Er is ook Belgische jazz na Reinhardt en Toots Thielemans

De Nederlandse jazz is erg `fier'op zichzelf maar België heeft meer grote namen voortgebracht. Men denke aan Django Reinhardt, René Thomas en Toots Thielemans. Of de nieuwe lichtingen het ook gaan maken moet nog blijken, maar The finest of Belgian Jazz laat horen dat er hard aan wordt gewerkt.

Deze serie, in het kader van Brugge Culturele Hoofdstad 2002, begon in maart met een dubbel-cd van het Brussels Jazz Orchestra o.l.v. Bert Joris. Nu, een half jaar later en inmiddels aangeland bij deel 8, staat Joris opnieuw centraal, nu aan het hoofd van een kwartet. Zijn goede techniek en ronde geluid op zowel trompet als bugel en zijn vaardigheden als componist/arrangeur bestempelen hem tot een prima muzikant aan wie misschien één kwaliteit ontbreekt: het lef om grote risico's te nemen.

Van de andere delen, er volgen binnenkort nog twee, vallen vooral Dimensions van Octurn en Guitars van Aka Moon op. Die laatste, de dertiende cd al van dit Luikse trio, dankt zijn titel aan het feit dat er drie gitaristen tegelijk te gast zijn: Pierre van Dormael, Prasanna en David Gilmore. Het resultaat is levendige jazzrock die dankzij de opvallende intonatie van de Indiër Prasanna ook iets Oosters heeft.

Bij Dimensions van Octurn valt naast de lange speelduur de bezetting op: twaalf man onder wie twee bassisten en vier slagwerkers. Op het programma staan secuur uitgewerkte composities met als meest ambitieuze het tiendelige titelstuk van trombonist Geoffroy de Masure. De twee andere composities, beide bestaande uit drie delen, hebben met elkaar gemeen dat ze ritmisch gecompliceerd zijn en niet schromen voor atonale passages. Wat opvalt aan de hele serie, in vergelijking met de Nederlandse improvisatie-jazz, is het ontbreken van ironie en absurditeiten. Dit is geen Kamagurka-jazz.

The Finest of Belgian Jazz: digi-pack (W.E.R.F. 029 t/m 037); info@dewerf.be en www.dewerf.be