse banken maakt duidelijk hoe moeizaam Japan met dergelijke problemen omgaat. Duidelijk is echter wel dat de belastingbetaler de rekening gaat betalen.

Het gisteren bekendgemaakte, afgezwakte plan voor aanpak van de `slechte leningen' bij de banken toont aan dat Japan, ondanks de treurnis in de economie, meer politieke dan economische problemen heeft. ,,Koizumi en Takenaka hebben toegegeven aan de druk'', stelt Richard Jerram, econoom van ING Barings.

Premier Junichiro Koizumi benoemde een maand geleden hoogleraar economie Heizo Takenaka tot hoofd van het Agentschap voor Financiële Dienstverlening (FSA) met de opdracht om binnen een maand met een plan te komen. Vorige week zou Takenaka een interim-rapport publiceren, maar een revolte binnen de regerende Liberaal Democratische Partij van Koizumi hield dit tegen. Koizumi gaf Takenaka opdracht de leiders binnen de LDP te raadplegen en het resultaat is een plan dat door velen is geduid als een plan ,,zonder geraamte''.

Takenaka zelf sprak vandaag van ,,vijf overwinningen en een gelijkspel'' op de kernkwesties die hij aan de orde stelde. Maar als zijn resultaat werkelijk zo goed was, dan is het de vraag waarom LDP en banken zo fel in verzet kwamen, terwijl ze wel hebben ingestemd met het eindvoorstel. ,,Takenaka's eigenlijke intentie was een nationalisering van de banken, verandering van management en gezondmaking via een kapitaalinjectie. Het was een samenzwering'', zegt bankanalist Hironari Nozaki van zakenbank HSBC. En op dat punt heeft Takenaka een grote nederlaag geleden.

Takenaka wilde dit bereiken door strengere criteria voor het gebruiken van de zogeheten deferred tax assets _ teveel betaalde belasting die de overheid in de toekomst zal terugbetalen _ bij de vaststelling van het eigen kapitaal van de banken. Dit `verwachte geld' zou momenteel zo'n veertig procent van het eigen kapitaal uitmaken, terwijl Takenaka dit wilde beperken tot 10 procent. Het resultaat zou zijn geweest dat de banken een tekort aan eigen kapitaal zouden hebben en de overheid zou kunnen ingrijpen, zoals geschetst door analist Nozaki, die overigens meent dat zo'n plotselinge verandering van de regels slechts als ,,onrechtvaardig'' kan worden aangeduid.

In plaats van een direct ingrijpen bij de banken en een kapitaalinjectie ,,door de voordeur'', zoals het wel wordt aangeduid, kiest de regering voor een ,,injectie door de achterdeur''. Dat wil zeggen dat de overheid voor zachte prijzen de `slechte leningen' overneemt en zo de kosten alsnog op de belastingbetaler afwentelt, zonder dat bankiers verantwoordelijkheid hoeven te nemen voor hun falen. Tevens bevatten de nieuwe plannen de oprichting van een nieuw `fonds voor industrie herstel' dat zich gaat ontfermen over bedrijven die nog levensvatbaar worden geacht. Probleem is ook hier echter een ,,mogelijk misbruik door politici'', zegt Nozaki, waarbij opnieuw ,,de belastingbetaler waarschijnlijk de rekening kan betalen''. Politici kunnen het fonds onder druk zetten om bepaalde bedrijven te redden. Gezien de Japanse politiek-economische constellatie is het zeker dat dit gaat gebeuren.

Het resultaat is dat dit plan ,,in de prullenbak kan'', aldus Jerram van ING Barings. Uiteindelijk zal Japan ,,zwakke bedrijven failliet moeten laten gaan, maar dat zal voorlopig niet gebeuren'', zegt Jerram, ,,vertraging verhoogt alleen maar de kosten, zoals al een decennium het geval is.''

Voor werkelijke gezondmaking van de banken, zegt Nozaki, is nodig ,,dat mensen van buiten het management van de banken overnemen, mensen die niet verstrikt zijn in een web van relaties, mensen als Carlos Ghosn.'' Ghosn is door Renault bij Nissan geparachuteerd en heeft het Japanse concern na een grote schoonmaak weer winstgevend heeft gemaakt.

Daarmee keert het probleem terug naar de politiek, want onder de huidige LDP-regering is het onmogelijk dat het bankmanagement zich los kan maken uit het ,,web van relaties'' waarover Nozaki spreekt. Bankmanagement en LDP zijn het `web van relaties'. En de vraag is welke krachten daar verder bij horen. Zo vermoordde een rechts-extremist afgelopen vrijdag, de dag dat de banken hun verzet tegen Takenaka publiek maakten, oppositiepoliticus Koki Ishii, die bekend stond om zijn onderzoek naar corruptie in bedrijfsleven en politiek. De moord duikt nu ook op in analyses van economisch beleid, waarbij de grote vraag is of het moet worden gezien als intimidatie van mensen die proberen de status quo te wijzigen.