Hup, daar gaat weer een dogma

De theoloog prof.dr. H.M. Kuitert (77) hield in een reeks goed verkochte boeken opruiming onder traditionele geloofsvoorstellingen. Onlangs verscheen – misschien – zijn laatste boek waarin Kuitert God tot product van menselijk denken verklaart. Hoe beoordelen gelovigen en mede-theologen zijn werk?

Een Amsterdams geluid: ,,God, mensen, professor Kuitert heeft een nieuw boek geschreven. Professor Kuitert heeft alweer een nieuw boek geschreven. Professor Kuitert. Gereformeerd. Een theoloog, een `god-geleerde'. Zijn hele leven les gegeven op de VU, de Vrije Universiteit, maar nu alweer flink wat jaartjes met pensioen. Die professor Kuitert zit niet stil.' De eerste woorden van de preek die pastor Pierre Valkering op zondag 29 september hield in de Amsterdamse rooms-katholieke Vredeskerk na te lezen op de website van de kerk (www.amsterdam.vredeskerk.nl/preek/archief).

Een Rotterdams geluid: ,,Het ligt weer met stapels tegelijk bij de boekhandel, het nieuwste boek van Harry Kuitert. Je hebt het vorige nog niet eens helemaal uit, of bent er nog nauwelijks van bekomen, of het volgende exemplaar ligt er al. Gaandeweg wordt dat, als je ook nu tot koop zou overgaan, een heel plankje Kuitert. Kloeke boeken met een heldere boodschap: het is allemaal niet zoals we het geleerd hebben, God bestaat gewoonweg niet.' Woorden van een anonieme scribent in het maandblad van de hervormde Grote of Sint-Laurenskerk.

Elke nieuwe publicatie van de gereformeerde dr. H.M. Kuitert, als hoogleraar ethiek en inleiding in de dogmatiek sinds 1989 geëmeriteerd, veroorzaakt weer een schokgolf door kerkelijk Nederland. Hij wordt bewonderd en verguisd. Niet alleen onder gereformeerden, maar ook bij hervormden, katholieken en vrijzinnigen laaien de emoties op. Ze hebben allemaal een oordeel over zijn boeken of ze die nu hebben gelezen of niet.

De Rotterdamse scribent van de Laurens-Info heeft het nieuwste boek van Kuitert doorgebladerd en besloten het niet te kopen. ,,Wat mij betreft is het nu maar eens uit met die Kuitert-boeken. En de boeken die ik al van hem had gaan naar de boekenmarkt. Het is toch allemaal van hetzelfde laken een pak, en echt vrolijk word je er niet van. Gelovig al helemaal niet, maar dat schijnt ook niet te hoeven. Ik koop zijn boek niet en het uitgespaarde geld spendeer ik [...] aan een cd met een mooie cantate van Bach. [...] Ik vind het nep dat geschrijf van hem. Misschien omdat hij uitverkoop houdt in eigen huis en ook het eigen huis in de aanbieding doet, maar er dan toch ook nog in wil blijven wonen.'

De Amsterdamse pastor Valkering heeft het boek evenmin gelezen. ,,Maar ik moet zeggen: ik kan hem toch goed volgen op grond van wat ik er in de krant en elders over lees. Ja, wie niet? De meeste mensen denken tegenwoordig toch zo als professor Kuitert? [...] Waarom gaan we er eigenlijk nog mee door? Met het christendom? Met geloven? Met de kerk?' Maar toch wil de pastor zich het geloof niet laten afnemen. ,,Ik las in het lamplicht aan onze keukentafel in de pastorie de bespreking van dat nieuwste boek van professor Kuitert. Wat later op de avond moest ik in de sacristie zijn. Ik doe de deur tussen de pastorie en de kerk open, en zie: de donkere kerk, het maanlicht en het licht van de straatverlichting schijnt door de ramen. Er heerst in de kerk een diepe stilte. [...] Ik word er weer even heel sterk door geraakt, overweldigd bijna, door het mysterie, door het wonder van het kerkgebouw; door het wonder dat eraan ten grondslag ligt. Besef: nee, professor Kuitert, en toch ben ik het niet met U eens...'

