`Onze violistische bakermat ligt in de folklore'

Het zijn drukke weken voor Leonidas Kavakos. De violist reist van Rotterdam naar Parijs en verder naar Griekenland, Tokio en Salzburg. Zondag speelt hij in Rotterdam met het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Met zijn Falmouth Stradivarius onder de arm loopt de Griekse violist Leonidas Kavakos (35) op zaterdagochtend Schiphol binnen. Hij komt uit Rotterdam, waar hij met Valery Gergjev en het Rotterdams Philharmonisch Orkest Ravels Tzigane en Milhauds Le boeuf sur le toit heeft gerepeteerd. Daarmee maken Kavakos en het orkest deze week een tournee door Griekenland, komend weekeinde afgesloten met concerten in Rotterdam en Amsterdam.

Maar eerst moet Kavakos nog even op en neer naar Parijs, om met pianist Itamar Golan zijn recital van 27 november te repeteren. Tussen Griekenland en Parijs speelt Kavakos o.a. vioolconcerten van Mendelssohn, Glazoenov en Mozart in Tokio, München, Salzburg en Rosenheim. Vijftien concerten en recitals in minder dan een maand. Kavakos is de rust zelve, ook al zal zijn vliegtuig naar Parijs binnen 35 minuten opstijgen.

,,Een tijd geleden hoorde ik Gergjev in Londen dirigeren. `Kom hier', zei hij tegen me na afloop van het concert: `Ik heb je Brahms gehoord, vijftien jaar geleden in Athene. Ik zou graag met je willen spelen.' Ik heb al vaker bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest opgetreden, maar dit worden mijn eerste concerten met Gergjev, een geweldige dirigent. De Tzigane van Ravel begint met die waanzinnige cadens, die je moet benaderen als een zigeunerviolist. Maar dan gaat het orkest van start met die ongelooflijke Ravel-sound. De harp voert je mee in een andere wereld, zeker als Gergjev het orkest dirigeert. Milhaud componeerde goede en slechte stukken, maar uit Le boeuf sur le toit blijken al zijn talenten. Het swingt, zit vol humor en de viool krijgt geen moment rust. Het gáát maar door, alsof ik samen met Gergjev de marathon loop.''

Kavakos, die na zijn opleiding bij Stelios Kafantaris verder studeerde bij Joseph Gingold aan de Indiana University, won in 1985 het Sibelius Concours en in 1988 het Paganini Concours. Sindsdien geeft hij concerten over de hele wereld, maar Athene is zijn thuisbasis. ,,Athene is vies en groot, maar we hebben wél de Acropolis. Mijn hele familie woont er, ik voel me daar een normaal mens. Het is belangrijk om als musicus ook nog een soort privé-leven te leiden.'' Hij probeer altijd zo natuurlijk mogelijk te spelen, en daarvoor moet je volgens hem in balans zijn. ,,Mijn ouders hebben mij gelukkig nooit als wonderkind behandeld. Om je een compleet mens te voelen, moet je alles meemaken, door het hele leven reizen. Millimeter na millimeter, als een slang, het symbool van Griekenland. Mijn grootvader speelde volksmuziek op de viool en de luit, net als mijn vader, pas later een klassiek violist. Van hem heb ik mijn eerste vioollessen gehad. Toen mijn vaders orkest werd gedirigeerd door Vazoujan Kodjan, een Armeense leerling van Jascha Heifetz, ben ik bij hem gaan voorspelen. Hij adviseerde me om bij Gingold in Amerika te studeren.

,,Ik heb hem een bandje opgestuurd met Paganini's Vijfde caprice. Die speelde ik zó snel, dat Gingold dacht dat er met het bandje was geknoeid. `Nu hoor ik dat je het echt kan!', zei hij toen ik auditie bij hem deed. Hij was een bijzondere man, hij had nog bij Ysaye gestudeerd. Dankzij Gingold kwam ik in contact met de grote traditie. Mijn ideaal ligt ergens tussen het lieflijke vioolspel van Fritz Kreisler en de instrumentale virtuositeit van Leonid Kogan. Maar vermengd met de manier waarop in dorpen in Centraal Europa nog altijd viool wordt gespeeld. In die folklore ligt onze violistische bakermat. Het geheim van muziekmaken is voor mij de koppeling van een intellectuele en emotionele zoektocht aan de spontaniteit van het moment.''

Concerten: 1 en 3/11 De Doelen Rotterdam; 2/11 14.15 uur Matinee op de Vrije Zaterdag Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 2/11 14.15 uur (rechtstreeks); 5/11 20 uur (herh.).