Help, een oplichter in het bestuur

Niemand heeft zoveel voor zijn oude dag gespaard als u.

Het kapitaal dat werkend Nederland in zijn pensioenfondsen heeft opgepot is alleen al in absolute cijfers indrukwekkend: 340.000.000.000 euro (eind juni). Nederland is zelfs wereldrecordhouder: nergens zijn de pensioenbeleggingen ten opzichte van de binnenlandse productie van goederen en diensten zo groot.

Nederland heeft 113 procent van zijn bruto binnenlands product gespaard, Zwitserland (nummer 2) 102 procent, het Verenigd Koninkrijk (nummer 3) 85 procent. In vergrijzend Europa, waar de stabiliteit van de euro niet vanzelfsprekend is, trekken vooral de achterblijvers de aandacht. Italië heeft 4 procent gespaard, Duitsland 3 procent en bij Frankrijk staat een streepje.

De organisatie van economische grootmachten, de OESO, heeft de cijfers op een rijtje gezet in een advies met twaalf richtlijnen voor de manier waarop pensioenfondsen moeten worden bestuurd. Nederland is sinds de jaren vijftig een pionier met pensioenregelingen, waarin meer dan negen van de tien werknemers, verplicht via zijn baas, met fiscale vrijstellingen, voor zijn oudedag spaart.

Pensioenen zijn formeel nationale aangelegenheden, ook in de EU. Maar in de praktijk groeit de invloed van Brussel, bijvoorbeeld met richtlijnen voor het beleggingsbeleid en met voorstellen voor het meenemen van pensioen, bij een nieuwe baan, van het ene naar het andere land. Het Europees Hof heeft extra pensioenrechten van vrouwen afgedwongen.

De richtlijnen van de OESO voor het bestuur van pensioenfondsen zijn omfloerst geformuleerd. Wie is het oneens met de aanbeveling dat oplichters niet in het bestuur van een pensioenfonds moeten zitten?

Wie is tegen heldere uitleg van de inhoud van de pensioenregeling? Toch staat dat ook in een nieuwe Nederlandse pensioenwet. En toch klagen met name gepensioneerden dat zij niet weten waar zij aan toe zijn: bij welke financiële positie van hun pensioenfonds wordt hun inflatietoeslag (indexatie) wel betaald, en bij wanneer niet.

Wie kan het oneens zijn met de aanbeveling dat (ex)werknemers en gepensioneerden op de hoogte worden gehouden van het wel en wee van het pensioenfonds. Eenmaal per jaar, bijvoorbeeld.

Royaal is anders. Menig pensioenfonds komt tegenwoordig ook met tussentijdse informatie, maar cijfers over de beleggingsrendementen zijn taboe. Ook al bepalen de rendementen hoe de financiële positie van een fonds is.

Maar verandering woelt. Pensioenfonds PGGM, in omvang Nederlands nummer twee en werkzaam voor de bedrijfstakken zorg en welzijn, gaat begin volgend jaar als eerste grote fonds van start met de publicatie van kwartaalrendementen.

Het meest opmerkelijk in de OESO-richtlijnen zijn echter de zinsnedes over het afleggen van verantwoording door pensioenfondsen aan werknemers, werkgever en gepensioneerden en over een scheiding tussen de uitvoering van het beleid van het pensioenfonds en het toezicht daarop.

Om de verantwoordingsplicht van bestuurders te vergroten stelt de OESO voor om hen persoonlijk aansprakelijk te maken voor misslagen van het fonds, gekoppeld aan een aansprakelijkheidsverzekering, want anders is er voor gedupeerden niets te halen. De richtlijnen zijn wel praktisch.

Bij de scheiding tussen het bestuur van het fonds en het toezicht op het fonds refereert de OESO aan de gegroeide praktijk bij grote ondernemingen. De directie onderneemt, een onafhankelijke raad van commissarissen houdt op afstand toezicht. Nederlandse pensioenfondsen zijn als aandeelhouders in het internationale bedrijfsleven fervente voorstanders van deze scheiding der machten.

In eigen huis lopen de verantwoordelijkheden echter door elkaar. Het bestuur is verantwoordelijk voor het gevoerde beleid, ook al is dat gedelegeerd aan anderen. Elk fonds heeft wel betaalde adviseurs (actuaris) en controleurs (accountant) en een externe toezichthouder (de Pensioen- en Verzekeringskamer). Maar in feite controleert het bestuur zichzelf.

Gloort nog meer verandering? Kamerlid K. Vendrik (GroenLinks) hekelde drie jaar geleden het gebrek aan controle en betitelde pensioenfondsen als ,,de lege plek van de macht''. Hij kreeg bijna de hele pensioenlobby over zich heen.

Vorige week pleitte L. Bovenberg, hoogleraar aan de universiteit in Tilburg en invloedrijk in het CDA, voor scheiding van bestuur en toezicht. Dat ,,disciplineert de uitvoerder van de regeling, geeft het pensioenfondsbestuur een eenduidige rol en stimuleert een transparante verantwoording aan alle belanghebbenden.''

    • Menno Tamminga