Een goeroe van de haat

Wie hem zag liggen op zijn ziekbed in het Muhammadiyah-hospitaal van Solo, dacht niet meteen aan wapenhandel en trainingskampen. Abu Bakar Ba'asyir, alom gedoodverfd als het Indonesische brein achter een reeks terreurdaden in Zuidoost-Azië, is niet het type dat orders geeft. De sereen ogende oude man met zijn zilveren baard en stalen brilletje, een wit kalotje op het grijze hoofd, is geen commandant, maar een leraar met charisma.

Abu Bakar Ba'asyir, bijgenaamd Ustadz (meester) Abu, onderwijst al dertig jaar een compromisloze variant van de islam en wie zijn leergezag aanvaardt, hoort in zijn prediking de bevelen Gods. Ba'asyir onderwijst een doctrine die zeker even explosief is als de bommen die in de loop der jaren gelegd zijn door zijn leerlingen. Meester Abu is een goeroe van de haat. Maar het zal de Indonesische politie zwaar vallen juridisch sluitend te bewijzen dat hij opdracht heeft gegeven tot terreurdaden.

Abu Bakar Ba'asyir werd in 1938 geboren in Jombang, Oost-Java, een centrum van islamitische godgeleerdheid en de bakermat van Nahdlatul Ulama (NU), de grootste en meest gematigde religieuze beweging van Indonesië. Hij begon zijn godsdienstige scholing aan het `moderne' internaat Gontor, waar veel aandacht wordt besteed aan het Engels. Het blijft onduidelijk onder wiens invloed Ba'asyir opschoof naar een onverdraagzame geloofsopvatting. In Solo, Midden-Java, kwam hij in contact met radicale predikers als Abdullah Sungkar. Met hem richtte hij in 1972 een eigen internaat op, Al-Mukmin in het gehucht Ngruki, even buiten Solo. De school, die zich erop beroept de `zuivere islam' te onderwijzen, telt nu zo'n 2.000 leerlingen uit heel Indonesië. Zij worden ervan doordrongen dat de shari'a, de islamitische wet, moet worden toegepast in alle domeinen van het leven en dat die toepassing macht vereist. In Al-Mukmin wordt een strenge discipline gehandhaafd. Op diefstal of ontduiking van het plichtgebed staan tien zweepslagen.

De internaatsleiding had van meet af aan kritiek op Soeharto's Nieuw Orde, die van alle maatschappelijke en religieuze organisaties eiste dat zij de staatsfilosofie Pancasila erkenden als hoogste beginsel. Ba'asyir en de zijnen onderwezen dat dit strijdig is met het wezen van de islam, die geen hoger beginsel erkent dan de eigen geloofsleer. In Al-Mukmin geldt het groeten van de nationale vlag tot op heden als een zonde. Ba'asyir richtte in Solo een radiostation op en zei in een praatje: ,,Het volk van Indonesië zit in een airconditioned bus. Binnen is het koel en comfortabel, maar de bus is op weg naar de hel en de chauffeur is Soeharto.''

De militaire inlichtingendienst volgde iedere preek van Ba'asyir en Sungkar. In 1978 werden zij opgepakt en krachtens de anti-subversiewet tot vier jaar veroordeeld. In 1985 weken zij met zeven andere docenten en leerlingen van Al-Mukmin uit naar Maleisië. De reis werd betaald door een dakpannenverkoper in Jakarta, die daarvoor vijf jaar cel kreeg.

Ba'asyir en zijn vrienden bleven bijna 15 jaar in het buurland, waar zij een rondtrekkend bestaan leidden als `vrije predikers'. Volgens de Amerikaanse onderzoekster Sidney Jones kwam Ba'asyir in Maleisië onder invloed van Abdul Wahid Kadungga, een schoonzoon van de legendarische Kahar Muzakar, die van 1950 tot zijn dood in 1965 de guerrillabeweging Darul Islam leidde in Zuid-Sulawesi. In 1987 vestigden Ba'asyir en enkele van zijn leerlingen zich in de kampong Sungai Manggis, in de deelstaat Selangor. In dit dorp opende Ba'asyir een gebedshuis annex godsdienstschool en kreeg hij volgens dorpelingen regelmatig bezoek van `baardige reuzen' uit Noord-Afrika en Pakistan.

Ba'asyir begon medio jaren negentig ook te preken in Singapore. Het Internal Security Department hield hem goed in de gaten, vooral toen hij en zijn medebroeders een hardere toon aansloegen en repten van jihad tegen westerse belangen in Zuidoost-Azië. In 1999 keerde Ba'asyir terug naar Ngruki. President Abdurrahman Wahid, ooit leider van de NU, verleende hem gratie.

In december 2001 arresteerde de Singaporese politie 15 leden van een radicaal netwerk dat zij aanduidden als Jema'ah Islamiyah en dat volgens een in beslag genomen document zou zijn opgericht in Solo. Enkele arrestanten noemden Ba'asyir en een oud-leerling van Al-Mukmin, Encep Nurjaman, alias Hambali, hun leiders. Zij zouden hun `zegen' hebben gegeven voor bomaanslagen tegen Amerikaanse doelen in Singapore. De Maleisische politie arresteerde vorig jaar leden van de radicale Kelompok Mujahidin Malaysia (KKM), die ijvert voor een islamitische staat. Ook zij noemden Ba'asyir hun `geestelijk leider'.

Intussen hebben nog twee terroristen, de Irakees Umar Al-Faruq, die bekend heeft dat hij de contactman van Al-Qaeda in Zuidoost-Azië is, en de Indonesiër Fathur Rahman Al-Ghozi, een in de Filippijnen opgepakte bommenlegger en oud-leerling van Al-Mukmin, de naam genoemd van Ba'asyir. Voor een bevelsverhouding tussen de schriftgeleerde en zijn pupillen bestaan geen bewijzen. Maar meester Abu hoeft geen bevelen te geven, zijn `zegen' volstaat.

    • Dirk Vlasblom