Korhogo haalt rebellen in als bevrijders

De inwoners van Korhogo, de hoofdstad van noordelijk Ivoorkust, staan vierkant achter de rebellen. ,,Als we nu lijden om het straks beter te krijgen, dan moet dat maar.''

Jochies zijn het soms nog, de rebellen die de wegversperringen voor Korhogo bewaken. Met een amulet om de nek dat hen tegen kogels beschermt en een kalasjnikov aan de schouder imponeren ze de lokale bevolking, die zittend in de schaduw van een boom nieuwsgierig toekijkt als een auto wordt aangehouden. Sommige rebellen dragen sandalen. Anderen pronken met wat ze in een kazerne hebben gevonden: een brandweerhelm, een verrekijker. Veel van hen zijn vrijwilligers, jongens die hoorden van de gewapende opstand en dachten: dat wil ik ook.

Elke passerende auto doorbreekt de sleur. Er wordt om sigaretten gebedeld en ijverig in de kofferbak gekeken. Want posten bij een uit boomstronken en rubberbanden bestaande wegversperring is weinig opwindend. Het aantal voertuigen dat dagelijks langskomt, is op de vingers van één hand te tellen. Het openbare vervoer witte bestelbussen waarin mensen als sardientjes opeen gepakt zijn - rijdt niet meer. Autobezitters hebben hun voertuigen opgeborgen uit het zicht van de rebellen. Zij nemen de duurste modellen in beslag.

De bijna vierhonderd kilometer lange weg tussen de hoofdstad Yamoussoukro en Korhogo, `de hoofdstad van het noorden', is het domein van de Mouvement Patriotique de Côte d'Ivoire (MPCI), een groep opstandige militairen die na een mislukte staatsgreep op 19 september de noordelijke helft van Ivoorkust heeft bezet. De geweren zwijgen sinds regering en rebellen een staakt-het-vuren zijn overeengekomen. Morgen onderhandelen de partijen in het naburige Togo over hoe het nu verder moet.

Wie door rebellengebied wil rijden, moet de goedkeuring van de rebellen hebben. Net als in het zuiden, waar journalisten verplicht zijn om een pasje van de regering bij zich te dragen. In het noorden volstaat een brief van de MPCI-leider, sergeant Sherif Ousmane. Hij laat ze na een kort onderhoud uitprinten in zijn hoofdkwartier in Bouaké. ,,Wij zijn toch aardig?''

De inwoners van Korhogo, in meerderheid islamitische Dioula en Senoufo, nemen het de rebellen niet kwalijk dat het leven in dit zanderige, slome stadje stil is komen te liggen. De banken zijn dicht, de winkels ook, de telefoon is afgesloten. Televisie en radio doen het niet. Sigaretten en benzine worden uit Mali gesmokkeld nu de meeste Libanese zakenlui zijn vertrokken. ,,Maar als je een zere kies hebt, moet die getrokken worden'' , zegt Suleyman Coulibaly, die op straat zijn brommer staat te wassen. Wat hij bedoelt is: weg met president Laurent Gbagbo, lang leve de rebellen. ,,Zij vechten voor onze zaak, het zijn onze broeders. Zij eisen dat noorderlingen op voet van gelijkheid worden behandeld.''

Coulibaly wordt vaak geconfronteerd met het dilemma waarmee alle noorderlingen kampen, zegt hij. ,,Ik ben zogenaamd geen volbloed Ivoriaan. Maar als ik in Mali kom, zeggen ze dat ik geen Malinees ben. En als ik naar Burkina Faso ga, zeggen ze dat ik geen Burkinabé ben. We horen nergens bij. Moeten we dan onze eigen republiek stichten?''

Het duurt niet lang voordat een groep mensen zich rond de brommer heeft verzameld, het favoriete vervoermiddel van de noorderling. Iedereen praat door elkaar. Het leven in Korhogo is erop vooruitgegaan, zegt Siaka Coulibaly, geen familie van Suleyman Coulibaly. Een kilo vlees kost tegenwoordig 700 CFA (een euro) in plaats van 1000 CFA (een euro vijftig) omdat niemand geld heeft. En goddank hebben de uit het zuiden afkomstige gendarmes de benen genomen. ,,Ze probeerden ons altijd af te persen. Als je geen achteruitkijkspiegel op je brommer had, moest je betalen. Of als je geen bagagedrager had. Ja, zelfs als je geen kussentje op je bagagedrager had.'' De rebellen daarentegen bewaren de orde. Een dief die van de situatie gebruik dacht te maken door mobiele telefoons te stelen, kreeg twee kogels door zijn voeten.

President Gbagbo heeft het openbare bestuur volledig ,,gebétéïseerd' ' , zegt Fatmatah Coulibaly, geen familie van die andere twee Coulibaly. Die naam is in het noorden van Ivoorkust zoals Jansen in Nederland. Regering, gendarmerie, politie: degenen die het in Ivoorkust voor het zeggen hebben, komen allemaal van zijn eigen stam, de Bété, zegt Fatmatah Coulibaly. ,,Als je een Bété bent, kun je zo bij de politie. Je hoeft alleen maar een medische test te ondergaan. Maar pech als je Traoré heet, een Malinese achternaam. Dan ben je gebrandmerkt. Je vraagt een toelatingsexamen aan en je dossier verdwijnt voorgoed onderin de lade van de commissie. Iedereen weet dat, maar niemand doet er iets aan.'' Ze hijst haar kind op haar rug en roept voordat ze in de nacht verdwijnt: ,,Gbagbo moet opstappen! We willen nieuwe verkiezingen! En als we nu moeten lijden om het straks beter te krijgen, dan moet dat maar!''

    • Pauline Bax