Sollicitatie onnodig voor helft bijstand

Ruim de helft van het aantal bijstandsgerechtigden hoeft om diverse redenen niet te solliciteren. Vanaf 1999 tot eind 2001 is dit percentage van bijstandgerechtigden met een arbeidsplicht licht opgelopen.

Dat blijkt uit het rapport Gemeentelijk Ontheffingsbeleid van de Inspectie voor Werk en Inkomen dat demissionair staatssecretaris Rutte (Sociale Zaken) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Van de bijstandsgerechtigden heeft 51 procent een volledige ontheffing, 15 procent heeft een gedeeltelijke ontheffing.

Eind 2001 waren er 326.000 bijstandsgerechtigden: mensen zonder werk, die geen recht hebben op een werkloosheids- of een arbeidsongeschiktheidsuitkering of die geen werkende partner hebben. Een bijstandsuitkering voor een alleenstaande bedraagt 557 euro per maand.

Van de mensen in de bijstand hoefde 21 procent niet te solliciteren om medische redenen. Voor 22 procent gaven gemeenten sociale problemen (taalproblemen, echtscheidingen en dergelijke) en het volgen van scholing op als reden om niet te hoeven solliciteren. Bij 12 procent ging het om alleenstaanden met een kind onder de vijf jaar of om ouderen boven de 57,5 jaar.

Ondanks de stijging is de VVD-staatssecretaris niet ontevreden omdat ook uit het rapport blijkt dat gemeenten meer werk maken van het controleren van bijstandsgerechtigden op de arbeidsverplichting. In 1999 werd 24 procent niet goed gecontroleerd en was er bij deze groep sprake van een `de facto ontheffing', wat in strijd is met de regels. Dit percentage is gedaald tot 7 procent. Maar door de betere controle krijgen ook meer bijstandsgerechtigden een echte ontheffing.

De gemeenten hebben een jaar geleden met toenmalig minister Vermeend (Sociale Zaken) afgesproken een groter aantal bijstandsgerechtigden te activeren. Zo moet in 2006 het aantal mensen met een ontheffing van de arbeidsplicht met de helft zijn teruggedrongen. Rutte vindt dat gemeenten op de goede weg zijn. Sociale diensten moeten wel duidelijker maken dat een ontheffing bijna altijd van tijdelijke aard is.

Ook moeten sociale diensten beter bekijken wat iemand met medische beperkingen nog kan. De Vereniging Nederlandse Gemeenten stelt dat er bij de bijstandsgerechtigden in toenemende mate sprake is van een `meervoudige problematiek'. Deze groep heeft veel begeleiding nodig.