Iedereen lijdt onder de vaste boekenprijs

Vandaag plaveien Boris Dittrich (D66) en Femke Halsema (Groenlinks) een stukje van de weg naar de hel. Met ongetwijfeld de beste bedoelingen presenteren zij hun wetsvoorstel waardoor de vaste boekenprijs, nu Europa hem echt gaat verbieden, toch kan blijven bestaan. Een tragische gebeurtenis, veroorzaakt door een hardnekkig misverstand. Want de vaste boekenprijs deed en doet in werkelijkheid meer kwaad dan goed.

Het systeem waarbij een boek in alle winkels hetzelfde kost, zou garanderen dat een breed aanbod van boeken blijft bestaan, rijp en groen, populair en elitair, traditioneel en experimenteel, banaal en buitenissig. Dat is overduidelijk niet waar. Herman Stevens klaagde onlangs op deze pagina (23 oktober) nog terecht over de verwoestende snelheid waarmee de `verbestsellering' van uitgeverij en boekhandel de laatste jaren om zich heen grijpt, ondanks de vaste boekenprijs.

Maar niet alleen ligt dat veelgeroemde brede aanbod niet in de winkel, het bestaat grotendeels helemaal niet. Verreweg de meeste boeken zijn al snel na verschijning niet meer verkrijgbaar. Slechts één op de drie haalt ooit een herdruk, de rest gaat na twee jaar onverbiddelijk in de papiermolen of naar de Slegte. Een voorbeeld: van elke tien nieuwe titels die de gerenommeerde uitgeverijen Contact, L.J. Veen en Atlas vijf jaar geleden aanboden, zijn er nu minder dan twee nog leverbaar. Alleen de destijds aangeboden managementboekjes zijn er nog allemaal. Die mooie maar buitenissige boeken bestaan alleen in oude fondlijsten. De lezende consument heeft er niets aan.

De vaste boekenprijs zou tevens het areaal aan goede, breed gesorteerde boekhandels instandhouden, door onderlinge prijsconcurrentie weg te nemen. Ook dat is aantoonbaar onzin. Tijdens het bestaan van de vaste boekenprijs is het bestand gestaag afgekalfd en heeft de `verblokkering' even hard toegeslagen als in andere sectoren van de detailhandel. De kwaliteitsboekhandels hebben er dus niets aan. Ook de ontwikkeling in het best met Nederland vergelijkbare buitenland waar de vaste boekenprijs is afgeschaft, Engeland, wijst daarop. De afkalving is er ongeveer even sterk, de boekhandelarenbond gaf zijn pogingen om de effecten van de vrijlating van de boekenprijs in kaart te brengen al snel op. Ze bleken eenvoudig tussen alle andere invloeden niet meetbaar.

Veel zelfstandige boekhandels staat het water tot de lippen en zij verdienen een beter lot. Maar de vaste boekenprijs is eerder een steen aan hun voeten dan de vermeende reddingsboei. Dat komt doordat het alleen maar een vaste consumentenprijs is. Voor de inkoopsprijs geldt gewoon het recht van de sterkste.

De doorsnee boekhandelaar betaalt als inkoopsprijs gewoonlijk zestig procent van de (vaste) verkoopprijs, uit de marge van veertig procent betaalt hij zijn winkel, zijn personeel en zichzelf. Maar massa-afnemers als AKO, Bruna, de overige ketens, de clubs en de warenhuizen bedingen veel grotere marges: zestig tot zeventig, soms zelfs tachtig procent. Dat verschil mogen zij wegens de vaste boekenprijs niet doorgeven aan de consument en verdwijnt dus als pure overwinst in hun zakken. Zo brengt de vaste boekenprijs de onafhankelijke kwaliteitsboekhandel in een hopeloze concurrentiepositie.

Maar ook de consument wordt hierdoor extra benadeeld. De extra winsten op bestsellers die de vaste boekenprijs aan de uitgevers zou garanderen, en waaruit die dan al dat cultureel verantwoorde werk zouden financieren, bestaan immers niet. Dat geld gaat op aan die krankjorum hoge inkoopkortingen, waaraan ook de auteur vaak moet meebetalen in de vorm van door de uitgever afgedwongen lagere royaltypercentages.

De vaste boekenprijs benadeelt dus de consument, de auteurs en de kwaliteitsboekhandel. Voor de uitgevers is het een vrijbrief om zich door grote afnemers te laten ringeloren, en die grootafnemers lachen zich rijk. Dat D66 en Groenlinks zo'n misstand bij wet willen sanctioneren, is nauwelijks te bevatten.

Rik Smits is schrijver.