President Lula

Brazilië heeft een nieuwe president gekozen. Luiz Inácio Lula da Silva, een 57-jarige ex-machinebankwerker die de lagere school niet kon afmaken, volgt op 1 januari president Fernando Henrique Cardoso op, een internationaal vermaarde academicus. De grootste economie van Zuid-Amerika, die met 176 miljoen inwoners de helft van het continent beslaat, begint hiermee aan een spectaculair democratisch, maar economisch ongewis experiment.

Lula, zoals zijn aanspreeknaam in Brazilië luidt, is een fenomeen. Hij belichaamt de sociale werkelijkheid van een groot deel van de bevolking. Als kind trok hij met zijn moeder uit het verdorde binnenland naar de industriële regio van São Paulo, waar hij werk vond in de metaalindustrie. Hij was de natuurlijke leider van de onafhankelijke vakbonden die begin jaren tachtig opkwamen en die met massale stakingen het einde van het autoritaire militaire regime versnelden. Lula werd `ontdekt' door de radicale priesters van de kerkelijke basisbewegingen. Met steun van de linkse intelligentsia richtte hij de Partido dos Trabalhadores (PT, Partij van de Arbeiders) op, aanvankelijk een allegaartje van syndicalistische en radicaal-linkse stromingen waarin door het gezag van Lula scheuringen en verkettering werden voorkomen. De PT werd de ideologische thuishaven van vakbondsactivisten en van de militante beweging van landloze boeren, maar ook van de intellectuelen op het strand van Ipanema. Bovendien won de PT aan respectabiliteit omdat kandidaten van de partij gekozen werden als gouverneurs van belangrijke deelstaten of als burgemeesters van grote steden, waaronder São Paulo dat met ruim zestien miljoen inwoners het economische, culturele en politieke hart van Brazilië is.

Maar de hoofdprijs, het presidentschap, ontging de PT telkenmale. Drie keer eerder was Lula kandidaat, en drie keer legde hij het af tegen coalities van de gevestigde politieke partijen. Dat hij deze keer met een ruime marge heeft gewonnen, is op zichzelf al een formidabele prestatie. Temeer omdat `duistere krachten' (de term werd door een vorige linkse president in Brazilië, Jânio Quadros, begin jaren zestig gebruikt om de externe druk op zijn regering te benoemen) hun best deden om financiële onzekerheid rond de verkiezing van Lula te creëren. In vorige campagnes had Lula beloofd dat hij de Braziliaanse buitenlandse schuldbetalingen zou opschorten en hoewel hij zich in zijn economische standpunten inmiddels heeft omgevormd tot een gematigder `Lula Light', leidde dat in de financiële wereld tot twijfel aan zijn bedoelingen. In het perspectief van het bankroet van Argentinië was die bezorgdheid te begrijpen, maar het resultaat was dat er een situatie van een zichzelf vervullende voorspelling ontstond. Naarmate in de aanloop naar de verkiezingen duidelijker werd dat Lula op een overwinning afstevende, kelderde de Braziliaanse munt en schoot de rente omhoog. Hierdoor dreigde Brazilië daadwerkelijk niet langer aan zijn betalingsverplichtingen te kunnen voldoen.

Luiz Inácio Lula da Silva is de eerste serieus te nemen linkse president in Latijns-Amerika sinds Salvador Allende in Chili. Hij kan wat zijn achtergrond betreft vergeleken worden met Lech Walesa, de oprichter van Solidariteit in Polen: een vakbondsman die president wordt. Lula wordt geconfronteerd met twee moeilijk verzoenbare uitdagingen. Aan de ene kant eist de arme bevolking werk, inkomen, onderwijs, veiligheid, gezondheidszorg, publieke voorzieningen en sociale zekerheid. En aan de andere kant staan de beperkingen van een economie die voor de financiering van zijn schulden afhankelijk is van buitenlandse geldschieters. De integratie van Brazilië in het internationale financiële stelsel schept verplichtingen. President Lula kan de buitenlandse crediteuren niet straffeloos de deur wijzen. Maar evenmin kan hij de wensen van de bevolking die hem heeft gekozen verwaarlozen. Voor beide zijn economische stabiliteit en politieke matiging onmisbaar. In dit politieke experiment kan Lula's volhardend pragmatisme de doorslag geven.