Geen vinger uitsteken

Dat ik geen vinger zal uitsteken als op straat iemand voor mijn ogen wordt mishandeld heeft niet zoveel te maken met mijn angst voor de dader, maar veel meer wat justitie daarna met mij zal doen. Als ik de dader uitschakel, dan wordt hij slachtoffer en ben ik in de ogen van justitie de dader en moet ik mij voor de rechtbank verantwoorden voor mishandeling. Zeker wanneer excessief geweld wordt gebruikt, zoals in Venlo, is ook excessief geweld nodig om zo'n type te stoppen. In de praktijk betekent dat dus uitschakelen. En dat levert een strafbaar feit op.

Dat dit in de praktijk inderdaad zo werkt, hebben velen tot hun verontwaardiging moeten ervaren. De winkeliers die een overvaller met enig geweld pakken en ter plaatse door de politie worden gearresteerd wegens mishandeling, de juwelier die een gewapende overvaller neerschoot, de huisvader die 's nachts een inbreker van de trap slaat en twee mannen die de dief van hun auto te grazen nemen. Zij traden op en kwamen voor de rechtbank.

,,En meneer de verdachte, waarom heeft u niet eerst een minder gewelddadige aanpak overwogen?'' Een rechter die zo'n vraag stelt heeft zelf nooit in een acute situatie van dreiging verkeerd. Als de politiek een beroep op de burger doet om niet lijdzaam toe te zien, dan zal zij voor een deel afstand moeten doen van het geweldsmonopolie dat exclusief in handen van de overheid ligt. Burgers die geweld moeten toepassen om daarmee misdrijven te voorkomen, dienen vrijgesteld te worden van vervolging.