Uitgaven onderwijs weer lager

Nederland besteedt, net als in voorgaande jaren, naar verhouding minder geld aan onderwijs dan de omringende landen. De Nederlandse onderwijsuitgaven zijn tussen 1997 en 2000 gedaald van 5,1 naar 4,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Dat blijkt uit in het rapport `Education at a glance, 2002' van de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (Oeso), dat gebaseerd is op cijfers uit 1999/2000. In 1995 bedroegen de onderwijsuitgaven nog 5,4 procent van het bbp.

Volgens het rapport geeft Nederland veel minder geld uit aan het onderwijs dan de omringende landen. Daar varieert het percentage van 5,2 in het Verenigd Koninkrijk tot 6,7 in Denemarken. Het gemiddelde van de Europese Unie is 5,5 procent.

Vooral in het basis- en voortgezet onderwijs zijn de uitgaven in Nederland relatief laag. Alleen in het hoger en beroepsonderwijs liggen de uitgaven hoger dan het Oeso-gemiddelde. Leraren verdienen gemiddeld per uur een lager salaris dan in het buitenland, omdat zij veel uren voor de klas staan.

De overheid heeft sinds 1998 extra geld in het onderwijs geïnvesteerd. Volgens het Oeso-rapport zijn de uitgaven in Nederland voor het onderwijs tussen 1995 en 1999 met 13 procent gestegen, maar is die stijging lager dan de toename van het bbp.

Ondanks de relatief lage onderwijsuitgaven presteren Nederlandse leerlingen goed in lezen, rekenen en natuurwetenschappelijke vakken. Op basischolen wordt ook relatief veel tijd aan rekenen en taal besteed. Nederlandse studenten kiezen minder vaak voor een technische studierichting dan studenten in de rest van Europa.

Uit het Oeso-rapport blijkt verder dat Nederlandse achterstandsleerlingen beter presteren dan achterstandsleerlingen elders in Europa. Wel is het verschil tussen de prestaties van allochtone en autochtone leerlingen in Nederland relatief groot.

De hoogte van het lerarensalaris is te vergelijken met die in omringende landen. De aanvangssalarissen voor leraren op basisscholen en middelbare scholen liggen in Nederland hoger dan het Oeso-gemiddelde. Maar doordat Nederlandse leraren veel lesuren geven, verdampt deze financiële voorsprong. Met name op middelbare scholen blijken leraren dan minder te verdienen dan leraren in de meeste omringende landen.

De klassen op Nederlandse basisscholen zijn met bijna 24 leerlingen groter dan die in omringende landen, behalve het Verenigd Koninkrijk. In Denemarken zitten gemiddeld 19 kinderen in een klas, in Frankrijk 22,6.

De klassen op Nederlandse middelbare scholen zijn nog groter, terwijl die in de meeste Oeso-landen juist kleiner zijn dan op de basisschool.