Crisis in Israël

Dat kon er ook nog wel bij: een politieke crisis in het door aanslagen, oorlog en economisch verval geteisterde Israël. De Arbeidspartij is gisteren uit premier Sharons kabinet van nationale eenheid gestapt. Partijleider en minister van Defensie Benjamin Ben-Eliezer zag in de financiering van nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden een aanleiding om te breken. Het lijkt principieel, maar Ben-Eliezer zal goed hebben geluisterd naar een morrende achterban bij wie hij aan populariteit verloor. Opportunisme en de wil om als politiek leider te overleven hebben zeker een rol gespeeld bij zijn besluit. Door het vertrek van de Arbeidspartij kan Sharons coalitie nog slechts rekenen op steun van 55 van de 120 leden van de Knesset.

Het klinkt zo mooi: een `kabinet van nationale eenheid'. Maar net als in andere landen blijkt ook in Israël zo'n `grote coalitie' niet te werken. Het smoort het politieke debat, het verdoezelt de tegenstellingen en het knevelt op termijn de democratie als de twee politieke hoofdstromingen in een land hun heil bij elkaar zoeken. Tegenover de partij van Sharon, Likud, hoort een zich duidelijk profilerende Arbeidspartij te staan; van `eenheid' kan en mag in feite geen sprake zijn. De kiezer moet iets te kiezen hebben.

Meer dan ooit in Israël is daaraan behoefte. Het land is door de oorlog tegen de Palestijnen in ernstige financiële problemen geraakt. Sharons dure nederzettingenpolitiek heeft daar nog het nodige aan toegevoegd. Welvaart, vrede en veiligheid – de Israëliërs verlangen ernaar en tegelijkertijd verdwijnt deze drie-eenheid steeds verder achter de horizon. Hetzelfde geldt trouwens voor de Palestijnen, die bij gebrek aan democratie veel minder te kiezen hebben. Voor Israël komt het uiteindelijk aan op de keuze voor of tegen de nederzettingenpolitiek; voor of tegen een Palestijnse staat.

Voorlopig is daarvan geen sprake. De kans is groot dat de bij zijn volk populaire Sharon geen verkiezingen uitschrijft, maar zal trachten het land te regeren met extreem-rechtse en ultrareligieuze partijen. Dit is van betekenis voor de Amerikaanse bemoeienis bij het zoeken naar een oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict. Een onvervalst rechts-religieuze coalitie zal een nòg hardere confrontatie met de Palestijnen zoeken. Dat laatste kan weer van invloed zijn op de Amerikaanse plannen een aanval op Irak te lanceren. Zo bezien wordt Washington door de recente Israëlische politieke ontwikkelingen alleen maar in de wielen gereden.

Israël gaat andermaal een periode van politieke instabiliteit tegemoet. Een spoedig einde aan de oorlog wordt niet voorzien; de economie ontwikkelt zich rampzalig. Toch hoeft niemand rouwig te zijn om het vertrek van de Arbeidspartij uit dit gedoemde `eenheidskabinet'. Het dwingt tot heldere politieke stellingname. Met name de financiële staat van het land kan daarbij belangrijker blijken dan tot voor kort voor mogelijk werd gehouden.