Kannibalen

De journalist is het lachen verleerd en geen wonder, want hij heeft ervaren dat het niet meer zijn belangrijkste taak is om de maatschappij te informeren, maar om in dienst van dorre bonentellers voor een goed bedrijfsresultaat te zorgen. Na een dag van zwoegen voor het computerscherm in een akelig rookvrije ruimte haast hij zich mistroostig naar huis om daar een met water aangelengd glas witte wijn te drinken. De sukkel.

Dit komt ons bekend voor. Het klinkt als een van de nostalgische verhalen over de goede oude krantentijd, toen baldadige journalisten in de cafés op de Amsterdamse Nieuwezijds Voorburgwal tot diep in de nacht luidruchtig hun geestverruimende plannen smeedden.

Maar deze keer ging het over de Verenigde Staten en het stond een paar maanden geleden in The New York Review of Books in een artikel van Russell Baker over de neergang van de Amerikaanse journalistiek.

Als het overal hetzelfde lijkt te zijn, is het dat toch op heel verschillende manieren. Een van de voorbeelden die Baker gaf is The Chicago Tribune, een krant met bijna 700 redacteuren. De hoofdredacteur vindt dat veel te weinig om zijn taak goed te vervullen. De kwaliteit van zijn krant holt achteruit en hij zou graag nieuwe mensen aannemen, maar hoewel het rendement van het krantenbedrijf boven de 25 procent ligt, kan dat niet, want het zou een verkeerd signaal aan de aandeelhouders zijn.

Ter vergelijking: NRC Handelsblad heeft ongeveer 200 redacteuren en het bedrijfsrendement is heel wat minder dan 25 procent. Je vraagt je af hoe het mogelijk is dat er nog iedere dag een krant uitkomt.

Zo zou je bijna medelijden krijgen met het concern PCM, de uitgever van alle landelijke kranten behalve De Telegraaf en van nog veel meer. Echt medelijden zit er niet in, daarvoor is de houding van het concern de afgelopen jaren in vele opzichten te bruut geweest, maar er valt niet te ontkennen dat PCM problemen heeft.

Een van die problemen was de verlieslijdende Amsterdamse krant Het Parool, maar dat probleem leek opgelost toen die krant aankondigde zelfstandig te willen worden. Ik was daar blij mee en liet dat indertijd op deze plek weten. Het Parool en de Donald Duck, daar ben ik mee opgevoed en ik ben ze trouw gebleven.

Mijn blijdschap was voorbarig, want het ziet er nu naar uit dat de raad van bestuur van PCM Het Parool liever dood dan levend ziet. Een levend zelfstandig Parool zou een concurrent zijn, een dood Parool levert winst, want de lezers moeten dan een andere krant zoeken. Als een verwarde kannibaal wil PCM een van de kinderen slachten om de andere wat aan te laten sterken.

Het verbaast me dat er zo weinig ophef over de aangekondigde moord is. De structuur van het PCM-concern is bijzonder ingewikkeld en er zal daar zeker in het verborgene een stammenstrijd plaatsvinden, maar het lijkt of niemand er naar vraagt. De vakbond pruttelt wat over een sociaal plan bij ontslagen en dat is ongetwijfeld belangrijk, maar niet het belangrijkste.

Een krant is een Gesammtkunstwerk in dagelijkse afleveringen. Niet alles aan het kunstwerk is even mooi, maar het verlies ervan is toch een culturele ramp. Er komt wel weer iets anders, zou je vroeger kunnen zeggen, maar nu niet meer.

Het bevalt me eigenlijk niet, mijn slijmerig pleidooi voor de concurrent. Ik zag liever een mooie harde krantenoorlog met springlevende tegenstanders, maar die zit er niet meer in. Alle kinderen zitten gezellig in hetzelfde huis van PCM en af en toe wordt er een opgediend voor de gezamenlijke maaltijd.

    • Hans Ree