Praag niet door EU ontmoedigd

Tsjechië voelt zich door de EU niet ontmoedigd door het tegenvallende resultaat van het landbouwdossier. De Beneš-decreten liggen nog altijd heel gevoelig.

Het machtswoord is gesproken: de kandidaat-leden van de EU mogen voor hun boeren na 2004 rekenen op directe inkomenssteun van slechts 25 procent van wat de boeren in de huidige lidstaten krijgen. Sterker: de EU wil over dit thema zelfs niet meer praten. Minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer zei het gisteren na overleg met zijn Tsjechische collega Cyril Svoboda heel duidelijk: ,,Brussels stands''. Einde verhaal.

Svoboda wil er een uurtje later, als op de luchthaven Valkenburg de motoren al draaien van het luchtmachttoestel dat hem na een bliksembezoek naar Praag terugvliegt, niet heel moeilijk over doen. Wat niet aan directe inkomenssteun voor de boeren kan worden verkregen kan wellicht via een omweg worden binnengehaald. ,,Zeker, de landbouw is ontzettend belangrijk. Maar er zijn veel elementen: er zijn directe en indirecte betalingen, er zijn quota, er is steun aan de regio's. We hebben één overheersend doel: we willen een eerlijk milieu bereiken voor onze boeren, waarin ze kunnen concurreren, produceren en uitbreiden. Maar dat kun je vanuit verschillende invalshoeken bespreken. Als die 25 procent vast staat, is er misschien wel ruimte voor indirecte financiële steun.''

Om dat te bereiken hebben een aantal kandidaat-leden afgesproken een gemeenschappelijk front te vormen in de onderhandelingen met de EU. Nu hebben gemeenschappelijke fronten in de geschiedenis van Midden- en Oost-Europa nooit lang gewerkt: vroeg of laat kozen landen toch weer voor hun eigen nationale belang. Svoboda – hij is ook vice-premier – geeft toe dat er ,,tien verschillende landen zijn, met tien verschillende nationale belangen''. Maar, zegt hij, er is naast concurrentie ook samenwerking: ,,Er zijn genoeg gezamenlijke belangen. We proberen samen te werken.''

Er ligt, wat de Tsjechen betreft, nog één grote hobbel overdwars. Maandenlang hebben de Tsjechen enerzijds en de Duitsers (vooral Beiers) en Oostenrijkers anderzijds geruzied over de Beneš-decreten, die na 1945 leidden tot de massale en gewelddadige deportatie – etnische zuivering – van de Sudeten-Duitsers en de Hongaren uit het toenmalige Tsjechoslowakije. In Beieren en Oostenrijk eiste men de formele intrekking van die decreten – een eis die Praag in niet mis te verstane bewoordingen afwees. Svoboda: ,,De Beneš-decreten behoren tot het verleden, ze hebben niets met de EU te maken.''

Dat mag juist zijn, en het is ook vorige week in Brussel vastgesteld: de decreten vormen geen juridische belemmering voor het Tsjechische lidmaatschap. Maar het politieke probleem is daarmee niet uit de wereld: in Wenen en München heeft de toon van de ruzie veel kwaad bloed gezet. Mag men nog een gebaar van verzoening van Praag verwachten voor Tsjechië EU-lid wordt?

Svoboda: ,,Voor ons is elke druk van buiten onacceptabel. Of en wanneer de Tsjechische regering iets zegt is alleen haar zaak. Wij zullen op een bepaald moment bepalen: we zeggen iets of we zeggen niets. We zijn een soeverein en onafhankelijk land.''

Maar is daarover discussie?

,,Aanvaardbaar is wellicht een gebaar naar de toekomst. Luister, we delen Europese waarden en principes, we hebben een democratisch systeem, we hebben een onafhankelijke rechtspraak, mensenrechten en democratie zijn van de hoogste standaard. Niets als de Beneš-decreten is vandaag de dag mogelijk. We zijn toegewijd aan de hoogste principes. En we willen geen problemen.''

Dus komt dat gebaar?

,,Ik heb geen mandaat daar ja op te zeggen.''

    • Peter Michielsen