Giscard `schetst' verdrag voor EU

Het `Europa van morgen' waarvoor Giscard een grondwet wil maken lijkt volgens de schets veel op het huidige Europa. Het ontwerp is vooral overzichtelijker dan de huidige EU-verdragen.

Het presidium van de Conventie heeft onder leiding van Giscard behoedzaam gemanoeuvreerd tussen de aloude tegenstelling tussen voorstanders van een federaal Europa en van een intergouvernementeel Europa. Dat blijkt al direct in het eerste deel, waarin zaken als de doelstellingen, de grondrechten, het bestuur, de financiering en de organisatie van het buitenlands beleid aan de orde komen onder de titel `Constitutionele Structuur'.

Allereerst krijgen de 105 vertegenwoordigers van nationale parlementen, het Europees Parlement, van nationale regeringen en van de Europese Commissie in de Conventie de vraag voorgelegd hoe de huidige EU moet heten. Behalve EU wordt de mogelijkheid van Verenigde Staten van Europa, Europese Gemeenschap en Verenigd Europa geboden. Een Britse regeringswoordvoerder heeft Verenigde Staten van Europa, ooit als begrip gebruikt door de Britse premier Winston Churchill, al als onaanvaardbaar naar de prullenbak verwezen.

De omschrijving van de aard van de Unie biedt elk wat wils: ,,Een Unie van Europese staten die hun nationale identiteiten behouden, hun beleid nauw op Europees niveau coördineren en bepaalde gemeenschappelijke bevoegdheden op een federale basis besturen.''

Definitie van het burgerschap van de Unie. Iedere onderdaan van een lidstaat is burger van de Unie. Hij heeft een dubbel burgerschap, namelijk het nationale burgerschap en het Europese burgerschap.

Overname van het sinds 2000 bestaande Europese Handvest van de Grondrechten van de EU.

Opsomming van de beginselen en nauwkeurige omschrijving van de bevoegdheden van de Unie. Het automatisme van een voortdurend verdergaande integratie, zoals het Verdrag van Rome voorziet, ontbreekt in de schets.

Bepaling van het intitutionele kader. Afschaffing van de bestaande zogenoemde de drie pijlers. De Unie moet één structuur krijgen. Het ontwerp voorziet in de mogelijkheid van de nieuwe functie van Europees president. Dat is binnen de Conventie zeer omstreden. Giscard heeft daarom nadrukkelijk vermeld dat deze functie pas in een ontwerp-verdrag komt nadat de Conventie er een standpunt over heeft ingenomen.

Beschrijving van de instellingen van de Unie (Europese Raad, Europees Parlement, Europese Commissie, Hof van Justitie, Rekenkamer, Europese Centrale Bank, en twee raadgevende organen: Economisch en Sociaal Comité en Comité van de Regio's), hun samenstelling en hun bevoegdheden. Mogelijke instelling van een `Congres van de Europese volkeren'. Dit laatste is een idee van Giscard zelf dat op veel kritiek stuit.

Regelingen betreffende optreden, (participerende) democratie en financiering (eventuele eigen belastinginkomsten) van de Unie. Daarmee zou een eind komen aan het voortdurende gevecht tussen de lidstaten over de omvang van hun bijdragen aan de EU-begroting.

Aparte hoofdstukken zijn gewijd aan het buitenlands beleid en de betrekkingen met buurlanden van de Unie. Ze voorzien in een duidelijke omschrijving van de functie van de hoge vertegenwoordiger. Conventieleden die deze functie willen onderbrengen bij de Europese Commissie hebben zich tegen dit voorstel gekeerd.

Regeling van de mogelijkheid dat een land uit de Unie stapt.

In het tweede deel van het raamwerk (`skelet') wordt het EU-beleid en de uitvoering daarvan vastgelegd. Het gaat om zaken als het vrije verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal, economisch en monetair beleid, en het beleid op deelterreinen als landbouw, milieu, consumenten, vervoer en mededinging. Het is de bedoeling dat in dit deel in hoofdzaak artikelen komen uit huidige Europese verdragen. Giscard zei gisteren dat van de bestaande 414 artikelen er 205 onveranderd gebruikt kunnen worden, 136 artikelen zouden licht gewijzigd moeten worden en 73 artikelen moeten geheel herschreven worden.

Het derde en laatste deel van Giscards `skelet' bevat algemene en slotbepalingen die de juridische continuïteit van de Europese Unie moeten waarborgen.