Rioleringskunde op z'n westers

Op de Duurzaamheidstop in Johannesburg werd een akkoord bereikt over meer riolering. Van de 2,4 miljard mensen die thans nog niet over sanitaire voorzieningen beschikken, zou de helft in 2015 die wel moeten hebben. Derhalve zouden deze mensen, net als wij, dagelijks een voldoende hoeveelheid veilig drinkwater aangeleverd moeten krijgen. Een prima zaak. Helaas leert de praktijk dat één en ander dikwijls leidt tot een ernstig misbruik van een groot deel van het afgeleverde leidingwater, namelijk doordat het onnodig wordt vervuild.

Bij de in de welvarende geïndustrialiseerde wereld gebruikte sanitatieconcepten is dit echter allerminst het geval, omdat ze zijn gebaseerd op een grootschalig misbruik van schoon leidingwater voor het wegspoelen van menselijk afval, waaronder het voor de volksgezondheid uiterst risicovolle toiletwater. De ziekteverwekkende organismen bevinden zich namelijk vooral in onze ontlasting, die overigens – gelukkig – in zeer geconcentreerde vorm vrijkomt. Menselijke ontlasting zou beslist niet met veel water in verdunde vorm mogen worden weggespoeld, want we creëren daarmee enorme problemen voor de volksgezondheid en het leefmilieu. Slechts door aanwending van peperdure en ingewikkelde voorzieningen kunnen die worden opgelost, zoals een gigantisch rioleringssysteem, inclusief pompstations en opslagbekkens, voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater ergens ver buiten de woonplek.

De autoriteiten willen iets meer biodiversiteit terug zien te krijgen in ons oppervlaktewater, en scherpen met het oog daarop de lozingseisen steeds verder aan. Realiseert men zich niet hoeveel grondstoffen, `ongerept' landelijk gebied, en geld dat kost? Om aan die soms absurd strenge eisen te kunnen voldoen, moet de afvalwaterbehandeling steeds ingewikkelder en duurder worden, zonder dat dit leidt tot enig meer hergebruik van de verwijderde vervuiling, tot terugwinning van nuttige bijproducten. Integendeel, het gaat gepaard met een hoger verbruik van hoogwaardige energie. Verkokerde duurzaamheid noem ik dit, met werkelijke duurzaamheid heeft het heel weinig te maken.

In verreweg de meeste landen moet het rioolwater onbehandeld worden geloosd omdat de middelen en de kennis ontbreken. Het kan en moet anders. Huishoudelijke afvalstoffen zijn in principe grondstoffen. Bij aanwending van de juiste methoden van inzameling en verwerking, kunnen ze gemakkelijk worden omgezet in energie, meststoffen en organische bodemverbeteraars. Hiervoor zijn technisch eenvoudige en goedkope methoden beschikbaar die geen grondstoffen verbruiken en overal en op vrijwel iedere schaal kunnen worden toegepast, vooral wanneer het afval zo geconcentreerd mogelijk blijft. Dit is precies wat we nodig hebben, we slaan meerdere vliegen in één klap, temeer omdat ze leiden tot een hoge mate van zelfvoorziening, minder afhankelijkheid van dure specialisten en centrale energievoorziening.

Waar het aan ontbrak en meestal nog ontbreekt, is voldoende kennis van zaken bij de gebruiker, waardoor mogelijkheden zelden optimaal worden aangewend. Maar in principe staan ze min of meer `klaar op de plank', ondanks het feit dat er vanuit de gevestigde wereld van de publieke sanitatie nauwelijks is geprobeerd deze methoden verder te ontwikkelen, laat staan helpen implementeren. Integendeel, men stelt het voor alsof de toepassing van deze `achterhaalde' methoden ten koste zou gaan van het woongerief en van de hygiëne op de woonplek, of dat ze technisch op grotere schaal niet realiseerbaar zouden zijn. Niets is minder waar.

Moderne versies van deze methoden worden sinds enkele decennia met zeer veel succes toegepast voor de behandeling van industrieel en agrarisch afvalwater. Ontwikkeld en geïmplementeerd, ondanks tegenwerking vanuit de gevestigde publieke sanitatiewereld. Wat betreft toepassing op industrieel afvalwater loopt Nederland voorop. Afgezien van hergebruik van afvalstoffen leiden ze tot het sluiten van water- en stofkringlopen binnen bedrijven, en daarmee tot economischer productieprocessen. En wat bij de industrie kan, kan ook heel goed in de publieke sanitatie- sector. Maar men wil dat niet, grootschalig transport en toepassing van ingewikkelde zuiveringsmethoden is voor de bedrijfstak veel interessanter. Zolang het duurt. Want ondanks de tegenwerking komt in diverse ontwikkelingslanden één en ander langzaam van de grond.

Getuige de aanbevelingen van `Johannesburg', blijft de sanitatiewereld toch proberen `onze' methoden ook in ontwikkelingslanden geïmplementeerd te krijgen. Ondertussen weet men dat uit sterk vervuild oppervlakte water alleen met behulp van peperdure en zeer ingewikkelde zuiveringstechnologieën, uiteraard ontwikkeld en geleverd door de geïndustrialiseerde landen, weer enigszins betrouwbaar drinkwater is te bereiden. Voor ontwikkelingslanden is dat slechts te betalen op basis van dure leningen verstrekt door diezelfde rijke landen. En zo houden we de druk op de ketel, en scheppen een voor onszelf lucratieve duurzame afhankelijkheid van de Derde Wereld.

G. Lettinga is emeritus hoogleraar milieutechnologie aan de Wageningen Universiteit.

Gerectificeerd

Rioleringskunde

In het artikel Rioleringskunde op z'n westers (28 oktober, pagina 6) is een zin weggevallen, waardoor de indruk is gewekt dat in de geïndustrialiseerde wereld zuinig wordt omgegaan met schoon water. De juiste tekst luidt: ,,(...) de praktijk leert dat een en ander dikwijls leidt tot een ernstig misbruik van een groot deel van het afgeleverde leidingwater, namelijk doordat het onnodig wordt vervuild. Dit is strijdig met het begrip duurzaamheid, want ook schoon water is een grondstof waarmee zuinig moet worden omgegaan. Bij de in de welvarende geïndustrialiseerde wereld gebruikte sanitatieconcepten is dit allerminst het geval, omdat ze zijn gebaseerd op een grootschalig misbruik van schoon leidingwater voor het wegspoelen van menselijk afval, waaronder het voor de volksgezondheid uiterst risicovolle toiletwater.'

    • G. Lettinga