Tandaanval

Ontstekingen aan de tanden en het tandvlees (parodontitis) verhogen waarschijnlijk de kans op hartziekten. Deze week promoveerde Amsterdamse tandarts S.J. Fokkema op een onderzoek dat dit vermoeden versterkt.

Fokkema mat in bloedmonsters van parodontitispatiënten de activiteit van het afweersysteem. Zeker één ontstekingsstimulerende factor komt bij hen verhoogd in het bloed voor. Deze factor MCP-1 wordt ook geproduceerd door de cellen van de bloedvaatwanden. En een hoog gehalte bevordert (bij proefdieren) de aderverkalking. Daarom is het niet ondenkbaar dat mondontstekingen van tandvlees en kaakbot bijdragen aan de versnelde vorming van aderverkalking.

De activiteit van de witte bloedcellen van het afweersysteem van parodontitispatiënten die niet aan andere ziekten lijden, wijkt af van mensen zonder de gebitsziekte, vond Fokkema. Na uitgebreide tandheelkundige behandeling tegen parodontitis bleek het bloedbeeld van de ex-patiënten weer naar normale waarden terug te keren. Kennelijk is het zo dat bepaalde ontstekingsstoffen uit de mond van de parodontitis patiënt in het bloed terechtkomen.

Andere onderzoekers hebben parodontitis al eerder in verband gebracht met aderverkalking en het ontstaan van hart- en vaatziekten. Hoewel bij deze ziekten andere risicofactoren zoals een hoog cholesterolgehalte, stress en roken, onomstotelijk een belangrijke rol spelen, kunnen de afweerstoffen die bij de mondontsteking ontstaan eveneens een oorzakelijke factor zijn.

Hoewel Fokkema er geen oplossing voor biedt, kan de aantasting van het afweersysteem er waarschijnlijk wel de oorzaak van zijn dat sommige niet-rokende parodontitispatiënten – voor stevige rokers zijn parodontitisbehandelingen minder zinvol – ondanks hun perfecte mondhygiëne en de inspanningen van hun tandarts en mondhygiënist, maar niet beter worden.

Parodontitis is een oud en berucht tandheelkundig probleem. In 1910 beschrijft een zekere Da Costa in het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde dat er een remedie was voor de ziekte Pyorrhoea Alveolaris. Hij merkt op: ``Tanden die zoo los staan, dat zij door tong of vinger tot een halve centimeter binnen- of buitenwaarts uit de tandenrij bewogen kunnen worden, welke ge op `t eerste gezicht reeds lang voor extractie waandet, zult ge na de behandeling even vast en hecht zien worden als hunne meer gefortuneerde broeders.'' De gesuggereerde behandeling hield in dat de patiënt uitstekende mondhygiëne moest worden geleerd en dat de tandarts zeer zorgvuldig het aanwezige tandsteen diende te verwijderen.

De parodontitis die Da Costa beschreef is ook nu nog een ernstige ontsteking van het tandvlees en kaakbot, waaraan zo'n 10-15% van de bevolking lijdt. In feite was zijn therapie er toen al op gericht de hoeveelheid bacteriën op de tandoppervlakten en in de ruimten tussen kaakbot en tandvlees (de pockets) te verminderen. Verder weten wij dat da Costa's remedie noodzakelijk is om de ziekte te bestrijden. Maar dat het te eenvoudig is te stellen dat patiënten met een dergelijke aandoening op zo'n manier genezen.

Gedegen onderzoek heeft inmiddels laten zien dat het ontstekingsproces in het steunweefsel om onze tanden en kiezen in gang wordt gezet, en wordt onderhouden door mondbacteriën die zich aan tandoppervlakten hechten. Opvallend is dat de aanwezigheid van deze micro-organismen, de zogenaamde paro-pathogenen, niet betekent dat iemand de ziekte krijgt. De bacteriën komen namelijk ook voor in monden van mensen die geen parodontitis hebben. Daaruit ontstond de gedachte dat de afweerreactie van de patiënt tegen deze bacterieaanval wel eens cruciaal zou kunnen zijn.