Sluijters heeft de Singers ingehaald

,,Géén ultramodernen, die zal men in de collectie Singer niet aantreffen – en nimmer'', verklaarde in 1954 de traditioneel werkende schilder Jacob Dooijewaard. Samen met Anna Singer, weduwe van de Amerikaanse schilder William Singer, had hij de verantwoordelijkheid voor het behoud en de uitbreiding van de schilderijenverzameling die het echtpaar sinds het begin van 1900 had aangelegd.

William Singer (1868-1943) was de rijke zoon van een Amerikaanse staalmagnaat. In het landelijke dorp Laren lieten de Singers een villa bouwen, `De Wilde Zwanen'. Hier prijkten hun aankopen, zowel van bevriende schilders uit de Larense kunstenaarskolonie als van de gerenommeerde kunsthandel en `hofleverancier' Buffa aan de Amsterdamse Kalverstraat. Door deze uiteenlopende herkomst is de Collectie Singer, die nu in het Larense Museum wordt getoond, een in kunsthistorisch opzicht grillige verzameling van meer dan 700 kunstwerken.

De Singers vergaarden naar persoonlijke smaak en intuïtie, soms zelfs uit filantropische overwegingen om armlastige kunstenaars te helpen. Een vooruitstrevend verzamelaar als P.A. Regnault ergerde zich aan de behoudende smaak van de Singers. Zij kochten geen werk aan van modernistische stromingen als het expressionisme of kubisme; dus Herman Kruyder, Gustave De Smet of Bart van der Leck ontbreken. Rijk vertegenwoordigd zijn daarentegen genoemde Dooijewaard, Albert Neuhuys, Arina Hugenholtz, Anton Mauve en Ferdinand Hart Nibbrig. Zelf was William Singer een verdienstelijk schilder die zich verzette tegen artistieke vernieuwing. Toen Nederland hem te klein werd, trok hij naar Noorwegen. In de onherbergzaamheid daar maakte hij schilderijen met bomen, afgebeeld in een ijzig landschap. Helder en koud (1933) heet een van zijn doeken, of De eenzame den (1942).

Het adagium `géén ultramodernen' bleef gelukkig niet gehandhaafd. Dat is een wondere wending die de museumcommissie al bij leven van Anna Singer nam en na haar dood, in 1962, voortzette. Alsnog gingen moderne expressionisten of eigenzinnige vormvernieuwers als De Smet, Else Berg, Herman Kruyder, Jan Sluijters, Quirijn van Tiel, Herbert Fiedler, Otto B, de Kat en Raoul Hynckes tot de vaste kern behoren. Dat is de verbazing die de toeschouwer treft bij de zorgvuldig samengestelde tentoonstelling. Vanuit een traditionele inzet is een waardevolle en afwisselende collectie modernistische schilderkunst ontstaan. Onvergetelijk is De Smets uitbeelding van Brink te Laren (1916). De bomen rondom de vijver lijken te dansen. Ook Else Bergs Mystieke vijver uit hetzelfde jaar toont een vitale expressie, weergegeven met dieppaars, helrood en blauw in vloeiende lijnen.

De veelzijdigheid van Meet the Singers! uit zich treffend in het contrast tussen een donker, weinig opwindend landschap met schaapskudde van William Singer, pal naast het bedwelmend-luministische Ochtendgloren (1909) door Sluijters. Twee landschappen, maar zó verschillend. Sluijters schept een oneindige ruimte van licht en helle kleuren. En eigenlijk meer: hij schept zich een ruimte van artistieke durf en moed. Sluijters en de zijnen maken goed wat bij William Singer vergeten dreigde te raken: de zeggingskracht van het modernisme.

Tentoonstelling: Meet the Singers! T/m 24/11 in Singer Museum, Laren. Inl. 035-5315656 of www.singerlaren.nl. Catalogus: Collectie Singer door Agnes de Rijk e.a. Uitg. Waanders, €31,50.

    • Kester Freriks