`Marokkanen communiceren anders'

De ouders van Khalid L., hoofdverdachte van de moord op René Steegmans in Venlo, zeiden op tv dat hun zoon geen moordenaar is, maar wel vermoordt wie aan hem komt. Bedoelden zij wat zij zeiden?

Ze wil het niet goed praten, want het was ,,merkwaardig dat ze niks zeiden over die dode jongen''. Maar ze vraagt zich wel af of je mensen voor de camera moet halen van wie de zoon ,,net een dodelijk misdrijf heeft gepleegd'', die ,,waarschijnlijk analfabeet zijn'' en die hoe dan ook anders denken en praten dan hier gewoon is.

De Marokkaanse Rabiaa Bouhalhoul zat vrijdag met toenemende verontrusting te kijken naar het televisieprogramma Netwerk. Daarin zei de vader van Khalid L., de 18-jarige Marokkaan die hoofdverdachte is van de moord op René Steegmans, dat zijn zoon ,,geen moordenaar'' is, maar dat hij was ,,beledigd door die ander'' en ,,wie aan hem komt vermoordt hij''.

De moeder beaamde dat en voegde eraan toe dat het was voorbestemd dat het slachtoffer ,,die ellende mee zou maken''. Haar zoon was daarbij ,,Gods instrument''. Beiden spraken Arabisch. De moeder, uiterlijk onbewogen, schonk thee en repte met geen woord over het slachtoffer en diens familie. In Venlo ontstond grote beroering over de uitzending. De ouders van Khalid L. krijgen sinds zaterdag politiebewaking.

,,Ik dacht: mens, hou nou toch op met dat thee schenken'', zegt Bouhalhoul, projectadviseur `sociale integratie' in Rotterdam en auteur van twee boeken over Marokkaanse ouders. Naar aanleiding van het boek Een kwestie van Vertrouwen vroeg de gemeente Venlo haar een paar jaar geleden een opvoedcursus voor Marokkaanse ouders te geven. Dat deed ze. ,,Dus ik dacht ook: wat gaat dit betekenen voor de gemeenschap in die stad? Want nu gaat het niet meer over een individu en wat hij fout heeft gedaan, maar over alle Marokkanen.''

En die Marokkanen, zegt ze, ,,hebben een andere manier van communiceren'' dan Nederlanders. De opmerking van de moeder dat ,,wij niks kunnen doen als dit de wil van God is'' bijvoorbeeld, moet niet worden opgevat als een weigering om verantwoordelijkheid te nemen. Bouhalhoul: ,,Dat zegt die moeder om uit te drukken dat je als individu wel van alles kunt willen, maar dat er nog een grotere macht bestaat dan jijzelf. Het is een rituele uitspraak, die mensen gebruiken in situaties van machteloosheid. Als je bij ons iemand die ziek is vraagt hoe het met hem gaat, zal hij niet zeggen dat het slecht gaat. Hij zal zeggen: Goed, dankzij God. En dan bedoelt hij dat het slecht gaat, maar dat hij dat accepteert.''

Deze indirecte manier van antwoorden vindt niet alleen zijn weg in ritueel-religieuze uitspraken, maar ook in de gewone omgang. Bouhalhoul, zelf moeder van drie kinderen, stuit er vaak op in haar contacten met scholen, waar het een bron van misverstanden met ouders vormt. ,,Marokkanen geven bijvoorbeeld geen direct antwoord als ze denken dat ze daarmee iemand beledigen. Dus dan zeggen ze `ja' terwijl ze `nee' bedoelen. Nederlanders zeggen dan: Die Marokkaan liegt. Maar dat is niet zo, het is een vorm van beleefdheid.''

In dat licht moeten volgens haar ook de andere uitspraken van de ouders worden gezien. [Vervolg VENLO: pagina 10]

VENLO

'Ze geven de moord indirect toe'

[Vervolg van pagina 1] Bouhalhoul: ,,Dat is natuurlijk een bizarre manier van praten, dat vond ik zelf ook. Maar als je wilt proberen het te begrijpen, dan moet je bedenken dat deze mensen niet zomaar kunnen zeggen dat hun zoon een moordenaar is. Dat is veel te direct. Dus wat zij doen, is het indirect toegeven. Als die vader zegt dat zijn zoon sterk is en wel twee mannen tegelijk aankan, dan bedoelt hij te zeggen dat zijn zoon een moordenaar is. Maar dat zegt hij niet, hij zegt het anders.''

Daar komt nog bij dat ,,we bij ons niet zijn gewend te praten over onze eigen gevoelens of die van een ander'', zegt Bouhalhoul. Dit verschil tussen Nederlanders en Marokkanen zet deze laatsten vaak op achterstand.

Bouhalhoul: ,,En vaak, hier ook, wordt die achterstand nog versterkt doordat deze mensen weinig of geen opleiding hebben. Ze komen van het platteland en zijn het niet gewend te praten over dingen die hen raken. En dan worden zulke ouders zomaar voor de camera's gezet.''

Naast de misverstanden die ontstaan door een andere manier van praten en denken, speelt ook machteloosheid van ouders vaak een rol in de opvoedkundige problemen. In de cursussen die Bouhalhoul geeft, vraagt ze of ouders weten waar hun kinderen uithangen: hoeveel uur ze op school doorbrengen, hoeveel uur op straat, hoe ze zich daar gedragen.

,,Veel ouders vertellen dan dat ze er niet meer tussen komen, dat hun kinderen met vrienden zijn en dat ze zich machteloos voelen'', zegt ze.

,,Vaak zijn deze mensen al hun illusies kwijt. Ze kwamen vol trots en durf naar dit land, maar daar is weinig meer van over. Ze zijn hier hun kinderen kwijt geraakt, die zijn vreemdelingen voor hen geworden.''

Die machteloosheid, denkt ze, kenmerkt ook de ouders die vrijdag op televisie waren te zien. ,,Zij worden hier nu op aangesproken, alsof zij zelf de daders zijn. Maar in plaats van zulke beschuldigingen hebben ze hulp nodig. Zij hebben het niet gedaan.''