Zelfs geiten kunnen zich inleven

Neêrlands beroemdste primatoloog Frans de Waal hield deze week de nwo/Huygens-lezing. ``Onze cultuur is een soort uitgroeisel van de cultuur die je bij apen ziet.''

`We weten nog altijd meer over conflictoplossing bij dieren dan bij mensen. Sociaal en kinderpsychologen hebben er nooit zo op gelet.' En alleen daarom al is primatologie niet alleen van belang voor mensen die zich interesseren voor apen, meent Frans de Waal. ``Net als mensen vertonen apen uiterst flexibel gedrag. Ook bij apengedrag spelen leerprocessen een rol. Evenmin als mensen is hun gedrag helemaal erfelijk vastgelegd.'' Afgelopen dinsdag hield de primatoloog, verbonden aan het Yerkes Primate Center in Atlanta, Georgia, de elfde NWO-Huygenslezing onder titel `De mens als sociale aap'.

De evolutionaire ideeën over de menselijke natuur zijn in de afgelopen jaren sterk veranderd, zo hield hij het publiek in de Nieuwe Kerk in Den Haag voor. In de jaren zestig en zeventig concentreerde het denken over de menselijke natuur zich nog op agressie en eigenbelang. ``Het kan nauwelijks toeval zijn dat de opkomst van de sterk op de vrije markt geöriënteerde politieke leiders zoals Ronald Reagan en Margaret Thatcher, samenviel met sociobiologische nadruk op het zelfzuchtige gen'', typeerde De Waal de sfeer. Maar nu, in het post-Enron-tijdperk, heeft Reagans Gospel of Greed flink aan kracht verloren, constateert de primatoloog . ``Hebzucht is uit, moraliteit is weer in.''

De Waals eigen veel geroemde onderzoek naar conflictverzoening en samenwerking bij chimpansees en andere apen past precies in dit nieuwe klimaat. De Waal heeft vastgesteld dat allerlei cruciale onderdelen van de menselijke moraal ook zijn terug te vinden bij mensapen: empathie, verzoening, troostgedrag, wederkerigheid van hulp, coalitievorming. ``In feite heb ik het poldermodel toegepast op apengedrag'', grapt de bioloog in de Nieuwe Kerk. De Waals laatste boek, De Aap en de Sushi-meester (2001) ging over het laatste taboe: cultuur bij dieren. Dat hebben ze dus ook.

Op een wetenschappelijke bijeenkomst ter ere van De Waal presenteerde NWO een nieuw onderzoeksproject: Evolution and Behaviour, bijna zes miljoen euro voor onderzoek naar evolutionaire wortels van menselijk gedrag. De Waal is blij verrast. ``Is het niet geweldig? Twintig jaar geleden zou zoiets ondenkbaar zijn geweest!'' Ruim twintig jaar geleden vertrok De Waal naar de Verenigde Staten, mede omdat hij zich ergerde aan het toenmalige intellectuele klimaat in Nederland, waarin onderzoek naar biologische wortels van menselijk gedrag taboe was.

De primatologie is geen massale wetenschap, vertelt De Waal tijdens een gesprek in zijn hotel. ``Er is maar een handjevol werkers zoals ik. Het grote geld gaat niet naar apenonderzoek en naar dierengedrag. Dat gaat naar hersenonderzoek (en dat is moeilijk te doen met chimpansees) en naar moleculaire zaken en medicijnen.''

Wat bepaalt de onderzoeksagenda in de primatologie?

De Waal: ``De agenda van de veldwerkers is nu sterk bepaald door de slechte toestand waarin de dieren verkeren. De Bushmeat-crisis is zeer bedreigend: de mensen schieten de bossen leeg. Veel onderzoekers zijn meer met conservation bezig dan wat anders. Het is nu een grote puinhoop. En met de apen in gevangenschap werken er weinig mensen. Je hebt de mensen die symbolentaal doen bij apen, dat gaat nog door, al denk ik dat dat nu wel over zijn hoogtepunt heen is. En dan zijn er dus mensen zoals ik die sociale cognitie doen. Met mij gaat het goed hoor, maar het vakgebied als geheel is in de knel.

