Plastic tuinstoel als Bauhaus-ideaal

Overal op de wereld staat de de plastic tuinstoel. De Russische president Jeltsin liet er Clinton in zitten, toen hij zijn Amerikaanse collega ontving in zijn buitenverblijf in Jalta. De Afghaanse krijgsheer Dostam heeft er een paar staan bij het protserige zwembad van zijn pas gebouwde villa waarvan onlangs een foto in deze krant stond. Uit een andere recente krantenfoto bleek dat de universele stoelen ook worden gebruikt op een Palestijnse school. En uiteraard staan ze ook in honderdduizenden Nederlandse tuinen.

De plastic tuinstoel heeft een ereplaats gekregen op de tentoonstelling Ideaal! Wonen in het Utrechtse Centraal Museum. Al meteen in de eerste zaal staat de gewoonste stoel ter wereld op een podium naast de kunststoel bij uitstek, Rietvelds rood-blauwe stoel uit 1917.

Met een paar Ikea-kasten en nog wat ander alledaags meubilair zorgt de plastic tuinstoel ervoor dat Ideaal! Wonen geen grote parade is geworden van bekende ontwerpersstoelen als de Wassily fauteuil van Marcel Breuer, de draadstaalstoeltjes van Ray en Charles Eames en de Superleggero-stoel van hout en riet van Gio Ponti. Niet iedereen vindt dit een voordeel: voor sommigen is de tweevoudige aanwezigheid van de plastic tuinstoel op Ideaal! Wonen het zoveelste bewijs dat museumdirecteur Sjarel Ex zo nodig low en high culture moet mengen. Ook het uitbrengen van de catalogus als een bijlage bij het blad Elle Wonen hoort bij de poging om de drempel van `hoge' cultuur te verlagen. Maar goedbeschouwd valt er weinig in te brengen tegen de Utrechtse lofzang op de plastic tuinstoel. Dat het ,,in veel opzichten het meest geslaagde massaproduct van de twintigste eeuw is'', zoals op het bordje bij de stoel in het Centraal Museum staat vermeld, is ontegenzeggelijk een feit. Al in 1998 waren er wereldwijd 500 miljoen exemplaren verkocht van deze stoel waarvan niemand weet wanneer en door wie hij precies is ontworpen. Hiermee is de stoel verreweg het meest verkochte meubelstuk ter wereld.

Daar komt bij dat de plastic tuinstoel de volmaakte verwezenlijking is van het vormgevingsideaal van het Bauhaus, de invloedrijke Duitse school voor kunst, vormgeving en architectuur die van 1919 tot 1933 bestond. De Bauhaus-vormgevers wilden industrieel vervaardigde, lichte, praktische meubels voor arbeiders ontwerpen. Esthetische overwegingen mochten bij de vormgeving geen enkele rol spelen, zo vonden de Bauhäusler, het diende louter om functionaliteit te gaan. Wat functioneel was, was vanzelf mooi, zo geloofden ze.

Zelf zijn de Bauhaus-vormgevers er nooit in geslaagd om meubels te ontwerpen die in alle opzichten aan hun eigen ideaal voldeden. De beroemde Wassilly-stoel van Marcel Breuer uit 1925, gemaakt van stalen buizen waartussen zittingen en rugleuningen van stof of leer zijn gespannen, is bijvoorbeeld niet echt functioneel. Hij is veel groter dan strikt noodzakelijk en doordat de stoel slechts één zithouding toestaat, is het onmogelijk om er een tv-avond lang comfortabel in te zitten. Het is, net als Rietvelds blauw-rode stoel, in de eerste plaats een mooie constructie die in huizen vooral dienst doet als een bewijs van goede smaak. Andere Bauhaus-meubels zijn wat comfortabeler, maar voor allemaal geldt dat ze in de jaren twintig onbetaalbaar waren voor arbeiders. Het waren zonder uitzondering meubels voor de rijken en dat zijn ze nog steeds.

De plastic tuinstoel voldoet daarentegen wel aan àlle idealen van de Bauhaus-vormgeving: hij is gemakkelijk industrieel te vervaardigen door polypropyleen te gieten in een mal, hij is gemakkelijk schoon te houden, hij is licht, hij is stapelbaar en hij heeft een goede pasvorm die het mogelijk maakt om er lang in te zitten. En de stoel is nog betaalbaar voor arbeiders ook: meer dan een euro of vijf hoeft hij niet te kosten. De plastic tuinstoel heeft maar één nadeel en dat is dat hij een weerlegging is van de bewering van Bauhaus-vormgevers dat functionaliteit vanzelf leidt tot schoonheid.

Tentoonstelling: Ideaal! Wonen. T/m 12 januari 2003 in Centraal Museum, Nicolaaskerkhof 10, Utrecht. Open: di-zo 11-17 u.