Tweede dreunen voor Monti binnen één week

Het had slechter kunnen aflopen voor Mario Monti. Zeker, het Europese Hof van Eerste Aanleg heeft de Europese fusiewaakhond voor de tweede keer deze week terechtgewezen, door het verbod van de overname van verpakkingsconcern Sidel door branchegenoot Tetra Laval ongedaan te maken. Daardoor heeft Monti's speciale eenheid voor het toezicht op fusies en overnames nu drie klappen opgelopen.

Maar het Hof gaf Monti ook een glimpje hoop. Het hield het recht van de Commissie overeind om de `conglomeraatseffecten' te onderzoeken, die het gevolg kunnen zijn van fusies. Op grond van deze theorie proberen toezichthouders vast te stellen of het overwicht van een bedrijf op één markt ertoe leidt dat dat bedrijf ook andere markten kan domineren. Hoe gaat dat precies in zijn werk?

Laten we de meest recente zaak eens nader beschouwen. Sidel maakt machines voor de productie van plastic flessen. Tetra Laval is marktleider op het gebied van kartonnen verpakkingen. Deze twee activiteiten overlappen elkaar niet. Maar Monti's betoog luidde dat nu de markt voor plastic verpakkingen zich gestaag ontwikkelt, Tetra zijn positie zou kunnen misbruiken om zijn klanten ertoe aan te zetten de machines van Sidel te kopen als ze op plastic verpakkingen overstappen.

Het zogeheten `portefeuille-effect' van een gefuseerd Sidel/Tetra Laval vormde dus de kern van de zaak. Dat was ook de reden waarom de Europese Commissie het bod van General Electric op Honeywell verbood. Het Hof meende dat de Commissie het recht had dit principe toe te passen bij de door haar ingestelde onderzoeken.

Het probleem is dat Monti zijn zaak niet overtuigend heeft weten te presenteren. Hij kwam met onvoldoende bewijzen dat Tetra zijn uitgebreide portefeuille voor dit doel zou willen misbruiken. Bovendien slaagde hij er niet in het Hof ervan te overtuigen dat de afnemers van machines voor de productie van kartonnen verpakkingen inderdaad zouden overstappen op plastic. Omdat de uitspraak in de zaak-Sidel volgde op een versnelde procedure, kunnen partijen nog steeds proberen de overeenkomst rond te krijgen.

Het inhuren van vooraanstaande economen zal de geloofwaardigheid van Monti's speciale eenheid niet meer kunnen herstellen. Het Europese fusie-onderzoek heeft behoefte aan onpartijdigheid. Misschien moet zelfs een systeem worden overwogen dat lijkt op het Amerikaanse model. In Amerika is de bewijslast voor de Federal Trade Commission zwaarder, omdat zij haar zaken altijd aan de rechter moet voorleggen. Daar is de theorie van het `portefeuille-effect' niet in zwang. Als Monti gedwongen wordt evenwichtiger te opereren, trekt hij wellicht dezelfde conclusie.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.