Jason Moran

De meeste jonge jazzpianisten zoeken hun inspiratie dicht bij huis. Bij levende idolen als Herbie Hancock, Chick Corea en de nog niet zo lang overleden goeroe Bill Evans. Zoniet Jason Moran die op zijn eerste soloplaat Modernistic een gebied bestrijkt dat van Robert Schumanns Auf einer Burg tot Afrika Bambaata's raphit Planet Rock loopt. Nog opvallender dan deze breedheid is het feit dat Jason ook in zijn eigen composities, zes in getal, afziet van elke standaardformule. Zijn werkwijze is die van een zonderlinge klusjesman die na elk succesje het stof van zich afspoelt voor hij aan iets nieuws begint.

Dat deze cd, Jasons derde op eigen naam, desondanks als een eenheid klinkt is niet makkelijk te verklaren. Ligt het aan zijn losse toucher, zijn onnadrukkelijke presentatie? Het feit dat hij net als bijvoorbeeld Erik Satie, zonder daar op uit te zijn, het verschil tussen hoge en lage cultuur teniet doet? Jason Moran is een overtuigende artiest, ook als hij in Moran Tonk circa 1936 met een degelijke vleugel bij de hand, kiest voor een malle mini-piano die zo vals is als de hel.

Jason Moran: Modernistic (Blue Note 7243 5 39838 2 6). Distr. EMI