Bosnië: ontslag Serviërs in Irak-schandaal

De minister van Defensie van de Servische Republiek in Bosnië, Slobodan Bilic, en de legerleider van de Bosnische Serviërs, Novica Šimic, zijn gisteren afgetreden in verband met het schandaal rond de levering van wapens aan Irak. De Amerikaanse regering, die het schandaal aan het rollen bracht, heeft het ontslag ,,een goed begin'' genoemd, maar meer maatregelen geëist.

In een communiqué van de president en de premier van de Servische Republiek werd gisteren gesteld dat het ontslag van de twee ,,de internationale positie'' van de Servische Republiek moet verbeteren, ook al zouden de twee ,,geen directe verantwoordelijkheid'' dragen voor de wapenleveranties aan Irak.

De regering in Banja Luka gaf op 23 oktober toe dat het in Bijeljina gevestigde en voor het leger van de Bosnische Serviërs werkende bedrijf Orao (Adelaar) onderdelen heeft gefabriceerd voor gevechtsvliegtuigen die vervolgens door het Joegoslavische bedrijf Jugoimport aan Irak werden geleverd. Op 24 oktober werden de directeur van Orao, de bevelhebber van de luchtmacht van de Servische Republiek en de directeur van het staatsbureau voor wapenhandel ontslagen. Ook in Belgrado volgden ontslagen bij Jugoimport. De verkoop van wapens aan Irak is een schending van het vredesakkoord van Dayton en van het door de VN opgelegde embargo tegen Irak.

De Amerikaanse regering eiste gisteren van de regeringen van de Servische Republiek en van Bosnië en uitgebreid onderzoek naar de wapenleveranties en strafmaatregelen tegen alle betrokkenen.

Het Joegoslavische blad Blic schreef gisteren dat de Amerikanen al in mei van dit jaar de regering in Belgrado details hebben verschaft over de betrokkenheid van vier Joegoslavische bedrijven bij de fabricage van raketten in Libië en in Irak. Naast Jugoimport zou het gaan om de bedrijven Infinity, Bruner Company en Ede-pro. Experts van deze bedrijven bevinden zich in Irak en Libië. De raketten werden door Ede-pro getest in een voormalige kazerne van het Joegoslavische leger bij Belgrado.

In Joegoslavië is president Vojislav Koštunica in opspraak geraakt door het schandaal: hij heeft steeds geweigerd militaire kopstukken uit de periode-Miloševic te ontslaan; uitgerekend die militaire leiders zitten achter de wapenleveranties aan Irak. Koštunica heeft de directeur van Jugoimport zelfs herbenoemd.