Domineeskinderen bijeen op `feest der herkenning'

De Nieuwe Kerk in Amsterdam was zaterdag gevuld met volwassen domineeskinderen. ,,Het staat zo atheïstisch om te zeggen dat je niet gelooft.''

Karen Faber staat op zaterdagochtend met een handgeschreven briefje voor de deur van de Nieuwe Kerk in Amsterdam. `Ik wil graag een kaartje.' Fabers vader was dominee in, onder andere, Kampen en ze wil graag naar de domineesdag in de kerk. Het bij elkaar halen van allemaal domineeskinderen was een idee van Freek de Jonge, zelf ook domineeszoon. Dagblad Trouw en de NCRV, die de dag organiseerden, hadden gerekend op een paar honderd belangstellenden. Maar duizenden domineeskinderen wilden komen, en er kunnen maar duizend in de kerk.

Als domineeskinderen al iets gemeenschappelijks hebben, dan is het vooral het gevóél dat ze bijzonder zijn of in elk geval een bijzondere jeugd hebben gehad. Godsdienstsocioloog Hijme Stoffels van de Vrije Universiteit in Amsterdam presenteerde zaterdag de uitslag van een onderzoek onder 2.300 domineekinderen. Bijna alle ondervraagden vonden dat ze in de pastorie van hun jeugd `normen en waarden' hadden meegekregen, `culturele bagage', mensenkennis en sociale vaardigheden. Natuurlijk zijn dit `subjectieve uitspraken' zegt Stoffels. Wie weet zouden de kinderen van binnenschippers, politieagenten of burgemeesters vergelijkbare uitspraken doen over hun jeugd. Waar het om gaat, en dat is een klassiek sociologisch beginsel, is dat mensen die zichzelf bijzonder vinden, dat ook zíjn. Omdat ze zich ernaar gedragen.

Voor de domineeskinderen die wel een kaartje hadden, was het het feest der herkenning. Freek de Jonge herkende bij velen, zei hij na afloop, de behoefte aan saamhorigheid en gemeensschapszin die sinds de ontzuiling en de ontkerkelijking zijn verdwenen.

Meer dan de helft van de domineeskinderen uit het onderzoek van Hijme Stoffels gaat niet of nauwelijks meer naar de kerk. Maar op de vraag `geloof je nog in God' zeggen de meeste aanwezigen in de Nieuwe Kerk: ja. Zit de angst voor de toorn van God zo diep dat bijna niemand `nee' durft te zeggen? ,,Ik durf het best te zeggen'', zegt oud-politicus en kinderboekenschrijver Jan Terlouw. Zijn vader was dominee bij de Gereformeerde Bond. ,,Het is dat het zo atheïstisch staat om te zeggen dat je niet gelooft.'' Oud-journaallezer Harmen Siezen, zoon van een hervormde dominee, komt erbij staan. ,,Ik geloof dat ik wel geloof. Toen mijn moeder stierf voelde ik heel sterk: jij bent bij God.'' Terlouw: ,,Maar Harmen, geloof je dan ook in gebedsverhoring, in de opstanding, in het leven na de dood?'' Siezen: ,, Ik heb geen hard bewijs. Maar het is wel aantrekkelijk om het te geloven.'' Terlouw: ,,Ik ben te veel een wetenschapper. Als natuurkundige zeg je nooit iets wat je niet zeker weet. Ik ga niet uit onzekerheid, die ik natuurlijk ook voel, zeggen dat ik geloof. Als adoloscent twijfelde ik al. Maar mijn vader was er niet de man naar om te zeggen: dan moet je meer bidden. Mijn vader zei: jongen, daar zit ik ook mee.''