Zelfbezetting

Voor iemand die er verstand van heeft, blijkt het niet zo moeilijk te zijn per computer andermans bankrekening leeg te halen. Niet zo verwonderlijk. Iedere technische vooruitgang, ieder nieuw stuk gereedschap brengt nu eenmaal een nieuw soort misdaad met zich mee. Denk aan Age M, de meesterkraker, die de sterkste brandkast met zijn thermische lans wist te bedwingen. Het is af te keuren maar het blijft overzichtelijk. Dieven en inbrekers zijn op uw bezit uit. Nu werd mijn computer via een e-mail geïnfecteerd met een virus. De afzender, de virusdrager, was zich van geen kwaad bewust geweest. Het was niet ernstig en het was mijn eigen schuld. Ik had al maanden mijn virus-scanner niet laten bijwerken. Als de inbreker iets van mijn harde schijf heeft gestolen, mag hij het houden. Daar gaat het niet om. Toen ik merkte dat het gereedschap besmet was, maakte moordlust zich van mij meester. Wat was het belang van degene die dit virus had ontworpen, waarom zou hij er wat voor soort plezier in hebben, het werk van misschien wel tienduizenden onbekenden in de war te sturen, zonder dat hij zelfs de voldoening zou hebben van de aanblik van zijn vernietigingslust? Zoals dat gaat na diefstal of inbraak, je krijgt er behoefte aan de smeerlap te zien, naar zijn motieven te vragen, om hem daarna misschien nog een ministeriële rotschop te geven. Maar eerst zou ik willen weten, welke betekenis zo iemand aan al die inspanning hecht, welke zin hij eraan geeft.

De bijlage van The Economist is deze week gewijd aan `digitale zekerheid'. Geen lectuur waar je van opknapt. Een van de grote vergissingen die wij, leken, maken, is dat we, verschanst achter de laatste snufjes van digitaal vernuft, ons veilig kunnen voelen. Dat is een vergissing. Veilig als de Fransen achter de Maginot Linie. Niet in de eerste plaats het duivels genie van de anonieme vijand veroorzaakt de onveiligheid. We zijn het zelf. Trouwhartig onthullen we het geheim van ons wachtwoord aan een toevallige vervanger, we laten onze laptop stelen, letten niet goed op de collega's die een wrok koesteren, leggen elektronische verbindingen met onbetrouwbare klanten, enz. De boodschap van het Britse weekblad is, dat de defensie in ons eigen hoofd lek is. Dat is het eerste probleem. Maar daarmee is mijn vraag nog niet beantwoord. Wat bezielt die mensen.

Toevallig of niet, afgelopen maandag bracht de International Herald Tribune een pagina met doemlectuur over de nieuwe gevaren van de draadloze communicatie via internet. De opsomming van mogelijke lekkages en andere ontsporingen is goed voor tien rampenfilms. En ook hier wordt, langs een andere weg, dezelfde conclusie bereikt: we zijn achteloos en naïef en het mankeert ons aan verbeeldingskracht. Dat wil zeggen, we zijn niet in staat ons in het brein van de kwaadwilligen te verplaatsen. Het zou een compliment moeten zijn, maar het is een tekortkoming.

Intussen zijn de sluipschutters van Washington gepakt. Aan nabeschouwingen geen gebrek. Wilde John Allen Muhammed alleen die tien miljoen dollar hebben? Was hij alleen een gewetenloze afperser? Hij zou ook met Al-Qaeda hebben `gesympathiseerd', hij zou ook `kwaad zijn op Amerika' en bovendien persoonlijke problemen hebben. Het is nu proefondervindelijk bewezen, dat er mensen zijn die daarvoor genezing zoeken door uit een speciaal daarvoor ingerichte kofferbak onschuldigen neer te schieten. Is zo iemand een krankzinnige moordenaar of ook een terrorist? In ieder geval iemand die erin slaagt met de geringste middelen de hoofdstad van de hypermacht in paniek te brengen.

Timothy McVeigh was van mening dat het met Amerika de verkeerde kant op ging onder meer de Verenigde Naties kregen te veel te vertellen – en hij blies het regeringsgebouw in Oklahoma op. Theodore Kaczynski, de Unabomber heeft met zijn bombrieven 17 jaar terreur uitgeoefend, bij wijze van protest tegen een `in techniek doorgeschoten samenleving', die volgens hem van haar `ware aard' vervreemd was. Een van zijn slachtoffers, David Gelernter, heeft er een lezenswaardig boek over geschreven waarin hij probeert de schuldvraag te beantwoorden, Drawing Live, surviving the Unabomber. Het is de moderne cultuur, zegt hij, met zijn overmaat aan tolerantie en publiciteit waarin de man als een `krankzinnig genie' zijn `eer' wordt gegeven.

Is die verklaring ook van toepassing op de schutters van Colombine Highschool en Erfurt die het vuur openden op hun medeleerlingen, en de ontevreden kantoorbedienden die hetzelfde deden in hun werklokaal, op hun collega's? Deze week heeft een man op de universiteit van Tucson, Arizona, drie willekeurige mensen en zichzelf doodgeschoten. Hoe verklaren we dit `zinloos geweld', waarvan ook in eigen land sprake is en dat trouwens niet uit de jaren negentig dateert, maar al veel eerder doden en gewonden veroorzaakte, toen er nog geen stille tochten werden gehouden? Wat voor tot in het gigantische opgeblazen ego moet je hebben om, in boze miskenning en verongelijktheid mensen dood te maken?

Het westen verdedigt zich tegen Al-Qaeda, straks misschien met een preventieve aanval ook tegen Saddam Hussein, hoewel we het daarover nog niet eens zijn. Intussen hebben we dag in dag uit de handen vol om ons tegen de aanvallers binnen de grenzen te verdedigen, niet de gewone dieven en inbrekers maar sluipschutters, virusmakers, messentrekkers, ongeneselijk boze burgers met een machinepistool. We installeren steeds beter virusscanners, meer videocamera's, moeten identiteitspapieren dragen, ons preventief laten fouilleren, willen ons strafrecht herzien, werkkampen inrichten. We zijn bezig onszelf te bezetten. Helpt het of is het symptoombestrijding? Ik denk het laatste, hoewel ik het spijt me zeer ook niet weet wat de bron is van de verscholen razernij die telkens weer haar verrassingsaanval op het dagelijks leven opent.

    • H.J.A. Hofland