De opkomst van de countertenor op dubbel-cd te volgen

Opvallender dan het vrijwel verdwijnen van de diepe vrouwelijke alt-stem (Kathleen Ferrier, Aafje Heynis) was de afgelopen vijftig jaar de opkomst van de mannelijke alt, de countertenor, de falsetzanger, de sopranist of hoe men deze als vrouwen zéér hoog zingende heren ook maar wil betitelen. Ze zijn de opvolgers van de jongenssopranen en de castraten, voor wie vooral in de achttiende eeuw veel virtuoze en religieuze muziek werd gecomponeerd, omdat zingende vrouwen op het toneel en in de kerk veelal verboden waren.

Vandaar dat de hoogst interessante dubbel-cd met zo'n vijftien countertenoren Angel Voices heet. We horen stemmen als van engelen, die wel mannen zijn, maar tegelijkertijd ook iets vrouwelijks hebben, op zijn minst iets onzijdigs en a-seksueels. Net als bij de castraten het geval moet zijn geweest, lijken de stemmen van deze zangers onaards en onwaarschijnlijk, in de beste gevallen zelfs hemels en van God gegeven.

De opkomst van de countertenoren was in de vorige eeuw het vocale equivalent van de `authentieke' richting in de instrumentale muziek. Met de herintroductie van de zo `anders' klinkende darmsnaren op de strijkinstrumenten en de vaak opmerkelijk expressieve kopieën van ouderwetse instrumenten kwam ook de zo onwerkelijk hoog zingende man terug op het podium. Aanvankelijk werd hij beluisterd en belasterd als een vreemd kraaiende en kakelende kapoen – een gecastreerde haan. In de slechtste gevallen werd de kopstem inderdaad ook weinig verheffend geforceerd.

Behalve de enkeling die nooit de baard in de keel kreeg, moet een extra hoog zingende zanger immers vrijwel altijd lichamelijke hindernissen overwinnen. Ook in de beste gevallen is het zingen van de countertenor fysiek een vaak zeer veeleisende bezigheid. Zo herinner ik me dat ik de jaren '70 bij Händels The Messiah op de eerste rij zat, vlak onder het fenomeen Paul Esswood. In I know that my Redeemer liveth had hij grote moeite de dunne klinkers en medeklinkers in `liveth' tegelijkertijd hoogte, lengte èn volume te geven.

In de loop der decennia zijn we gewend geraakt aan de countertenoren die hun techniek ook enorm hebben verbeterd en vaak vrijwel geheel `natuurlijk' klinken. Ze vieren nu triomfen, in wereldse muziek en in opera's. En ook in religieuze muziek, zoals in de Matthäus Passion, waarin het Erbarme dich nu wordt gezongen door Andreas Scholl, die ook in ander repertoire moeiteloos de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw vol krijgt. Op de Matthäus-opname van Gustav Leonhardt, de onverzettelijke paus van de authenticiteit, horen we zelfs enkel jongens, mannen en kerels.

Angel Voices laat zich beluisteren als een historie van de countertenor, zij het dat chronologie ontbreekt. De eerste cd begint met David Daniels, een van de huidige absolute toppers. Hij maakte het vorige seizoen in Amsterdam enorme indruk in Händels Giulio Cesare. Deze cd eindigt met Alfred Deller (1912-1979), de `heruitvinder' van de countertenor, die een opvallend natuurlijk geluid had.

Gewone lichte tenoren als Richard Conrad en William Matteuzi zijn tegenwoordig veel zeldzamer dan de countertenoren, die zich op deze cd's in vele soorten laten horen. David Daniels, Michael Chance en James Bowman zijn bijna `gewone' hoge tenoren. Esswood heeft een helder, ongeforceerd fluitachtig timbre en Philippe Jaroussky klinkt als een kind. Anderen hebben vooral karakter, zoals Dominique Visse. Nederland draagt Sytse Buwalda bij.

Jammer is het ontbreken van Alessandro Moreschi (1858-1922), de legendarische `laatste castraat', wiens zang in 1902 in Rome voor de eeuwigheid werd vastgelegd, vlak na de uitvinding van de grammofoonplaat. Men besefte het unieke en historische, al was het zingen van de toen 42-jarige niet meer representatief voor de legende van de castraat, die, zij het niet op deze cd's, spectaculair tot leven werd gewekt door Aris Christofellis (EMI). De countertenor houdt het kennelijk niet lang vol: zowel Gerard Lesne als René Jacobs horen we hier als zanger èn als dirigent.

Angel Voices: Virgin Classics 5 62070 2 (2 cd)

    • Kasper Jansen