Al veertig jaar lang zet Kuiterts pen andere pennen in beweging. Begonnen als gewone gereformeerde dominee op Schouwen-Duiveland, waar hij met zijn gemeente de watersnood meemaakt, verhuist hij eind jaren vijftig naar Amsterdam om daar studentenpredikant te worden. In 1962 promoveert hij op een dogmatisch onderwerp (de mensvormigheid Gods). In 1967 wordt hij echter tot hoogleraar benoemd met ethiek als voornaamste leeropdracht. Intensief houdt hij zich bezig met vragen rondom euthanasie en suïcide. Strijkt hij met sommige publicaties de gereformeerde orthodoxie tegen de haren in, in 1985 krijgt modieus links ervan langs in zijn boek Alles is politiek maar politiek is niet alles. Na zijn pensionering begint Kuitert opnieuw de oude geloofszekerheden te doordenken, met de bedoeling zo een handreiking te geven aan het groeiende aantal twijfelaars. Steeds meer zekerheden gaan als ballast overboord. Met zijn boeken irriteert en provoceert hij. Maar ze worden massaal gekocht én gelezen. Worden van het gemiddelde theologische boek hooguit 1.500 exemplaren gedrukt, de boeken van Kuitert vliegen met tienduizenden de winkel uit. Van zijn jongste boek Voor een tijd een plaats van god, vorige maand gepresenteerd, heeft uitgeverij Ten Have in Baarn inmiddels de vierde druk opgelegd.

Professor W.H. Velema, emeritus-hoogleraar aan de christelijke-gereformeerde Theologische Universiteit in Apeldoorn die in het verleden in de kerkelijke pers en ook op de televisie de degens kruiste met Kuitert, heeft wel een verklaring voor zijn succes. ,,Zijn stijl van theologiseren wijkt af van de school waaruit hij komt. Hij doet het anders. Hij schrijft op een manier die mensen aanspreekt. Op een geweldige wijze gaat hij met de lezer in gesprek, maar het is wel een gesprek waarin hij de koers bepaalt. Op een kiene manier neemt hij je mee in zijn redenering. Als je aan het begin van zijn betoog geen bedenking hebt, dan moet je wel met hem mee door de logische consequentie in zijn denken.'

Ook Ton van der Worp, de inmiddels geëmeriteerde uitgever die Kuitert in de jaren zestig bij Ten Have binnenhaalde, is van oordeel dat zijn heldere schrijfstijl voor een belangrijk deel heeft bijgedragen aan zijn populariteit. ,,Rochus Zuurmond, een van zijn theologische opponenten, zei eens: Harry schrijft irritant helder. En hij heeft gelijk. Kuitert weet ingewikkelde zaken ook voor niet-theologisch geschoolden duidelijk uiteen te zetten zonder ze te simplificeren. Bovendien heeft hij steeds een neus gehad voor ontwikkelingen die op komst waren. Hij liep vaak voor de troep uit. Je zag dat in de discussie over ethische vraagstukken als euthanasie en suïcide en vooral bij zijn boekje Alles is politiek, maar politiek is niet alles. Bovendien kan hij goed aan de weg timmeren. Hij wordt door velen charmant gevonden en komt ook goed over op de televisie. Die populariteit laat hij zich graag aanleunen.'

,,Ik vind Kuitert ook een moedig theoloog', aldus Van der Worp. ,,Hij durfde het aan in de ik-vorm te schrijven en daarmee zichzelf op de tocht te zetten. Dat vind je maar bij weinigen. De meesten schrijven in een onpersoonlijke stijl en als je die theologen dan vraagt wat ze zelf geloven, komt er vaak een onduidelijk gestamel. Het is niet afstandelijk, maar het komt echt van binnenuit. Het is heel persoonlijk, hij spreekt direct aan.'

Ook prof. dr. Martien Brinkman, decaan van de theologische faculteit van de Vrije Universiteit in Amsterdam, vindt dat Kuiterts kracht in de directheid van zijn stijl zit. ,,Kuitert wil een eerlijke manier van geloven, dat wil zeggen: niet meer zeggen dan waar je zelf bij kunt. Zijn theologiseren is een pleidooi voor authenticiteit, voor uitzuivering, je voortdurend afvragen wat er toe doet en wat rimram is.'