``Maar ik geloof dat het nergens op de wereld zo moeilijk is voor diergedragstudie als hier in Nederland. Wat is er van de Nederlandse ethologie overgebleven? Vroeger hadden we de beste ethologen ter wereld: Niko Tinbergen is de beroemdste, maar er waren er veel meer. Vrijwel alle leerlingen van Jan van Hooff zijn nu uit het land verdwenen, niet alleen ik. In Leiden is de ethologie een soort neuro-ethologie geworden, alleen in Groningen is er nog altijd een grote groep ecologie en ethologie. Dat is het dan. In Amerika heeft iedere universiteit nog wel een paar mensen die diergedrag doen. Maar het lijkt erop dat in Nederland de universiteiten alleen maar achter het grote geld aanhollen.''

Hoe ver gaan de overeenkomsten tussen mensaap en mens? In uw laatste boek schrijft u dat er nog maar een klein restje ruimte is voor de uniciteit van onze eigen soort: de symbolische cultuur. Maar er zijn toch enorme verschillen?

``Zoals?''

Nou ja, dat wij nu in een hotel zitten te praten en koffie te drinken bijvoorbeeld. Onze beheersing van de omgeving is toch wel wat groter dan bij de apen.

``Oh, zo. Ja, in de moderne maatschappij is het contrast groot. Wij zitten met onze mobiele telefoon in de auto en zij niet. Alhoewel. Er is een leuk verhaal over een dierentuin in Engeland waar een dierenverzorgster regelmatig telefoontjes kreeg van iemand die alleen maar zwaar zat te ademen. Een hijger, dacht ze. Totdat ze op de achtergrond ineens apen hoorde krijsen, háár apen! Een van de chimpansees had een voorgeprogrammeerde telefoon te pakken gekregen en drukte telkens op het knopje.

``Maar goed. Televisie, boeken, vliegtuigen, ja, als je dàt vergelijkt met het leven van de apen, zijn de verschillen groot. Maar je moet hen vergelijken met mensen die leven onder de meest primitieve omstandigheden, die die hele technische ontwikkeling niet hebben doorgemaakt. En dàn is het verschil ineens een stuk kleiner. Het verschil is dat die mensen een taal hebben, verhalen over hun historie en meestal ook wel een godsdienst, met alle symbolen erom heen. Dat is die symbolische cultuur die het enige verschil uitmaakt. En uit dat verschil is inmiddels veel voortgekomen, op die symbolische cultuur is alsmaar verder voortgebouwd. Maar de mens zelf is niet veranderd.

``Kijk, ik wil het verschil tussen ons en de aap niet minimaliseren door die verschillen te negeren. Maar ik vind dat onze levenwijzen en manieren van denken in elkaars verlengde liggen. Onze cultuur is een uitgroeisel van het soort cultuur dat je bij apen ziet. Het is niet totaal verschillend.

``Het enige gebied waar je een echt verschil zult vinden is taal. We kunnen mensapen wel symbooltaal leren, maar het is een heel proces, en ze komen er ook niet zo ver mee. Er wordt wel gezegd dat je met Koko de gorilla een discussie kunt hebben. Maar dat is niet echt een discussie hoor. In Atlanta hebben we Kanzi de bonobo. Ik ken hem vrij goed. Hij begrijpt vrij veel. Het is frappant hoeveel Engels hij begrijpt, ook complexe zinnen. Maar wat hij produceert met het aanwijzen op een symbolenbord is niet zo imposant. Je kunt zeggen: `haal de meloen uit ijskast'. Dan doet hij dat. Of: `doe de meloen in de ijskast'. Dan doet hij het ook. De vraag is wel of hij meer begrijpt dan alleen de begrippen meloen en ijskast. Controletesten of hij nu de hele zin begrijpt worden niet altijd uitgevoerd. Maar goed, het is al heel frappant.''

