Poetins dilemma

Het dilemma voor president Poetin en zijn crisisteam was verscheurend. De tientallen Tsjetsjeense terroristen, die sinds woensdag met wapens en bommen bezoekers van een buurttheater gijzelden, waren maar op één ding uit: de ruim 750 gijzelaars én de regering vernederen. Poetin had daarom haast. Toen er zaterdagochtend werd geschoten, stond hij voor de keus welk kleinste kwaad hij verkoos. Hij besloot de aanval te openen. Het ergste – het opblazen van het theater met alles en iedereen – werd zo voorkomen. De prijs is niettemin hoog. Poetin zelf heeft dat niet toegegeven. ,,Wij hebben getoond dat Rusland niet op de knieën gaat'', zei hij en hij verontschuldigde zich voor het feit dat er onschuldige slachtoffers waren gevallen.

Poetin vertolkt echter slechts één kant van de atmosfeer. In brede kring overheerst inderdaad het overwinningsgevoel dat Rusland zich, anders dan bij de vorige Tsjetsjeense gijzeling in Boedjonovsk zeven jaar geleden, niet heeft laten vernederen en dat het elitekorps Alfa in staat is gebleken de meerderheid van de gijzelaars te redden.

Maar die tevredenheid over de daadkracht van de regering ebt nu al weg. Niet alleen omdat het aantal slachtoffers binnen een etmaal bijna is verdubbeld – zaterdag maakte de onderminister van Binnenlandse Zaken nog gewag van 67 doden, gisteren waren het er al 118 – maar vooral omdat artsen in Moskou onthulden waarom ze waren gestorven. Bijna alle omgekomen gijzelaars zijn bezweken aan het gas dat het theater was ingespoten voor de bestorming. Medici noch andere hulpverleners waren daarop voorbereid. Omdat de artsen nog steeds niet weten welk gas is gebruikt en nog tientallen gijzelaars in coma liggen kan het dodental verder oplopen. Om maar te zwijgen van de gezondheidsrisico's voor honderden anderen.

Deze welhaast arrogante onwil van het Kremlin om openheid te verschaffen is niet bevorderlijk voor de onrust die de tereurdaad in Rusland heeft teweeggebracht. De toezegging van de gemeente Moskou dat nabestaanden een uitkering van honderdduizend roebel (3.500 euro) krijgen compenseert amper. Daar komt bij dat de nu al acht jaar durende Tsjetsjeense oorlog op paradoxale wijze op de agenda is gezet. Ook al worden terroristen verslagen, terreur is nooit zonder effect. Vooral omdat het terroristen tegenwoordig steeds minder om concrete politieke doelen gaat maar veeleer om het scheppen van abstracte angst. De participatie van vrouwen bij de gijzeling illustreert dat een groeiend aantal Tsjetsjeense separatisten zich niet meer om het eigen leven bekommert, maar zich spiegelt aan de suïcidale methodes van Al-Qaeda.

De terreuractie in Moskou heeft de Tsjetsjeense `zaak', die vanaf het begin weliswaar met verderfelijke middelen is bepleit maar in de kern niet onzinnig is, in Rusland en het Westen danig in diskrediet gebracht. Wie sinds vorige week nog pleit voor een politieke benadering van het onafhankelijkheidsstreven in de Kaukasus weet zich a priori geïsoleerd. Dat neemt niet weg dat de radicale Tsjetsjeense separatisten daaraan geen boodschap hebben. Ze willen permanente paniek zaaien onder de Russische bevolking. Afgelopen week zijn ze daarin helaas maar al te goed geslaagd.

Toegeven aan deze terreur was uiteraard ondenkbaar. Maar de afwikkeling van de gijzeling stemt niet optimistisch over de toekomst. Zolang de regering-Poetin het staatsbelang laat prevaleren boven de menselijke factor, kan de oorlog om Tsjetsjenië zich voortslepen en kunnen terroristen gewone burgers in een voortdurende greep van angst gijzelen. De tweesprong waarvoor Poetin zaterdag stond is klein vergeleken bij dit dilemma.