Veiligheid vereist ook werkzame burgers

Politie, overheid én burgers moeten gezamenlijk initiatieven ontplooien om te komen tot een veiliger samenleving, meent Katinka Lünnemann.

De reactie op het doodschoppen van de Venlose student die langs scheurende jongens op brommertjes aansprak op hun gevaarlijke gedrag, is tweeërlei: de politie moet vaker ingrijpen en de mensen die eromheen staan moeten ertussen springen. Allebei is waar. Volgens de burgemeester van Venlo is er al sinds drie jaar een beleid om de snelscheurende brommertjes aan te pakken en moet dit worden beschouwd als een incident.

Het kan vergeleken worden met het verkeersveiligheidsbeleid. Als zich in een buurt een 30km-zone bevindt en de politie het rijgedrag controleert, kan het toch gebeuren dat een snelheidsmaniak een kind doodrijdt. Dat is afschuwelijk, maar het kan omdat er geen waterdichte garanties zijn.

De gebeurtenis in Venlo laat zien hoe belangrijk het is dat afstemming en samenwerking tussen drie lagen bestaat: 1. de politie (of de strafrechtsketen) met een repressieve en preventieve taak; 2. de overheid en maatschappelijke instellingen met een voorwaardenscheppende taak; 3. burgers met een verantwoordelijkheid voor een veilige en leefbare samenleving.

De veiligheid in een buurt is groter als er sprake is van een leefbare buurt. In een buurt waar weinig verloedering is, de sociale contacten goed zijn en mensen verantwoordelijkheid nemen voor de leefbaarheid in de buurt, is de kans om slachtoffer te worden van criminaliteit kleiner dan als aan deze aspecten niet wordt voldaan.

De overheid is, gezien ook zijn geweldsmonopolie, de eerstverantwoordelijke om criminaliteit te bestrijden. `Bezemteams' van de politie zijn soms nodig om de spiraal van geweld en verloedering in de buurt te doorbreken. Het gevaar van een te grote nadruk op repressief en preventief optreden door de politie is tweeërlei: door toenemende controle en toezicht door de overheid wordt steeds vaker een inbreuk gemaakt op vrijheidsrechten. Denk aan uitbreiding van de controlebevoegdheden van de politie, een algemene identificatieverplichting en preventief fouilleren. Overal camera's, hoge hekken om scholen en sportgebouwen en veel blauw op straat kan een beklemmend gevoel opleveren en het gevoel van vrijheid aantasten.

Bovendien houdt een sterke beschermende overheid het gevaar in zich dat burgers steeds afhankelijker worden van de overheid en minder creatief worden in het oplossen van conflicten. Een te grote nadruk op repressief optreden vergroot bovendien de kans op verharding in de maatschappij; het vergroot wij-zijgevoelens en segregatie van bevolkingsgroepen: de mogelijkheden in vrijheid te handelen wordt niet evenredig over de bevolkingsgroepen verdeeld.

Naast strafrechtelijk optreden is het belangrijk dat gouvernementele en maatschappelijke instellingen voorwaarden scheppen niet alleen door toezichthoudende en preventieve taken, maar ook door goede voorzieningen op het terrein van jongerenactiviteiten, buurtbeheer en conflictbeslechting – een integrale aanpak door probleemgericht te werken met als doel de sociale zelfredzaamheid van mensen te versterken.

Twee gevaren doemen hier op. Enerzijds kan vroegtijdig (preventief) ingrijpen op grond van risicobeheersing een vergaande inmenging in het leven van mensen met zich meebrengen, waarbij mensen op grond van groepskenmerken worden geselecteerd. Anderzijds bestaat het gevaar dat in situaties van onveiligheid niet wordt gehandeld door professionals omdat privacyregelgeving hier een belemmering voor is of als een belemmering wordt ervaren.

Ook burgers dragen verantwoordelijkheid voor hun eigen en andermans veiligheid, niet alleen door een oogje in het zeil te houden en 's nachts te reageren op geluiden die wijzen op inbraak, vernieling of verkrachting, maar ook door gezamenlijke initiatieven, zoals het project Veilig Honk – een veilige fietsroute voor scholieren in het buitengebied doordat er `veilige honken' (bewoners) zijn in geval van een lekke band, lastige jongeren of bedreigende situaties. Het gevaar van burgerinitiatieven is dat veiligheid wordt gezocht door het buitensluiten van onbekenden, bijvoorbeeld door het omheinen van de woning, waakhonden, alarminstallaties en camera's. Op die manier trekken mensen zich terug in eigen huis of kleine gemeenschap. De straten worden steeds leger en de contacten anoniemer, waardoor de kans op onveiligheid toeneemt.

Burgerinitiatief kan ertoe leiden dat vooral de sterksten in de samenleving hun eigen veiligheid kunnen organiseren (met geld of fysiek) en conflicten buiten de rechtsorde om via eigenrichting worden opgelost (bijvoorbeeld vormen van geweldgebruik om conflicten te beslechten, zoals de afrekeningen in het criminele circuit). Daarom is het belangrijk dat burgers niet los komen te staan van de overheid maar in relatie tot de overheid hun eigen verantwoordelijkheid nemen voor veiligheid.

Verkeersdoden en geweldsslachtoffers zijn niet uit te bannen, maar we kunnen als samenleving wel meer maatregelen en initiatieven nemen om de veiligheid te vergroten.

Katinka Lünnemann is senior-onderzoeker en coördinator van het programma Persoonlijke en sociale veiligheid van het Verwey-Jonker instituut. Dit artikel is een bewerking van het essay Schaarste en veiligheid, geschreven in opdracht van het RMO ten behoeve van een adviesaanvraag van het kabinet over schaarste.