Gelukkig houdt Duisenberg het hoofd koel

Niet het stabiliteitspact is `dom', zoals voorzitter Romano Prodi van de Europese Commissie stelt, maar degenen die eraan willen morrelen. Volgens Melvyn Krauss staat de euro op het spel.

De uitkomst van de laatste Duitse verkiezingen betekent dat de slechte economische tijden in Europa zullen aanhouden. De kansen op structurele hervorming en meer groei nemen af wanneer een politicus als Gerhard Schröder herkozen weet te worden, ondanks verbroken beloften over werkgelegenheid, een enorme economische wanprestatie en geen echte poging tot structurele hervorming. Dit is de Europese politici natuurlijk niet ontgaan. Wat voor prikkels hebben zij nog om juist te handelen als ze door verkeerd handelen ook verkiezingen kunnen winnen?

Omdat structurele hervorming voorlopig van tafel lijkt, zien economen om naar alternatieve wegen van openbaar beleid om het gat in de Europese groei te vullen. En allereerst richten ze zich op het monetaire en fiscale beleid. De critici stellen dat het macro-economische en het structurele beleid hard aan hervorming toe zijn. Ze verstaan onder macro-economische `hervorming' meer verlagingen van de rentevoet (een versoepeling van de twee-procentsinflatiedoelstelling van de ECB, de Europese Centrale Bank) en hogere begrotingstekorten (een versoepeling van de drie-procentsregel in het stabiliteitspact voor het bruto nationaal product). Maar een lagere rentevoet en hogere begrotingstekorten zullen in Europa niet leiden tot lagere belastingen en publieke bestedingen, een concurrerender interne markt of een flexibeler arbeidsmarkt. En juist aan deze structurele factoren – `big government', overregulering en een starre arbeidsmarkt – is de huidige ontoereikende groei in Europa te wijten.

Niemand ziet dit beter in dan ECB-president Wim Duisenberg. Ondanks zware druk van alle kanten – media, politici, markten en academici – weigert Duisenberg te zwichten en de rentevoet te verlagen, in de valse hoop de economische groei in Europa te versterken. De groei ligt buiten zijn bevoegdheid, stelt hij telkens weer. Bovendien zou hij met monetair beleid niets kunnen uitrichten. ,,Vraag van het monetair beleid geen kunstjes die het niet beheerst'', waarschuwde Duisenberg nadat de bestuursraad van de ECB in zijn oktobervergadering de tarieven onveranderd had gelaten.

In plaats van toe te juichen dat de centrale bank van Europa haar institutionele boekje niet te buiten gaat, maar zich houdt aan haar mandaat tot prijsstabiliteit, geven de critici van de ECB de valse voorstelling van zaken dat de ECB en de nationale regeringen even schuldig zijn aan de huidige groeicrisis in de eurozone. Ze stellen dat de regeringen in de eurozone en de ECB op ramkoers liggen: beide zouden verwachten dat de ander een oplossing aandraagt voor de toenemende problemen in Europa, terwijl de economie in de versukkeling raakt.

Deze stelling van een beleidsimpasse is om zeker twee redenen onjuist. Ten eerste wordt het monetaire ECB-beleid bepaald door de vooruitzichten inzake de inflatie en de geldvoorraad op middellange termijn – niet doordat de ECB op ramkoers ligt met ministers van Financiën of andere politici. Het idee dat de ECB zou afzien van een verlaging van de rentevoet wegens meningsverschillen over het stabiliteitspact klinkt niet aannemelijk. Ten tweede wordt een structurele Europese hervorming niet gedwarsboomd door nationale regeringen die wachten tot de ECB de rentevoet verlaagt. Zoals de Duitse verkiezingen onlangs duidelijk hebben laten zien, is het veeleer de angst bij het publiek voor een veranderde en onzekere toekomst die politici aanmoedigt om niets te doen, behalve misschien de ECB te verwijten dat ze te langzaam de rentevoet verlaagt.

Aan de kant van het begrotingsbeleid richten de macro-economische `hervormers' hun pijlen op het stabiliteitspact. De belangrijkste klacht is dat dit toch al zwakke economieën pro-cyclische bezuinigingen opdringt. Romano Prodi, voorzitter van de Europese Commissie, heeft het akkoord zelfs ,,dom'' genoemd. Maar het tegendeel is waar: niet het stabiliteitspact is dom, maar wie daaraan wil morrelen.

Het heeft wel iets merkwaardigs dat Prodi de vermeende `domheid' van het stabiliteitspact pas heeft ontdekt nu de grote landen – Frankrijk, Duitsland en Italië - met pijnlijke bezuinigingen worden geconfronteerd, maar die `domheid' nooit aan de orde heeft gesteld toen de kleinere landen – Nederland, Spanje, Oostenrijk – hun begrotingsaanpassingen moesten doorvoeren. Prodi's onbeheerste uitval versterkt de verdenking dat er voor veel hoge EU-functionarissen één stel regels is voor de grote landen en een ander voor de kleintjes.

Bovendien verzuimen Prodi en anderen bij hun kritiek op de `rigide' begrotingsregels in te zien in welke mate de huidige begrotingsproblemen van veel EU-landen, groot en klein, te wijten zijn aan hun weigering de benodigde structurele hervormingen uit te voeren. Onvoldoende structurele hervormingen leiden tot onvoldoende economische groei, onvoldoende groei leidt tot onvoldoende belastingopbrengsten en onvoldoende belastingopbrengsten leiden tot oplopende begrotingstekorten.

Het stabiliteitspact moedigt hervormingen aan en leidt dus tot verlichting van de begrotingscrisis, door de nationale regeringen tot pijnlijke bezuinigingen te dwingen in een tijd waarin hun economieën zwak zijn. Het is een kwestie van prikkels. Neem de straf weg en je neemt de prikkel tot hervorming weg. De critici van het stabiliteitspact vergissen zich door zich uitsluitend te richten op de pijn van pro-cyclische bezuinigingen, maar niet op hun therapeutische waarde.

Van Mark Twain is de geestige reactie op een onjuist bericht dat hij was overleden: ,,De berichten over mijn dood zijn sterk overdreven.'' Hetzelfde kan over het stabiliteitspact worden gezegd. Dat sommige landen weigeren de regels te volgen wil nog niet zeggen dat de regels dood zijn – alleen dat het veel strijd zal kosten om ze te handhaven. Die strijd vindt op het ogenblik plaats en het is niet overdreven te stellen dat van de uitkomst niets minder afhangt dan het lot van de Economische en Monetaire Unie en de euro.

Melvyn Krauss is verbonden aan het Hoover-instituut van de Stanford-universiteit.