Maar Kuitert irriteert ook, omdat hij zichzelf als voorhoede beschouwt en het vrome kerkvolk tot de achterblijvers rekent. Brinkman: ,,Zijn schrijfstijl schrikt zijn tegenstanders af. Hij redeneert vaak vanuit het idee dat de ander nog niet zo ver is. Alsof de tegenstander niet meer dan een achterblijver is die ook wel zo ver komt, als hij maar blijft groeien. Mensen die niet met hem mee op denken, kwalificeert hij als achterblijvers. Daarmee suggereert hij dat iedereen zijn weg moet gaan. Hij is zo vol van zijn eigen ontwikkelingsgang dat hij niet altijd door heeft dat andere mensen wellicht ook van een andere reisroute genieten.'

Van der Worp herkent de irritatie die Kuitert oproept. ,,Hij heeft soms van die tussenzinnetjes in zijn boeken die ergernis wekken. Zinnetjes als `daar kom ik later nog wel op terug'. Ik heb in het verleden heel wat van die zinnetjes weggeschrapt.'

Dr. Kees van der Kooi, universitair docent dogmatiek aan de Vrije Universiteit schrijft in zijn recensie van Voor een tijd een plaats van god in het gereformeerde Centraal Weekblad: ,,Hier is een auteur die tot meerder inzicht is gekomen en die de mensen die dat nog niet weten, graag wil helpen. Op den duur gaat dat irriteren, zeker als de zelfverzekerde toon zich omgekeerd evenredig verhoudt tot het intellectuele debat dat wordt aangegaan.' Van de kracht van Kuiterts logica is Van der Kooi niet overtuigd. Zeker in zijn laatste boek is sprake van schijnlogica, zegt hij. De mens was de eerste die het woord `God' op de lippen nam, maar dat bewijst niet, zoals Kuitert suggereert, dat God er voor die tijd niet was. ,,De lezers worden door de heldere schrijfstijl van Kuitert in de luren gelegd.'

Maar de grootste controverses zijn ontstaan over de inhoud van Kuiterts theologie. Door zijn laatste boek, waarin Kuitert afrekent met het bestaan van God, voelen zijn critici zich in hun vroegere reserves tegen hem bevestigd. Het strengst is de christelijk-gereformeerde prof. Velema. Hij vindt Kuitert een moderne variant van een negentiende-eeuwse Verlichtingstheoloog, die niet meer voor de bijbel buigt. ,,Kuitert laat de rede heersen over het Schriftuurlijk getuigenis. Ik kan me voorstellen dat hij is afgeknapt op het `uitwendig autoriteitsdenken', maar ten diepste heeft hij nu gekozen voor de autonomie van het denken. Alle spiritualiteit van het hart ontbreekt bij hem en daarom heb ik ontzettend met hem te doen. Dat je dit als naoorlogse gereformeerde dominee voor je rekening neemt. Er blijft niets meer over dan je eigen rationaliteit.'

Ook de remonstrantse theoloog dr. E.P. Meijering, tot 2001 lector in de geschiedenis van de theologie aan de Universiteit van Leiden, heeft in de loop der jaren zijn twijfels gekregen bij Kuiterts gedachtegoed. ,,Zijn proefschrift over de mensvormigheid Gods (1962) was nog biblicistisch, al was het in de gereformeerde wereld van toen toch progressief te noemen. In De realiteit van het geloof (1966) keerde hij zich tegen de God-is-dood theologie van de anglicaanse bisschop Robinson, maar hij onderkende de juistheid van de vragen die daarin aan de orde werden gesteld.' In de jaren zeventig is, volgens Meijering, Kuitert aan een reductie-theologie begonnen: hij verwijderde de franje aan geloofswaarheden om zo het wezenlijke van het geloof over te houden.In Het algemeen betwijfeld christelijk geloof (1992), een boek dat ook op vrijzinnige gesprekskringen werd bestudeerd, bleven zaken als het eeuwig leven en het persoon-zijn van God nog overeind. ,,Ik vind dat die elementen bij het geloof horen. Waarom zouden we dat niet kunnen geloven? Met het nieuwste boek is Kuitert de vrijzinnigheid voorbij.'

