Mierenpuntjepuntje

Op de groenteafdeling in mijn supermarkt hoorde ik deze week twee vrouwen met elkaar praten over de liefde. Terwijl ik de broccoli stond af te wegen, zei een van hen, een beetje boos: ,,Maar hij is ook zo'n Pietje Precies, echt een mierenpuntjepuntje.''

Het Groene Boekje telt negen samenstellingen met mieren-, van mierenegel (`egelachtig dier met een lange snuitvormige bek en een lange tong') tot mierenzuur, maar het was iedereen duidelijk wat hier werd bedoeld. Persoonlijk heb ik niks tegen het woord mierenneuker, ik zou het vrijwel gedachteloos in iedere omgeving gebruiken. Maar door het laatste woorddeel te vervangen door `puntjepuntje' kreeg het opeens iets voos, iets onsmakelijks.

Bij mijn weten is het tamelijk uitzonderlijk dat iemand in een gesprek een deel van een woord vervangt door puntjes. Ik bedoel: je gebruikt zo'n woord of je gebruikt het niet. Bij uitdrukkingen ligt dat weer anders. Al heel vaak heb ik mensen dingen horen zeggen als: ,,Ja zeg, ik sta hier niet voor de kat z'n je-weet-wel.'' Zo'n uitdrukking dwingt je als het ware om iets te zeggen dat je, bij nader inzien, ongepast vindt. Veelvoorkomende oplossing: het taboewoord vervangen door iets onschuldigers. Van Dale geeft als mogelijkheden: ,,voor de kat z'n kut, reet, rozijn, viool, linkeroog, staart''.

Eigenlijk is het vervangen van woorddelen of letters door puntjes iets uit de schrijftaal. In de woordenboeken begon men hiermee in de tweede helft van de 19de eeuw. Eeuwenlang had men platte woorden helemaal niet opgenomen, alsof ze niet bestonden. Maar toentertijd raakte men steeds meer geïnteresseerd in de volkstaal, en bij de beschrijving daarvan kon men nauwelijks om grove en beeldende taal heen, want die ligt het volk nu eenmaal in de mond bestorven. De oplossing: reeksen puntjes.

Het is curieus om te zien welke woorden indertijd wél, en welke geen puntjes kregen. Zo voorzag spreekwoordenverzamelaar P.J. Harrebomée (1809-1880) schijten en kakken wel van puntjes, maar stront en gat niet. En dus nam hij zegswijzen op als: ,,Men moet zich van geene jongens op het hoofd laten sch..., of men wordt daarna wel met stront gesmeten.'' En: ,,Zijne liefde brandt als de damp van eenen versch gek... koestront in eene blikken lamp.''

In gesproken taal werkt de puntjestruc alleen bij algemeen bekende, samengestelde woorden die beginnen met een neutraal woord en die eindigen op een taboewoord. Je zegt niet ,,hij is een ontzettende klootpuntjepuntje'', want dan is het leed al geschied. Maar de truc is toepasbaar op alle samenstellingen die eindigen op -neuker en daarvan blijken er meer te zijn dan ik wist. Zo vermeldt de Grote Van Dale centenpuntjepuntje, komma-, kont-, mieren-, op- en woord-. Plus pietjesneuker (`iemand die over kleinigheden valt'), spekneuker `(volkstaal) man met een voorliefde voor seks met forsgebouwde vrouwen' plus nog handneukertje en vestzakneukertje, beide als `koosnaam voor een kleine vrouw'.

Begin vorige week demonstreerde Philip Freriks bij Het Journaal nog een variant op de puntjestruc. De Nederlands-Marokkaanse rapper Raymzter was de afgelopen dagen vaak bij MTV te zien met een lied over `kut-Marokkanen'. De NOS beschouwde dit terecht als nieuws, maar hoe dit te brengen?

In de opening van Het Journaal zei Freriks nog dat er een rapsong was gemaakt over de KA-UU-TEE-Marokkanen, maar in het eigenlijke item voegde hij hieraan toe: ,,over de KA-UU-TEE-Marokkanen, als ik het zo mag uitspreken''. Of hij dit zelf een beetje te omslachtig vond, of dat een en ander – in een poging een jonger publiek aan te spreken – zorgvuldig was ingestudeerd, weet ik niet, maar meteen hierna zei Freriks met een enigszins ondeugende blik in de camera: ,,Over de kut-Marokkanen dus.''

Naderhand is het altijd moeilijk om dergelijke mijlpalen in de taalgeschiedenis terug te vinden, dus ik leg het hier maar even vast: op 21 oktober 2002, omstreeks tien over acht, was op Het Journaal, dat ijkpunt van correct Nederlands, te horen uit de mond van een nieuwslezer: KA-UU-TEE én eh, kuhpuntjepuntje.

(reacties en aanvullingen naar sanders@nrc.nl)

    • Ewoud Sanders