Wit damast en falafelballetjes

Meet and Dance Party van Mifgash, zondag 23 augustus 2002

Klokslag kwart voor tien verlaat de orthodoxe jood Menachem Vorst de Meet and Dance Party van feestorganisatie Mifgash, ergens in een buitenwijk van Amsterdam. Hij was hier om joodse mannen de gebedsriemen om te doen. Dat mag volgens joodse wetten totdat de schemering invalt. ,,Veel mannen of jongens hebben geen joodse opvoeding gehad'', zegt hij , ,,die probeer ik te helpen.'' Twee mannen kwamen aan het begin van de avond bij hem.

Terwijl Vorst het pad verlaat, zingt boven de dansvloer – op een groot scherm – een bekende Israëlische zangeres met blonde krullen. In het Hebreeuws zingt ze over haar hart van goud. Op de vloer draaien vrouwen in strakke broeken en met blote schouders hun handen boven het hoofd. Met zijn rug naar hen toe zit computerprogrammeur Isaac uit Londen, zijn hand om een leeg glas. Hij draagt een keppeltje. Zijn leeftijd wil hij niet vertellen. Hij lacht verlegen. Hij had op internet over dit feest gelezen en is er speciaal voor naar Amsterdam gekomen. Isaac wil graag een joodse vrouw ontmoeten. In Londen gaat hij wel eens naar een joodse barbecue, maar verder is er daar voor hem niet veel te doen. Born to be alive, zingen de dansende vrouwen achter hem.

,,Dit is de mooiste zaal van Amsterdam'', zegt organisator Jacques Tordjman. Een geboende dansvloer, wit damast en verse bloemen op de tafels, spiegels en roodfluwelen gordijnen langs de kant. Tordjman organiseert deze feesten om ,,joodse Israëliërs en joodse Nederlanders bij elkaar te laten komen op een feestelijke manier'', ,,om vrijgezellen elkaar te laten ontmoeten'' en ,,gewoon, om een gezellige avond te hebben''. Op de feesten, eens in de twee maanden, komen gemiddeld zo'n driehonderd mensen.

Isaac uit Londen is inmiddels gaan staan, zijn gezicht naar de dansvloer. ,,Weet je wat het is?'' schreeuwt bij de bar Dana Dekker over de muziek heen. ,,Ik woon hier nu twintig jaar. Ik was getrouwd met een Nederlandse man en had heel weinig Israëlische vrienden. Ik leefde helemaal in de Nederlandse cultuur. Maar op een gegeven moment ga je op zoek naar je wortels.'' Haar dochter zit nu op een joodse middelbare school. ,,Wij houden van gezelligheid'', zegt ze. ,,Jullie kunnen ook vreselijk gezellig zijn, hoor. Maar wij houden meer van uitgaan en dansen. En wij zijn veel opener. Wij zijn recht door zee. Wij kunnen niets binnenhouden. Wij vertellen meteen alles aan elkaar.''

Aan de kant van de dansvloer staat een Friezin met wit opgestoken haar en een biertje in haar hand. Ze is ogenschijnlijk de enige Nederlandse hier. Ze woont in Alkmaar en is getrouwd met een Israëlisch-joodse marktkoopman in modeaccessoires. ,,Het zijn moeilijke mensen hoor'', zegt ze. ,,Alles is altijd heel heftig en zo. Als ze praten lijkt het alsof ze ruzie hebben, terwijl je dan denkt: waar gaat het over?'' Haar man staat aan de andere kant van de vloer voor de stand met falafelballetjes. Hij is niet tevreden. ,,Negenennegentig procent hier zijn Israëlische joden. Maar niets doet hier denken aan Israël. Als ik naar een feestje van Tamils ga, dan zie je tenminste in de aankleding dat het een feestje van Tamils is. Hier is helemaal niets. Het gaat alleen om het geld. Ik ben al honderd euro kwijt.''

Isaac uit Londen staat nog steeds alleen aan de kant. Als hij het pand verlaat, passeert hij bij de deur twee kleine gedrongen mannen. Ze zijn van de Stichting Bij Leven en Welzijn, een particuliere organisatie voor de bescherming van joodse belangen. ,,Inderdaad is op Mifgash altijd beveiliging aanwezig'', stond op de uitnodiging.

    • Monique Snoeijen