Twee netten

FRACTIELEIDER ZALM VAN DE VVD wil de publieke omroep terugbrengen van drie naar twee televisienetten, door het schrappen van spelletjes en tekenfilms. Hij koos voor deze boodschap de talkshow Het elfde uur, en dat is niet zonder symboliek. Zalm heeft de 200 miljoen euro die het inleveren van een publiek net moet opleveren hard nodig voor zijn plotselinge ommezwaai op het gebied van het spaarloon. Het gaat echter om meer dan politiek opportunisme in een benard begrotingsklimaat. De publieke omroep is een groot goed, maar er is alle aanleiding het bestel en zijn kerntaken grondig tegen het licht te houden.

Kern van die taken is dingen te bieden waarin de markt niet voorziet. De stelling dat het publieke bestel ruim bemeten dient te zijn om een breed publiek te binden met behulp van een sandwichformule, waarbij de serieuze boodschap wordt verpakt in vermaak, heeft aan geloofwaardigheid verloren in het tijdperk van de afstandsbediening en het zappen. Een geconcentreerde formule op twee netten is ook in vergelijking met andere landen helemaal niet zo vreemd.

Bestuurlijk is het publieke bestel met zijn ,,identiteitsgebonden'' omroepverenigingen een laatste reservaat van de verzuiling - een tijdperk dat in de samenleving die de omroep moet bedienen is afgesloten. Steeds minder te negeren is ook de vraag of de staatssteun voor het publieke bestel niet leidt tot oneigenlijke concurrentie. Dat gold al voor de omroepgidsen. Deze vormen op zichzelf een voor de hand liggende vorm van service aan de kijker/luisteraar.

Minder fraai is de manier waarop het bestel jarenlang reguliere uitgevers buitenspel heeft gezet door monopolisering van de programmagegevens. Hoewel deze praktijk in ronde bewoordingen is afgekeurd door de mededingingsautoriteit, is er nog steeds geen eind aan gekomen. De publieke omroep heeft zich ook gestort op het ontwikkelen van internetsites. Alweer: logisch in een multimediamaatschappij. Maar dat rechtvaardigt nog niet speciale staatssteun om de omroep een voorsprong te bezorgen op andere aanbieders.

In naam van de pluriformiteit houdt de publieke omroep beschermingsconstructies in stand die de toets der kritiek niet kunnen doorstaan.