Lofzang op de gemeenschapszin

Het individualisme geldt als het fundament van onze samenleving, maar samenwerking en gemeenschapszin hebben minstens zo veel bijgedragen aan maatschappelijke en economische ontwikkeling als individuele acties, vindt George Gelauff. Deel vijf van een serie.

De waarde van individualisme en de norm van zelfbeperking vormen het fundament van onze samenleving, volgens Paul de Beer en Jola Jakson (Opiniepagina, 28 september). Herstel van waarden en normen dient zich daar dan ook op te richten. Is dat wel zo? Er is veel te zeggen voor de stelling dat samenwerking en gemeenschapszin van groter belang zijn dan individualisme.

De basisprincipes van het pleidooi voor het individualisme blinken uit door hun eenvoud. Acties van individuen en keuzevrijheid hebben ons op grote maatschappelijke, culturele en economische hoogten gebracht. Maar vrijheid is niet onbegrensd, want de vrijheid van de een kan schade toebrengen aan de ander. Dus zijn zelfbeheersing en zelfbeperking nodig om individualisme tot bloei te laten komen. De afgelopen tijd is de zelfbeperking van burgers afgenomen. Herstel van het evenwicht vraagt herstel van waarden en normen, want zelfbeperking afdwingen met alleen law and order werkt niet.

Dit op individu en keuzevrijheid gebaseerd pleidooi lijkt typisch iets voor economen. Toch is er juist op grond van recente economische inzichten wel wat op af te dingen. Samenwerking en gemeenschapszin hebben minstens zo veel bijgedragen aan maatschappelijke en economische voorspoed als individuele acties. Al in het begin van de mensheidsgeschiedenis bij de eerste landbouwsamenlevingen bleek het geheel meer dan de som der delen. Individuele uitvindingen spreken tot de verbeelding, maar zijn bij nader inzien lang niet zo individueel als men vaak denkt. Meestal blijken verscheidene onderzoekers bezig met verwante activiteiten. Technologische ontwikkeling komt dan tot stand uit een combinatie van onderlinge kennisuitwisseling en prikkels om als eerste iets nieuws te claimen. Daarnaast zijn vele technologische vindingen een direct gevolg van samenwerking. Grote bedrijven hebben hun onderzoek en ontwikkelingswerk voor een belangrijk deel tot routine gemaakt in onderzoeksteams. Vaak werken die bedrijven weer onderling samen aan fundamentele onderzoeksvragen in research joint ventures.

Individuele keuzevrijheid realiseert lang niet altijd alle voordelen van samenwerking. Vaak hebben individuen of afzonderlijke bedrijven mogelijkheden keuzes te maken die in hun persoonlijk belang zijn, maar niet in dat van de groep of het samenwerkingsverband waartoe ze behoren. Toch brengen ze anderen daar niet direct schade mee toe, de vrijheid van anderen vermindert er niet door. Wel belemmeren ze de ontwikkeling van de groep of de samenleving als geheel. Ik kan in mijn werk kiezen een collega een handje te helpen of niet. Als ik het niet doe, belemmer ik de keuzevrijheid van die collega geenszins, zij heeft alle ruimte de kwestie zelf op te lossen. Het scheelt me bovendien werk waar ik vaak niet eens direct op aangesproken wordt. Toch is, als iedereen zich zo gedraagt, de organisatie waar ik werk een stuk slechter af. De productiviteit ligt lager en de werksfeer ook.

Dit soort voorbeelden komen we dagelijks tegen: individuele bijdragen aan teamwerk, vrijwillig delen van kennis met anderen, even die rommel opruimen die op straat ligt zodat het minder uitnodigt om er andere rommel bij te gooien, etc.

Het kan daarom niet alleen in het gemeenschappelijke maar ook in het individueel belang zijn om beperkingen op te leggen aan de vrijheid die verder gaan dan geen schade toebrengen aan de ander. Die gebondenheid stelt ons gemeenschappelijk in staat tot grotere hoogten te komen dan waar de som van alle individuen toe zou komen.

