Een geheim is wel wat mensenlevens waard

In Rusland is een staatsgeheim belangrijker dan een mensenleven. En als het moederland het vraagt, liegen de autoriteiten er ook nog op los.

Militaire censuur bestaat in praktijk al en niemand die protesteert, zei journalist Vladimir Pozner gisteravond op radiozender Echo Moskvi. ,,Maar het is niet wettelijk geregeld en journalisten hebben het recht het te negeren.'' Zeker als ze bewijs hebben dat de autoriteiten liegen, voegde hij eraan toe.

In delen van de Russische pers bestaat grote irritatie over de geheimhouding rond het verdovende gas dat bij het gijzeldrama in de Moskouse schouwburg werd ingezet. Maar, zo stelde de staatstelevisie gisteravond: ,,De intellectuelen klagen. Maar het volk voelt instinctief aan dat het moederland voorgaat.''

Zwijgen, ontkennen, liegen: Russische autoriteiten doen het instinctief. Want de leugen regeert, in dienst van het staatsgeheim. En staatsgeheimen zijn altijd waardevoller dan een mensenleven. Russische onderdanen verwachten niet anders; en er is geen land waar de complottheorie derhalve meer aanhang geniet. Alleen Rusland kan een schrijver opleveren als Viktor Pelevin, in wiens romans de ene leugen slechts de volgende leugen verhult en de waarheid uiteindelijk een mystiek complot blijkt. Zo brengt de Sovjet-Unie in zijn Omon en de race naar de maan (1992) een volautomatische onbemande verkenner naar de maan. Maar in de eerste trap van de raket zit een mannetje die de tweede trap met zijn voeten afstoot, terwijl een fietsende kosmonaut het maankarretje aandrijft. De partijtop schiet intussen bij zijn jachtpartijen op soldaten in berenpakken. Dat is veiliger, voor de partijtop dan. ,,De paradox – en, ook weer, de dialectiek – schuilt daarin, dat wij door middel van bedrog de waarheid dienen, want het marxisme draagt de alllesoverwinnende waarheid in zich'', zo wordt de hoofdpersoon in Pelevins roman voorgehouden.

Bureaucraten logen in dienst van het tsarenrijk en in dienst van het communisme. Vorst Potemkim vond een nieuwe term uit toen hij in de pas veroverde en ontvolkte Oekraïne in 1787 nepdorpen liet bouwen langs de route die de koets van tsarina Catherina de Grote aflegde. De politiechef van tsaar Nicolaas I, graaf Benckendorf, instrueerde zijn censors dat ,,Ruslands verleden verbazingwekkend is, zijn heden meer dan voortreffelijk, en wat de toekomst betreft, die is grootser dan zelfs de wildste fantasie zich kan voorstellen''. In de Sovjet-Unie golden soortgelijke richtlijnen, met als enige verschil dat het verleden afschuwelijk was. Statistieken, landkaarten, films en foto's werden zonodig vervalst.

Toen kwam de glasnost, de openheid die partijleider Gorbatsjov proclameerde. Dat was na de ramp in de kerncentrale van Tsjernobyl in april 1986. De bewoners van het stadje Pripjat kregen niets te horen terwijl de fallout op hen neerdaalde, Kiev al evenmin. Wel evacueerden de kaders in stilte hun eigen kinderen. Gorbatsjov loog met een stalen gezicht dat er niets aan de hand was tot het westen hem dwong de ramp te erkennen.

Op de storvloed aan onthullingen over Ruslands weinig fraaie verleden, treurige heden en sombere toekomst die daarop volgde, kijkt de doorsnee-Rus met gemengde gevoelens terug. De glasnost viel samen met een economische, politieke en morele collaps. Van de waarheid kan weinig goeds komen, zo leek. Voor de oligarchen, de nieuwe rijken die na de val van de Sovjet-Unie de media beheersten, was de waarheid vooral handelswaar, kompromat, een wapen om tegen vijanden in te zetten. En toen in 1996 de communisten aan de macht dreigden te komen, sloot de pers even de rangen achter Jeltsin, loog en lasterde in zijn dienst als in de sovjettijd. Een van de campagneleiders, mediabaron Vladimir Goesinsky, heeft er inmiddels spijt van. ,,Ik denk dat we toen als maatschappij iets leerden: dat je geen nobele doelen bereikt met smerige middelen.''

Of de maatschappij dat leerde, is de vraag. In 2000 stemde Rusland massaal op een KGB-kolonel die geen geheim maakte van zijn voorliefde voor manipulatie en geheimen. Onder hem trad in het Kremlin een generatie spindoctors op de voorgrond die opschepten over hun meesterschap in `informatietechnologie', in pi-ar. Een `doctrine van informatieveiligheid' was een van Poetins vroegste hervormingen. De oorlog in Tsjetsjenië raakte in vergetelheid doordat vrije nieuwsgaring aldaar onmogelijk werd gemaakt. Militairen die milieuschandalen hadden onthuld, kwamen alsnog als spion voor de rechter. Zo ook onderzoeker Igor Soetjagin, die zijn onthullingen baseerde op openbare bronnen. Het probleem is, zo zei een anonieme geheim agent, dat Soetjagin ,,met zijn brein staatsgeheimen kan genereren''.

De neiging tot controle werd versterkt door de ramp met onderzeeër Koersk, toen Poetin op waterski's werd betrapt terwijl 118 matrozen voor hun leven vochten. Poetin ontsloeg niet zijn liegende marinetop – dat kwam pas later – maar plaatste de tv-kanalen ORT en NTV onder indirect staatstoezicht. Nu resteert één min of meer kritisch tv-kanaal, TVS. Dat kampt met een krap budget en staat onder curatele van ex-premier Primakov. Onderzoeksjournalistiek wordt nog wel bedreven in kranten als Gazeta en Kommersant, maar die circuleren onder een klein publiek in de grote steden. En de staat blijft de touwtjes aanhalen: vorige maand werd een vaag geformuleerde lijst bekend van plekken die verboden zijn voor buitenlanders. Die vaagheid biedt speelruimte om spiedende ogen te weren.

Het gijzeldrama in Moskou leidt voorlopig tot meer restricties. Op ORT niets over de grimmige realiteit van het Tsjetsjenië van nu, maar de documentaire `Slavenmarkt', met oude video's van Tsjetsjeense ontvoerders die Russische gijzelaars slaan, vingers afsnijden en onthoofden. Persbureau Interfax biedt weinig feiten, maar veel beweringen en betogen. ('Gijzelnemers onder invloed drugs', `Bestorming noodzakelijk') Al is Rusland nog niet terug bij af. De gewenste toenadering tot het westen vormt één rem. De kleine groep Russische journalisten en burgers die niet in cynisme berusten, een andere.