Meijering vindt Kuitert de laatste jaren ook niet zo zorgvuldig meer in zijn theologiseren. ,,Vanaf een gegeven moment ontbreken in zijn boeken de voetnoten. Dat leest wel prettig, maar je kunt al gauw iets beweren zonder nadere adstructie.' Ook Van der Kooi heeft zijn vraagtekens bij het wetenschappelijk niveau van Kuiterts laatste boeken. ,,In zijn boek Jezus, nalatenschap van het christendom, stelt hij bijvoorbeeld dat Jezus zich niet als de Zoon van God beschouwd kan hebben, omdat Jezus als jood een monotheïst was.' Maar dat gaat, aldus Van der Kooi, voorbij aan het feit dat je in het Oude Testament `goddelijke gestalten' tegenkomt zoals de thora, de wijsheid en de engel des Heren, die als uitbreiding van God gelden. ,,Zulke gegevens ondergraven het beeld dat het monotheïsme van die dagen volstrekt eenduidig was. Van het moderne debat daarover klinkt bij Kuitert niets door. Ik verdenk hem ervan dit volstrekt niet bij te houden.'

Een belangrijke oorzaak voor Kuiterts opmerkelijke en omstreden theologische Werdegang is gelegen in het feit dat hij zijn theologie goeddeels buiten de kerk heeft beoefend. Uitgever Ton van der Worp: ,,Kuitert voelt zich tekortgedaan door de kerk. Nooit is hij gevraagd als adviseur of voor het lidmaatschap van een commissie van de synode van de Gereformeerde Kerken. De kerk heeft hem links laten liggen en dat heeft hem pijn gedaan. Hij is diep teleurgesteld in de kerk.'

Brinkman deelt die visie. Zelf preekt hij regelmatig, zingt in het kerkkoor en schenkt koffie na afloop van de kerkdienst. ,,Maar die solidariteit met de kerk is Kuitert kwijtgeraakt. Daarvoor is hij te veel vanuit de kerk voor rotte vis uitgemaakt.' Ook Van der Kooi ziet de afstand: ,,Kuitert heeft een moeizame verhouding met de kerk. Zijn theologie is niet ingebed in de gemeente. Dat betekent dat de geloofservaring in zijn denken geen plaats krijgt. Het geloof kan niet alleen steunen op een theologie, maar moet ook beantwoorden aan een zekere ervaring.'

De belangrijkste oorzaak van Kuiterts ontwikkelingsgang is, volgens Brinkman, echter gelegen in ,,de fuik van de publiciteit'. De media en zijn uitgever hebben hem als het ware gedrongen in de richting die hij is gegaan. ,,De uitzuivering die zijn theologisch denken kenmerkt is een aftreksom geworden. Zo van: daar gaat weer een dogma! En zo werden zijn boeken in de publiciteit ook gepresenteerd. Kuitert hakte een paadje door het oerwoud. Dat paadje werd op den duur steeds smaller. Dat is opzichzelf een legitiem proces, maar de suggestie dat daarmee het hele tropische woud dan ook omver kon, was volgens mij een stap te ver.'

Eigenlijk is Kuitert een volbloed Kuyperiaan, vindt Brinkman. Abraham Kuyper, de oprichter van de Vrije Universiteit, was aan de ene kant een rationalist, maar tegelijk een mysticus. In zijn theologiseren was hij rationalist, maar in de meditaties die Kuyper schreef was hij heel bevindelijk. ,,Ook Kuitert is een rationalist, maar ook bij hem tref je nog elementen van gereformeerde bevindelijkheid aan, bijvoorbeeld in de manier waarop hij in Het algemeen betwijfeld christelijk geloof over het gebed schrijft.' Van der Worp is dat met Brinkman eens. ,,Zijn boeken zijn nooit afstandelijk, ze komen van binnenuit. Dat heeft volgens mij te maken met zijn mystieke inslag. Op dat terrein is hij niet echt vrijgevig, maar hij heeft dat mystieke wel degelijk.' Kuitert leest veel poëzie, aldus Van der Worp. Bij het zien van het kerkje van Fransum, waarover C.O. Jellema een gedicht schreef, schoot hij vol.

Bestaat nog god, kleine sarcofaag

van het geloof, even leeg

als de dorische tempels van Paestum:

hun zuilen een schuilplaats voor andere vogels

dan goden als ik naar hem vraag?

Gerectificeerd

Kuitert

In het artikel Hup, daar gaat weer een dogma over de theoloog H.M. Kuitert (28 oktober, pagina 2) wordt geciteerd uit een niet ondertekend artikel uit het bulletin van de Rotterdamse Laurenskerk. Het blijkt geschreven door Laurenspastor ds. Bert Kuipers.

    • Herman Amelink