`Bevel Miloševic: géén vrede'

Een ex-functionaris van de Servische veiligheidsdienst KOS heeft gisteren in de rechtszaal van het Joegoslavië-tribunaal een zwaar belastende verklaring afgelegd tegen Slobodan Miloševic.

De ex-functionaris, Slobodan Lazarevic, zei dat het regime van Miloševic begin jaren negentig Kroatische Serviërs met geld en wapens steunde in hun strijd voor afscheiding van Kroatië. Volgens Lazarevic werd Miloševic door de Kroatische Serviërs `de baas' genoemd. Vóór ieder vredesoverleg dat in die tijd gevoerd werd onder leiding van de internationale gemeenschap kregen de Kroatische Serviërs instructies uit Belgrado. Die luidden, aldus Lazarevic, dat er onder geen beding een akkoord mocht worden gesloten dat vrede zou brengen. Mochten ze in een hoek worden gedreven en noodgedwongen moeten instemmen met een vredesvoorstel, dan mochten ze dat alleen voorwaardelijk ondertekenen en de uiteindelijke toestemming afhankelijk maken van toestemming van de Servische volksvertegenwoordigers in Kroatië.

Miloševic staat in Den Haag terecht voor oorlogsmisdaden in Kosovo en Kroatië en voor genocide in Bosnië. De aanklagers proberen aan te tonen dat hij vanuit Belgrado beslissende invloed had op de strijd die in de jaren negentig werd gevoerd in Kroatië en Bosnië.

Lazarevic was vanaf 1992 gestationeerd in Kroatië. Officieel was het zijn taak als verbindingsofficier contact te onderhouden met vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap. Hij nam ook namens de Kroatische Serviërs deel aan de vredesbesprekingen. Volgens Lazarevic wilde Miloševic, toen nog president van Servië, de oorlog in Kroatië op gang houden om de aandacht af te leiden van de economische en sociale problemen in Servië. ,,Zolang er Servische broeders waren die vochten om te overleven, was het oog van het publiek dáárop gericht'', zei Lazarevic. De Serviër heeft in een niet nader genoemd land een nieuwe identiteit gekregen, en daardoor was het niet nodig, aldus de aanklagers, dat hij anoniem getuigde tegen Miloševic.

Lazarevic zei gisteren dat het in Kroatië ook zijn taak was vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap nerveus en bang te maken. Er werden, zei hij, door de Serviërs aanslagen of geplande aanslagen in scène gezet waarvan het idee bestond dat ze waren bedacht door Kroaten. De VN-vertegenwoordigers moesten ook zijn toestemming hebben om lokaal personeel in te huren. Zo controleerde hij wie er voor de VN werkte.