OM bezit `testamenten' van moslimstrijders

Justitie beschikt over ,,zeven à acht testamenten'' van mensen die in Nederland zouden zijn geworven voor de jihad, de gewapende strijd voor de islam. Dat heeft officier van justitie J. Valente gisteren gezegd tijdens een pro-formazitting in de zaak tegen vier Algerijnen voor de rechtbank van Rotterdam.

Volgens een woordvoerder van het landelijk parket is het niet duidelijk van wie de testamenten precies zijn, of de opstellers de Nederlandse nationaliteit bezaten en wat er precies met hen is gebeurd. Het zou gaan om zowel cassettebanden als geschreven teksten. Eén testament is echter van de hand van een van de vier Algerijnse verdachten, de 21-jarige Dadi M. Hij reisde in december vorig jaar naar Teheran, volgens officier van justitie Valente met de bedoeling in contact te treden met Afghanen, wat zou zijn mislukt.

Eerder dit jaar maakte de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) bij de presentatie van zijn jaarverslag bekend dat ook in Nederland moslimjongeren werden geworven voor de jihad. Hoewel de AIVD dat toen niet met zoveel woorden zei, is inmiddels duidelijk dat de voormalige BVD daarbij onder anderen doelde op de twee Eindhovenaren van Marokkaanse afkomst die in januari van dit jaar onder nog niet opgehelderde omstandigheden in Kashmir werden doodgeschoten door de Indiase grenspolitie.

De vier verdachten die gisteren werden voorgeleid, zijn in april en juni van dit jaar in Eindhoven en Bergen op Zoom gearresteerd. De vier zouden lid zijn van de Algerijnse extremistische Groupe Salafiste pour la Prédication et le Combat (GSPC), die banden zou onderhouden met Al-Qaeda. Zij worden verdacht van het fabriceren, handelen in en voorhanden hebben van valse papieren en wapenbezit, drugshandel en mensensmokkel. Ook verdenkt justitie de vier van deelname aan een criminele organisatie en het `leveren van steun aan de vijand ten tijde van oorlog'.

In een korte uiteenzetting gaf Valente toe dat hij nog niet over voldoende bewijs beschikt om de zaak tegen de vier inhoudelijk te behandelen en vroeg hij om meer tijd voor meer onderzoek. Wel schetste hij de contouren van een terroristische `cel' die zich niet alleen zou bezighouden met het leveren van logistieke steun (papieren) voor terroristische activiteiten, maar ook met het werven van jihad-strijders. Zo zou in de woning van een van de verdachten, de twintigjarige Mohammed R., een cassette zijn gevonden met daarop een tekst met de volgende passage: `Wij zijn mujahedeen met in één hand de koran en in de andere het machinegeweer.'

Deze tekst zou zijn opgesteld door Rodoin D., de Algerijnse hoofdverdachte van de groep die enkele weken na zijn arrestatie ontsnapte uit de koepelgevangenis in Breda. D. onderhield contacten met J., een in Eindhoven gearresteerde Algerijn die inmiddels is uitgeleverd aan België. J. wordt ervan verdacht valse papieren te hebben geleverd aan twee Belgen van Marokkaanse afkomst die op 9 september 2001 in Afghanistan een aanslag pleegden op Massoud, de leider van de Noordelijke Alliantie tegen de Talibaan.

Volgens Valente zijn er verbanden tussen de vier Algerijnen die terechtstonden en een groep van zes verdachten die in september dit jaar werden gearresteerd en eveneens banden zouden onderhouden met Al-Qaeda. Valente gaf aan dat in deze zaak nog arrestaties zullen volgen. Volgens de officier worden beide zaken mogelijk tegelijk voor de rechter gebracht.

De twee zaken die zich concentreren op Eindhoven houden volgens een woordvoerder van het OM geen verband met de groep rond de Fransman Jerôme C., die samen met twee medeverdachten op 13 september 2001 werden opgepakt in Rotterdam. Deze groep zou contact hebben onderhouden met de Tunesische oud-profvoetballer Nizar Trabelsi, die een aanslag zou hebben beraamd op de Amerikaanse ambassade in Parijs. Inmiddels heeft dezelfde Trabelsi ook verklaard dat de groep een aanslag wilde plegen op de Belgische luchtmachtbasis Kleine-Brogel, net over de Nederlandse grens.

De rechtbank in Rotterdam oordeelde gisteren dat er voldoende `bezwaren' zijn tegen de vier verdachten om hen in voorlopige hechtenis te houden. Wel ging de rechtbank in op het verzoek van de advocaten om een aantal getuigen te horen, onder wie een zekere `Frederik' van de AIVD, die verdachte R. `runde' als informant. De zaak is daarom terugverwezen naar de rechter-commissaris voor nader onderzoek.