Column

Dakloos clubhuis

Mooie herfstzondag. Zwiepende populieren, ontwortelde voorzitters, laagvliegende eretribunes, zwevende pupillen en dakloze clubhuizen. Mooi weer om de haard te laten loeien en een schaakprobleem op te lossen. Een museum bezoeken mag ook. Afgelaste wedstrijden zijn voor veel gezinnen bijzonder confronterend. Heel veel huwelijken klampen zich al jaren vast aan een droef clubleven. Het is de enige manier om ruzieloos het weekend door te komen. Hij doet de pupillen en de scheidsrechters, zij regelt de bar in het clubhuis en dan vooral het segment warme worst en de kroketten en de kinderen trainen andere kinderen, fluiten andere kinderen en spelen zelf ook nog een potje. Behalve Henk. Die speelt in het eerste, wil doorstoten naar een topclub drie dorpen verder, is dus topsporter en wordt binnen de familie met gezag ontzien. Natuurlijke dispensatie. De hele week staat in het teken van de club. Doelnetten boeten, gevonden voorwerpen op alfabet leggen, een feestcommissie installeren, lijnkrijt bestellen, hoekvlaggen wassen en strijken, krantje tikken, printen, nieten en posten en ruzies bijleggen. Alle sporters zijn sociale autisten en gaan pas praten na een biertje of zes. Het luisteren schiet er dan alleen bij in.

Alle gedoe door de week staat in het teken van het weekend. Maar dan moet het wel doorgaan. Anders is de confrontatie uiterst pijnlijk. Doelloze zaterdag. Zinloze zondag. Thuis blijven. Regen kijken. Waar moeten we het over hebben? Er is niet partijdig gefloten, er zijn geen buitenspeldoelpunten gemaakt, laat staan dat er onterechte kaarten zijn uitgedeeld. Verpletterende stilte aan tafel. Twee huilbuien kijken elkaar mislukt aan. Laten we het over het weer hebben. Wat is de weersverwachting? Wordt er volgend weekend gesport? Dat kunnen ze tegenwoordig toch zien op die satellietfoto's? We weten toch nu al of we een witte kerst krijgen? Er moet volgend weekend gesport worden. Dit is hemeltergend. Nog drie keer zo'n storm en we gaan uit elkaar!