Nederland kreeg in Brussel niet veel klaar

Opgewekt verliet premier Balkenende zijn eerste Europese top. Toch leverde het Brussels beraad veel minder op dan Nederland wilde.

De Deense premier Anders Fogh Rasmussen moet een gelukkig man zijn. Als voorzitter van de Europese Unie mag hij vandaag in Kopenhagen de aftrap verrichten voor de slotonderhandelingen met tien kandidaat-lidstaten. Het moet wel heel raar lopen wil dit overleg geen akkoord opleveren over toetreding van deze tien landen tot de Europese Unie in 2004.

Tot grote opluchting van Rasmussen en de tien kandidaten zijn binnen een week twee donkere wolken opgetrokken die zich hadden samengepakt boven het alom als ,,historisch'' bestempelde uitbreidingsplan. Eerst stemde Ierland alsnog per referendum in en vervolgens haalde het opstandige Nederland goeddeels bakzeil.

Demissionair premier Jan Peter Balkenende zette vrijdagavond opgewekt een punt achter zijn eerste grote Europese optreden. ,,Als de heer Zalm fair is, zou hij niet ontevreden mogen zijn'', aldus Balkenende. Verder wilde hij ,,zijn plezier'' over het resultaat niet laten vergallen door zich vast te pinnen op een tijdstip waarop de door Nederland zo verfoeide inkomenssteun aan boeren zou aflopen.

Dat is alleszins begrijpelijk, want Balkenende's monterheid kan niet verhullen de uitkomst van `Brussel' nogal verschilt van de verlangens waarmee hij naar de EU-hoofdstad was afgereisd. De coalitiepartijen van zijn inmiddels gevallen kabinet zijn weliswaar hopeloos verdeeld, maar met steun van het CDA en vrijwel de gehele oppositie kon Balkenende in Brussel toch een `Nederlands standpunt' inbrengen.

De Nederlandse gelegenheidscoalitie wilde drie dingen. Strenge toetsing van de bestuurlijke voorwaarden in de nieuwe EU-landen, ook na de officiële datum van hun toetreding; uitzicht op beëindiging van de directe inkomenssteun aan Europese boeren; en tenslotte afspraken over hervorming van de Europese landbouwpolitiek parallel aan de uitbreiding.

De regeringsleiders van de vijftien EU-landen hebben elkaar in Brussel uiteindelijk gevonden op strenge monitoring van de voorwaarden voor de duur van drie jaar na toetreding. Daarbij bestaat de mogelijkheid van speciale vrijwaringsclausules op het terrein van de interne marktwerking en dat van justitie en binnenlands bestuur. De Europese Commissie had hiervoor een `wachttijd' van twee jaar voorgesteld; Nederland heeft zich met succes sterk gemaakt voor verlenging met één jaar.

De beide andere Nederlandse eisen betroffen de landbouwpolitiek. Hier werden Balkenende en zijn collega's in Brussel geconfrontreerd met een bilateraal akkoord over toekomstige landbouwuitgaven dat Frankrijk en Duitsland vlak voor de top bereikten. Helemaal overwacht kwam dat niet. Minister Cees Veerman van Landbouw had er begin vorige maand al op gezinspeeld – wat hem kwam te staan op een reprimande van zijn premier. En staatssecretaris Atzo Nocolaï had eerder laten weten dat een eventuele Frans-Duitse deal voor Nederland ,,heel moeilijk'' te negeren viel.

Het Frans-Duitse onderonsje leverde een `plafond' voor de EU-landbouwuitgaven voor de periode van 2007 tot en met 2013. Afgesproken is deze te bevriezen op het niveau van het jaar 2006 (het laatste jaar van de lopende financiële afspraken). Onder Nederlandse druk blijft de inflatiecorrectie beperkt tot één procent per jaar, zodat vanaf 2007 waarschijnlijk sprake zal van een reële daling.

Maar noch op beëindiging van de directe inkomenssteun aan boeren, noch op hervorming van de Europese landbouwpolitiek – de twee andere Nederlandse verlangens – hebben de regeringsleiders zich laten vastpinnen. De strijd over deze door Nederland begeerde landbouwhervorming moet dus in feite nog gestreden worden.

Daarbij zit nog een addertje onder het gras. Want de bevriezing heeft betrekking op een deel van de landbouwuitgaven, te weten de markt- en prijssteun (nu ongeveer 20 procent van het totale landbouwbudget van ongeveer 45 miljard euro per jaar) en de directe inkomenssteun (ongeveer 70 procent). De resterende 10 procent betreft plattelandsontwikkeling en valt dus niet onder het `plafond'.