Welke vermogen gebruikt Kanzi dan? Wat doet een bonobo in het wild met die capaciteiten?

``Dat is de grote vraag. Bonobo's hebben een complexe communicatie en in feite had al die energie die is gaan zitten in het onderwijzen van symbooltaal beter kunnen worden besteed aan het onderzoeken wat die apen zelf aan normale communicatie doen. Dan waren we waarschijnlijk dichter bij het antwoord geweest.''

Kort samengevat hebben we ons hormonale systeem gemeenschappelijk met de andere mensapen, daarbovenop ligt een toefje symbolische cultuur. Maar wat is in onze dagelijkse praktijk het belangrijkst? Bij uzelf bijvoorbeeld?

``Ik verdien de kost met intellectuele bezigheden, met onderzoek en schrijven. Dat is natuurlijk wel een heel andere manier dan het kostverdienen bij apen in het wild. Die moeten gewoon het eten verzamelen. Dat is wel een groot verschil.''

Toch zijn er nog wel twijfels aan de nabijheid van het geestesleven van de mensapen. Uw collega Daniel Povinelli publiceerde onlangs nog een boek (Folks physics for apes) waarin hij betoogt dat chimpansees een heel andere opvatting van de fysieke werkelijkheid hebben dan wij. In zijn experimenten begrijpen ze bijvoorbeeld niet dat een slap werktuig niet geschikt is om iets naar zich toe te halen. Ook zouden ze geen besef hebben van het feit dat iemand anders een eigen geestesleven kan hebben.

``De meeste mensen die onderzoek doen aan werktuiggebruik denken daar anders over. Anderen hebben apen die wèl handig met materialen omgaan, en niet alleen chimps maar ook klauwaapjes (marmosets). Negatief bewijsmateriaal als van Povinelli kan eigenlijk niet bestaan. Ik kan bijvoorbeeld een experiment met iemand doen om te kijken of hij onder bepaalde omstandigheden liegt. En hij liegt dan niet. Daar kan ik toch niet uit concluderen dat die persoon niet kan liegen. Daarom wordt Povinelli ook niet zo veel geciteerd.

``In tegenstelling tot Povinelli geloof ik wel dat apen besef hebben van het feit dat een ander een eigen perspectief heeft, dat ze een theory of mind hebben. Want mensapen hebben wel allerlei dingen die er verband mee hebben, zoals empathie en bedrog. Ik ken Povinelli goed hoor, waarschijnlijk ga ik binnenkort samen met hem een aantal proeven herhalen. Misschien is hij te snel met zijn conclusies. Hij heeft bijvoorbeeld een experimentator zitten met een blinddoek voor en een koekje in zijn hand. Het gaat er dan om of een chimpansee bedelt bij die experimentator, terwijl die toch niks kan zien. Dat gebeurt dan en daaruit leidt Povinelli af dat ze geen besef hebben van wat een ander wel of niet kan zien. Maar als je chimpansees hebt die de hele dag voor van alles wat ze doen beloond worden, tja, iemand met een doek voor zijn kop, ach, die geeft misschien ook wel wat.

``Je kunt het ook anders doen. Mijn collega Bill Hopkins legde een vrucht, laten we zeggen een banaan, buiten het bereik van het dier dat in een kooi zit. Vervolgens komt er iemand langs, soms met de rug naar de aap toe, soms niet. Het bleek allemaal wèl uit te maken. Als je met de rug naar de aap staat, gaat de aap herrie schoppen terwijl hij dat niet doet als je naar hem kijkt. Ze houden wel rekening met het perspectief van een ander. Hopkins had zelfs een aap die niet alleen wéés naar het voer, met de hele hand zoals chimps dat doen, en maar vervolgens ook nog eens naar naar zijn mond wees. Nou ja, dat is toch wel heel geavanceerd. Terwijl ze volgens Povinelli überhaupt niet kunnen wijzen!''