Mensen hebben ook een neiging om zichzelf beperkingen op te leggen ten dienste van het geheel. Waarom zou ik me druk maken om de automobilist die ik ergens rechts af zie slaan waar dat verboden is, als ik op de andere weghelft rijd en er geen enkele hinder van ondervind? Toch voel ik de neiging er iets van te zeggen als dat zou kunnen. Dat kost me tijd en energie en is, geredeneerd vanuit individueel keuzegedrag, puur irrationeel. Het is een voorbeeld van reciprociteit ofwel wederkerigheid. Bij oneerlijk gedrag van anderen reageren mensen vaak sterker met sancties dan van een individualist verwacht zou mogen worden. Omgekeerd zijn mensen als reactie op een vriendelijke behandeling vaak meer tot samenwerking geneigd dan het pure eigenbelang zou aangeven. Boeiende experimenten in het opkomende vakgebied van de experimentele economie tonen dit gedrag aan.

Sociale normen en reciprociteit impliceren dat mensen elkaar in bepaalde gevallen zelfs vertrouwen als economische prikkels voor vertrouwen ontbreken. Omdat het sociale banden ondersteunt en groepen samenbindt, kan het aanleren van reciprociteit een evolutionair voordeel geboden hebben in de ontstaansgeschiedenis van de mens. Met andere woorden, waarden en normen gericht op gemeenschapszin kunnen voor ieder voordelige samenwerking dichterbij brengen en daarom superieur zijn aan individualisme.

Sociale waarden en normen uiten zich ook in solidariteit. Mijn keuzevrijheid wordt niet beknot als een ander onder het bestaansminimum leeft. Als die ander maar ver genoeg van mij af staat, hoef ik me ook weinig zorgen te maken dat hij of zij me schade toebrengt. Een oplossing van het individualisme voor maatschappelijke tegenstellingen kan dan ook zijn om afstand te creëren. Denk maar eens aan goed afgeschermde en bewaakte Amerikaanse voorsteden. Daarentegen is solidariteit tussen degenen die onder een gunstig gesternte geboren zijn en degenen die vanuit een minder goede startpositie leven, voor velen een belangrijke waarde. Sociale grondrechten mogen dan in het leven geroepen zijn om individuen te vrijwaren van materieel gebrek, het bestaan van deze grondrechten is moeilijk puur vanuit individualisme te verklaren.

Daar komt bij dat mensen lang niet altijd goed om kunnen gaan met individuele keuzevrijheid. Fascinerende ontwikkelingen op het grensvlak van psychologie en experimentele economie zetten ook hier vraagtekens bij het economisch wereldbeeld van de rationele individualist. Zo stellen experimenten bijvoorbeeld tijdsconsistentie ter discussie. Mensen hebben een relatieve voorkeur voor het heden. Zij beoordelen een afweging tussen vandaag en morgen anders dan tussen twee opeenvolgende dagen in de toekomst. Het is veel moeilijker om vandaag een klus ter hand te nemen en iets leuks tot morgen uit te stellen, dan nu te beloven in de toekomst die klus eerst te doen. Beslissingen in het heden zijn daarom kortzichtig vanuit het gezichtspunt van dezelfde persoon uit het verleden. Soms kan beperking van keuzevrijheid daarom direct in ons eigen belang zijn. Gemeenschappelijke waarden zoals `stel niet uit tot morgen wat vandaag kan worden gedaan' helpen om onszelf te binden. Ook hier legt de ander ons geen strobreed in de weg, dat doen we zelf wel.

Gemeenschapszin is niet hetzelfde als het romantische dorpje. Natuurlijk is het individualisme niet weg te denken in onze samenleving. Dat impliceert echter niet dat we het tot hoogste doel moeten verklaren. De kunst is om gemeenschapszin te plaatsen in een veel individualistischer samenleving. Er is duidelijk minder plaats voor homogene, gesloten en historisch gegroeide groepen met sterke sociale controle en stabiele waarden en normen. In een individualistischer samenleving met kortere relaties en fluïde netwerken kan het reputatiemechanisme samenwerkingsrelaties en gemeenschapszin ondersteunen. Informatie en communicatietechnologie bieden hier kansen doordat zij snelle overdracht van reputatie mogelijk maken. Menig bedrijf heeft dat al ervaren. Dit is een verschuiving van gesloten naar open sociaal kapitaal.

Er is dus meer onder de zon dan individualisme. Keuzevrijheid is een groot goed. Inperken van de persoonlijke vrijheid om een gemeenschappelijk doel te bereiken kan echter zowel in het gemeenschappelijk belang zijn als in het persoonlijk belang. Waarden en normen gericht op gemeenschapszin bieden een basis voor vruchtbare samenwerking die buiten het bereik blijft van het individualisme.

George Gelauff is econoom.