Ex-avantgardist Penderecki slaat de weg terug in

De meest gelauwerde componist van onze tijd is waarschijnlijk Krzysztof Penderecki (1933), de prijzen en andere eerbetonen zijn niet te tellen. Anderzijds kregen ook weinigen zoveel naar het hoofd geslingerd als deze pathetische maar ook problematische Pool: ,,Een muziek gevuld met quasi-religieuze gezangen en Meyerbeer-pathos als stukjes vlees in een veel te vette soep'' of ,,Zijn muziek wortelt niet maar worstelt in de traditie''. Penderecki, die in de Tros-matinee zondag in het Muziekcentrum Vredenburg zijn Tweede celloconcert uit 1982 dirigeerde, is inmiddels wel wat gewend en reageert nogal laconiek. Op een voordracht annex vragenuurtje donderdag voor Utrechtse compositiestudenten bekende hij tevens zijn grote liefde voor Bruckner. In zijn meest recente Concert voor drie celli en orkest klinken eerder invloeden van Sibelius en Sjostakovitsj.

In 1960 gold Penderecki, na zijn grote succes met Anakalasis in Donaueschingen en het jaar daarop met Threnos voor de slachtoffers van Hiroshima, als een van de kleurrijkste vernieuwers van zijn generatie. Maar al in zijn Stabat Mater uit 1962 ruilde hij de bloedstollende geluidseffecten – in Utrecht nu door hem afgedaan als pure rebellie – geleidelijk aan in voor een meer melodische neoromantische uitdrukking. En in 1974 leek hij zelfs definitief te hebben gekozen voor de laatromantiek met het orkestwerk Toen Jacob ontwaakte in een opmerkelijke bezetting met onder meer twaalf ocarina's.

In bijzondere instrumenten is Penderecki altijd geïnteresseerd geweest, getuige zijn concert voor een Violine grande, een zeldzame viool met een vijfde snaar. Echter, alsof hij bang was geheel te verdwijnen achter zijn negentiende eeuwse masker, liet hij later toch weer – zij het mondjesmaat – verworvenheden toe uit de heroïsche periode. In Utrecht stelde hij: ,,Je kunt niet altijd voorop lopen. Soms kijk je om en is het beter een paar stappen terug te doen om een nieuwe weg in te slaan.'' Intrigerender nog vond ik zijn uitspraak: ,,Als je anderen kunt imiteren kun je uiteindelijk ook jezelf imiteren.

Zo is het Tweede celloconcert gebaseerd op melodisch materiaal uitgaaand van een kernachtig viertonig beginmotief. Maar er klinken ook anti-melodische elementen zoals clusters, glissandi en vooral vele keiharde kale slagwerkklappen in een herinnering aan de vroege zestiger jaren. Het zijn schokeffecten die nu nauwelijks meer werken. Ik zou echter niet willen spreken van een Meyerbeer-pathos in een te vette soep, maar liever van een labyrintisch theater vol zinloos clustergeweld en uitgesproken melodische passie.

Aan de uitvoerenden heeft het niet gelegen. Cellist Arturo Muruzabal ging er stevig tegenaan in de vele dankbaar geschreven cadenzen en ook het Radio Symfonie Orkest hield niets achter: ruig, ruiger, ruigst. De matige uitvoeringen van Lutoslawski's Treurmuziek en vooral Beethovens Zevende symfonie (rondborstig direct maar te weinig fijnzinnig) maakten, zo rond het celloconcert gegroepeerd, een wat verloren indruk.

Concert: Radio Symfonie Orkest o.l.v. Krzysztof Penderecki. 27/10 Vredenburg Utrecht.

    • Ernst Vermeulen