Doesburg strijkt Fassbinders grofheden glad

Tussen een lijnenspel van bewegende grijze pilaren en dwarsbalken komt het nachtvolk samen: de hoeren, de hoerenlopers en de pooiers. Allen gaan aan het werk, één magere hoer met een longziekte blijft achter. Niemand wil haar. Toch vindt ze iets van liefde, of in ieder geval herkenning, in de huizenspeculant A., die `de Rijke Jood' wordt genoemd. Voor liefde is echter geen ruimte op deze afvalhoop, hun tedere liefdesdans kan alleen maar uitmonden in een dodendans.

In zijn toneelstuk Het Vuil, de Stad en de Dood (1975) toont de Duitse cineast Rainer Werner Fassbinder een kille, harde wereld met louter zakelijke relaties, angst en geweld, woorden van haat. De grijze balken doen denken aan de pijlers van een brug waaronder de verschoppelingen samenkomen. Maar het is ook het betonnen skelet van de onmenselijke nieuwbouw die de joodse projectontwikkelaar A. wil neerzetten. Regisseur Johan Doesburg wilde Het Vuil in 1987 reeds opvoeren, maar dat werd toen verhinderd door activisten die abusievelijk dachten dat het een antisemitisch stuk was. Nu voert Doesburg het omstreden stuk alsnog op, bij zijn eigen gezelschap Het Nationale Toneel.

Fassbinder wilde met Het Vuil laten zien naar welke middelen de onderklasse moet grijpen om te overleven – zoals Brecht of Gorki dat voor hem deden. Verder wilde hij de duistere stadsvernieuwingsplannen van met name Frankfurt aan de kaak stellen. Volgens Fassbinder gebruikte de gemeente daarvoor joodse ondernemers, omdat die als slachtoffers boven de wet stonden. Daarmee wilde hij een derde thema aansnijden: hoe het door schuldgevoel verkrampte Duitsland joden nog altijd niet als gewone burgers behandelt. In een mislukte poging dit vastzittende Duitse schuld/haatcomplex open te breken schiep hij het personage `A. die de Rijke Jood wordt genoemd'. Als huizenspeculant maakt hij de stad onleefbaar en voldoet zo aan het antisemitische stereotype van de joodse kapitalistische schurk.

Fassbinders tekst is een bizarre, moeilijk te doorgronden potpourri van vulgaire taal, poëzie, schoolmeestertaal, religieuze taal, van gruwelijke tirades, abstracte beelden, vette effecten, allegorie en melodrama. De tekst is nogal statisch en fragmentarisch, de personages blijven stereotypes, alleen de hoofdfiguren zijn uitgediept. Het is echter geen `rotstuk', zoals de tegenstanders het ongezien noemden. Het Vuil heeft een huiveringwekkende kracht, en bevat een rijkdom aan gedachtes, beelden en verwijzingen.

Regisseur Johan Doesburg maakte een prachtig ogende, zorgvuldig gestileerde voorstelling, als een muziekstuk, een verstilde rondedans, waarin de spelers afgetekend bewegende decorstukken zijn. De toon is afstandelijk, gekunsteld. Doesburg bouwt veel stille scènes in, zoals de scène in de nachtclub, een tableau vivant waarin musicus Harry de Wit ronddwaalt. Zijn accordeon laat hij zwaar ademen, valse lucht die de spanning tekent. Fassbinders inzet van vulgaire paardenmiddelen, en zijn botsing van stijlmiddelen, strijkt Doesburg helaas glad. In zijn geslaagde poging aan te tonen dat Het Vuil geen antisemitisch dynamiet is, heeft Doesburg wel erg rigoureus de lont eruit getrokken. Het contrast komt vooral van De Wits melancholische muziek, die met Arabisch gejammer, onheilspellend bouwgerommel, vette schlagers en nachtclubliedjes het noodzakelijke warme bloed in de voorstelling pompt.

De warmte komt verder van de liefdesrelatie tussen A. (Lou Landré) en de hoer Roma B. (Marie-Louise Stheins). Ze herkennen elkaar als buitengesloten eenlingen. Stheins en Landré vormen een geweldig paar. Landré is een correcte, wat gedrongen heer, hij beweegt en spreekt beslist en afgemeten. Met kleine middelen weet Landré zijn `Rijke Jood' vlees en bloed te geven; angst, gekrenktheid, maar ook plezier in zijn succes en macht. Landré's afgemeten spel past perfect naast het emotionele spel van de verweerde blondine Stheins die alle luikjes openzet. Met veel adem stoot ze haar zinnen uit, ze huilt, wanhoopt, kan kinderlijk onderdanig zijn zonder haar vrouwelijke waardigheid te verliezen. Twee werkelijk schone rollen in deze mooie maar keurig aangeveegde voorstelling.

Voorstelling: Het Vuil, de Stad en De Dood van R.W. Fassbinder door Het Nationale Toneel. Regie: Johan Doesburg. Gezien: 26/10 Koninklijke Schouwburg Den Haag. Tournee t/m 26/1. Inl. 070-3181444 of www.nationaletoneel.nl

    • Wilfred Takken