`Romeo en Julia' lijdt onder vele dansers in hoofdrollen

Bij toneel en opera komt het zelden voor dat de belangrijkste rollen in een reeks voorstellingen door verschillende personen worden uitgevoerd. Zelfs bij langlopende musicals zijn er niet meer dan twee of drie vertolkers voor de sterrollen. Bij ballet is het echter normaal dat in de grote avondvullende balletten meerdere dansers worden ingezet. Maar met Rudi van Dantzigs Romeo en Julia maakt het Nationale Ballet het toch wel heel bond.

Voor de veertien voorstellingen zijn er zeven verschillende koppels aangewezen voor de felbegeerde hoofdrollen. Onder die zeven zijn er drie die de zware rollen voor het eerst uitvoeren. Een volstrekt onzinnig idee, want hetr maakt een persoonlijke en uitgewerkte interpretatie van Shakespeare's liefdesdrama onmogelijk. Zeven verschillende casts veroorzaken al een nijpend gebrek aan voorbereidingstijd en de twee voorstellingen die ieder koppel krijgt toebedeeld zijn volstrekt ontoereikend om tot iets van groei te kunnen komen.

Vooropgesteld zij dat de drie koppels Igone de Jongh/Raphaël Coumes-Marquet, Kumiko Hayakawa/Jahn Magnus Johansen en Yumiko Takeshima/Frederico Bonelli allen technisch en fysiek gezien zeer goed uitgeruste dansers zijn. Danstechnisch is alles dan ook dik in orde. Alledrie de Julia's zijn gracieus, hebben prachtige zuivere lijnen, een verfijnde lichtvoetigheid en een moeiteloos uitziende draaitechniek. En de drie Romeo's, hoewel zeer verschillend van bouw en lengte weten ook uitstekend hun technische kwaliteiten zichtbaar te maken. Het is duidelijk dat de zes nieuwelingen zich met hart en ziel in het drama storten, maar het is ook duidelijk dat ze aan een genuanceerde vertolking nog niet toe zijn gekomen en dat de timing van dansfrases en mimescènes vaak precisie mist.

Bij de drie Julia's zie je een potentie om tot een eigenheid te komen. Niet alleen in de meer mimische scènes maar juist ook in de dynamiek en expressiviteit van de pure dansdelen. En ook bij de Romeo's – veel minder uitgewerkte rol – voel je dat er meer persoonlijke inbreng in zit dan er nu uitkomt, en dat er nog te vaak en teveel toevlucht wordt gezocht in het grote gebaar en de pathetisch naar de hemel gerichte blik.

De meest spontane Romeo vond ik Frederico Bonelli, die in de eerste scènes precies het juiste karakter wist te treffen van de onbezorgde vlotte Veronese jongeling die zich uitstekend met zijn vrienden amuseert en volkomen overdonderd wordt door zijn liefde voor Julia. Raphaël Coumes-Marquet leek zich eigenlijk niet zo goed raad te weten met wat hem allemaal overkwam, hetgeen hem nogal tot een zwakke figuur maakte. Jahn Magnus Johansen was trefzeker maar zijn vanaf het begin brandende passie bleef te veel in dezelfde vurigheid steken.

Van de Julia's was Yumiko Takeshima vooral grillig en kinderlijk, toonde Kumiko Hayakawa een fraaie stabiliteit en was Igone de Jongh (de jongte en minst geroutineerde debutante) het meest boeiend; door haar gecontroleerde emotionaliteit en de verrassende nuances. Zij kan een werkelijk grote Julia worden.

In de rol van Tybalt waren er krachtige beloftevolle vertolkingen van Rubinald Rolfino Pronk en Leon Pronk. Victor Matios Arellano wist als de afgewezen bruidegom Paris de aandacht te trekken door zijn zorgzame, bijna ontroerende omgang met Julia.

Voorstelling: Romeo en Julia van Het Nationale Ballet. Choreografie Rudi van Dantzig. Gezien: 15, 22 en 26/10 Muziektheater Amsterdam, Aldaar t/m 31/10. Inl. 020-625 5455

    • Ine Rietstap