Zó wilden GPV'ers het ook niet

Het `afserveren' van Kars Veling als lijsttrekker van de ChristenUnie heeft in de partij veel kwaad bloed gezet, met name bij GPV'ers.

,,Met lede ogen zien wij het aan'', zegt Melis van de Groep, wethouder namens de ChristenUnie in Bunschoten-Spakenburg. De manier waarop het partijbestuur van de ChristenUnie Kars Veling, landelijk lijsttrekker bij de jongste Kamerverkiezingen en in naam nog steeds fractievoorzitter, behandelt, heeft in de plaatselijke CU-kiesvereniging tot grote onrust geleid.

En niet alleen daar; ook in andere grote kiesverenigingen van de ChristenUnie (Veenendaal, Groningen) groeit het ongenoegen over de manier waarop de ChristenUnie, een samengaan van Gereformeerde Politiek Verbond (GPV) en Reformatorisch Politieke Federatie (RPF), op landelijk niveau gestalte krijgt.

Dat het partijbestuur de uit het GPV afkomstige Veling eerder deze maand had gezegd dat hij in januari geen lijsttrekker meer mocht zijn, terwijl hij oververmoeid met ziekteverlof was, had al veel verontwaardiging gewekt. De kiesvereniging van de CU in Bunschoten-Spakenburg (400 leden, van wie 300 uit het GPV en 100 uit de RPF) belegde een extra ledenvergadering, waarop een gepeperde motie voor het Unie-congres van 9 november werd opgesteld. Het optreden van het partijbestuur wordt daarin streng veroordeeld.

Dat Veling er gisteren nu ook nog toe gebracht is, tegen zijn aanvankelijke bedoelingen in, af te zien van zijn huidige Kamerlidmaatschap én een plaats op de nieuwe kandidatenlijst, doet de sfeer volgens Van de Groep geen goed. Zelf voormalig hoofd van het GPV-partijbureau, is hij altijd een warm voorstander geweest van het samengaan met de RPF, zegt hij. Die samenwerking verloopt op plaatselijk niveau voorspoedig: zo vormen de GPV'ers en de RPF'ers van Bunschoten-Spakenburg thans één raadsfractie. Het optreden van het landelijk bestuur brengt een voortgang van de fusie van beide partijen, die volgend jaar zou moeten worden afgerond, in gevaar, meent Van de Groep. Nog heeft hij zijn eigen kiesvereniging ervan weten te weerhouden het `tijdpad' voor de definitieve opheffing van het GPV ter discussie te stellen.

De moeilijkheden in de Kamerfractie van de ChristenUnie vinden hun oorsprong in de verkiezingsnederlaag van 15 mei. Voor het eerst deden GPV en RPF met één lijst mee, maar de verwachte electorale meerwaarde van dit samengaan bleef uit: de ChristenUnie zakte van vijf naar vier zetels. Bovendien kwam door voorkeurstemmen een vrouwelijke kandidaat, Tineke Huizinga (RPF), in de Kamer zodat de tweede GPV'er op de lijst, het alom gerespecteerde Kamerlid Eimert van Middelkoop, buiten de boot viel. Met het vertrek van Veling verdween op 11 september de laatste GPV'er, na interne verwikkelingen in de fractie waarover betrokkenen zwijgen.

De facto is het GPV in het parlement dus niet meer vertegenwoordigd. Dat was niet de inzet van de fusie, merken de vele GPV'ers op, die zich dezer dagen roeren op plaatselijke ledenvergaderingen, discussiefora op Internet en in de kolommen van het Nederlands Dagblad. Er vallen harde woorden over het bestuursoptreden tegen Veling: regentenmentaliteit, afserveren, onchristelijk.

,,Over de behandeling van Veling zullen we op het congres een pittige discussie hebben'', kondigt Van de Groep aan. Dat Veling nog in de politiek terug zou kunnen komen, gelooft hij niet. Belangrijker acht de wethouder dat het bestuur op 9 november een kandidatenlijst voor de Kamerverkiezingen presenteert ,,waarop alle schakeringen van de achterban herkenbaar aanwezig zijn''. Dat wil zeggen dat er nu, in tegenstelling tot de vorige maal, om en om RPF'ers en GPV'ers op moeten staan.

Alleen dan, meent Van de Groep, is er toekomst voor het samengaan van het GPV, dat vooral leden telt uit de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken, en de RPF, die zijn achterban uit verschillende gereformeerde milieus betrekt en ook uit wat `wereldser' evangelisch christenen. ,,We hebben bij de oprichting van de ChristenUnie gezegd dat deze het beste uit beide partijen zou verenigen'', zegt Van de Groep. ,,De principiële stellingname en de reputatie van het GPV op het gebied van het politieke handwerk, naast de bevlogenheid van veel RPF'ers. Moge de kandidatenlijst een nieuw begin zijn''.

    • Raymond van den Boogaard