Waarom is Povinelli zo koppig?

``Misschien is dat een manier om aandacht te krijgen. Want hij is dus wel de enige onderzoeker die zegt dat de apen allerlei vermogens helemaal niet hebben. Terwijl de hele trend is dat ze al die dingen wel hebben.''

Nu ja, die consensus kan natuurlijk wel leiden tot een gevaarlijke welwillendheid om bij de chimpansee allerlei geestesvermogens te gaan zien die er bij nader onderzoek misschien niet zijn.

``Precies, en het goede van Povinelli is dat zijn standpunt allerlei nader onderzoek stimuleert. Maar daar komt dan uit dat chimpansees wel degelijk rekening houden met het perspectief van een ander. Er zijn nu zelfs proeven met honden en geiten, die vergelijkbare capaciteiten aantonen. Dan heeft het debat zelfs helemaal omgekeerd. Die onderzoekers zeggen nu: de theory of mind is misschien wel helemáál niet zo speciaal, want als mijn geiten het al hebben!''

Denkt u dat de huidige chimpansee een goed model is voor de voorouders van de mens, zoals uw collega Richard Wrangham voorstelt in zijn boek `Demonic Males'? Hij wijt de gewelddadigheid van de huidige mensen- en chimpanseemannen aan de vergelijkbare sociale systemen.

``Wat mij niet bevalt is dat Wrangham de bonobo slechts terzijde noemt. Zijn idee is: menselijke mannen zijn agressief, chimpmannen ook, dus wij zijn van dezelfde lijn van agressieve wezens. Net als de meeste andere chimpanseewetenschappers gelooft Wrangham dat onze voorouder een chimpansee-achtig wezen was en dat dus al vijf miljoen jaar mannen op die manier oorlog voeren. Maar daar is helemaal geen bewijs voor! Die voorouders kunnen even goed bonobo-achtigen zijn geweest. Dat de bonobo's pas anderhalf miljoen jaar geleden zijn ontstaan uit chimpansees is pure speculatie. Het kan ook andersom zijn gegaan. Bonobo's leven in het soort gebied waar ook onze gemeenschappelijke voorouders leefden: een vochtig regenwoud. Terwijl chimpansees zich half hebben aangepast aan meer open gebieden, net als wij. Je kunt daarom óók volhouden dat de bonobo meer zal lijken op onze gezamenlijke voorouder want hij heeft nooit reden gehad om te veranderen. De centrale these dat we alle agressieve neigingen van de chimpansee hebben gaat eigenlijk niet veel verder dan die oude killer ape-ideeën uit de jaren zestig.''

Maar veel van het agressieve mannengedrag bij ons lijkt toch wel sterk op dat van chimpmannen?

``Het is geen ontkennen dat wij een heel agressieve soort zijn. De chimp is ook agressief, daar heeft Wrangham gelijk in. En het is ook duidelijk een mannenzaak. Heel veel van die dingen kloppen, maar er is toch veel meer aan de hand dan dat. We hebben de male bonding en de mannelijke dominantie van de chimpansee. Maar we hebben ook de onderlinge vrouwelijke verbondenheid en de sociale functie van seks van de bonobo die bij de chimpansee ontbreken. Wrangham is het product van een hele lange lijn van wat feministische primatologen noemen Macho-primatologie, met een sterke nadruk op mannen en hun dominantie en agressie. Jacht is ook heel belangrijk, dat heeft ons zover gebracht. Maar de bonobo past daar helemaal niet in. Zoals de Neanderthaler een probleem is voor veel antropologen, is de bonobo een probleem voor de macho-primatologen.''

De tekst van de NWO/Huygens-lezing door Frans de Waal is gratis aan te vragen bij NWO, per email (lezingen@nwo.nl) of telefonisch 070- 3440713. Zolang de voorraad strekt.

    • Hendrik Spiering