Dolend D66

Met een overduidelijke meerderheid van 470 van de 574 uitgebrachte stemmen verkoos het congres van D66 een jaar geleden Thom de Graaf als lijsttrekker bij de verkiezingen. Dat gebeurde toen de peilingen voor de Democraten ongunstig waren. De neergaande trend, ingezet nadat de partij in 1994 tot de paarse coalitie was toegetreden, liet nog altijd geen kentering zien. Op 15 mei bevestigden de verkiezingen de peilingen: D66 viel terug van veertien naar zeven zetels. Met deze halvering overkwam de partij hetzelfde als de twee andere paarse regeringspartijen. Er was echter één verschil: terwijl de lijsttrekkers van PvdA en VVD als gevolg van de nederlaag terugtraden, bleef D66-leider De Graaf zitten. Dit gebeurde overigens nadat hij zelf zijn positie in de fractie aan de orde had gesteld.

Met de vervroegde verkiezingen in aantocht is binnen D66 alsnog een discussie ontstaan over het leiderschap van De Graaf. Vooralsnog lijkt de kritiek op hem zich te beperken tot een aantal individuen. Maar het is nu eenmaal een gegeven in de politiek dat dit soort dissidente geluiden al gauw hun eigen dynamiek krijgen. De partij kan er dan ook niet omheen: de positie van de politieke leider is aan de orde. De belangrijkste vraag is of de slechte electorale positie van D66 valt te wijten aan het programma of aan de leider. Zeker bij een partij als D66 zijn dit twee elementen die niet los van elkaar te zien zijn. D66-oprichter Van Mierlo was indertijd een van de eersten om vast te stellen dat mensen niet zozeer meer op programma's stemmen, maar op personen. Van Mierlo is daarvan zelf het levende bewijs. D66 verdubbelde in 1994 van twaalf naar 24 zetels toen hij was teruggekeerd als leider. Direct daarna zakte de steun voor de Democraten weer in.

Het heeft alles te maken met de grote mate van conjunctuurgevoeligheid van D66. De partij had in het verleden een grote aantrekkingskracht als tweede keus. Als de `eigen' partij het liet afweten, bleek D66 een aantrekkelijke uitwijkmogelijkheid. Deze `vluchtheuvelfunctie' lijkt in de huidige politieke turbulentie in belangrijke mate te zijn overgenomen door het CDA. Voor `het redelijk alternatief' van D66 is nu even geen plaats. Dat is geen probleem van de leider, maar van partij als geheel.