`Super Mario' even in Brussel geen vedette meer

Twee fusieverboden van hem in één week teruggedraaid. Het was zwaar voor Eurocommissaris Monti. Met diens argumenten veegde het Europese Hof de vloer aan. Strijdlustig: ,,Ik laat mijn werk niet wegwassen.''

De Italiaan Mario Monti wordt beschouwd als de machtigste Eurocommissaris. Hij legt miljoenenboetes op aan kartels, verbiedt grote bedrijfsfusies en maakt korte metten met ongeoorloofde staatssteun. Maar nu is hij even geen `Super Mario' meer – zijn aan wielervedette Cippolini ontleende bijnaam in Brussel. Hij moest gisteren erkennen dat het een ,,zware week'' was geweest voor zijn staf ,,en voor mij persoonlijk''.

Het Hof in Luxemburg had nooit een fusieverbod van de Europese Commissie ongedaan gemaakt. Tot juni, voor het eerst. Met een fusieverbod in de Britse reissector. Deze week werd Monti nog twee keer terechtgewezen: in de fusiezaken Schneider Electric/Legrand en Tetra Laval/Sidel. Volgens het Hof in Eerste Aanleg zitten de economische analyses van Monti's staf vol met ,,fouten, omissies en contradicties''. Zo'n oordeel komt bij een ex-hoogleraar economie hard aan. Hij kon gisteren weinig anders dan de schade proberen te beperken.

Toch toonde Monti (59) zich ook strijdlustig. ,,Ik laat het werk van meer dan tien jaar niet wegwassen'', zei hij. De Europese Commissie behandelde ruim 2.100 fusies sinds zij hiervoor een decennium geleden bevoegd werd. Precies achttien keer volgde een verbod.

Volgens beleidsmedewerker Erik Berggren van de Europese werkgeversorganisatie UNICE heeft Monti zich de kritiek meer aangetrokken dan hij wil toegeven. Vorig jaar lanceerde Monti met z'n `groenboek' een reeks consultaties. Toen vond hij het permanente expert-panel, dat hij nu heeft aangekondigd, als `waakhond' voor zijn eigen staf niet nodig. UNICE had het gebrek aan interne checks and balances bij Monti's directoraat – volgens sommigen tegelijk jury en rechter – juist scherp bekritiseerd. ,,Dit is dus een mooie stap'', aldus Berggren. Ook advocaat Winfred Knibbeler van Freshfields Bruckhaus Deringer, dat grote Europese mededingszaken doet, vindt het expertpanel een verbetering. Hij wijst op een experiment bij de fusiezaak P&O/Carnival in de cruise-sector, toen het panel een negatief oordeel van Monti's staf terugdraaide.

,,Met meer economen alleen, redt je het niet'', zegt Knibbeler over Monti's plan zijn staf uit te breiden. Hij vindt dat Monti's economen ,,niet genoeg realiteitszin'' hebben en te snel constateren dat een fusie tot een dominante marktpositie leidt, waarbij wordt gespeculeerd op marktsituaties die zich pas enkele jaren later kunnen voordoen. Zo wijst het Hof als ,,onbewezen'' de stelling af dat Tetra Laval zijn machtspositie in kartonverpakkingen via de fusie met Sidel als `hefboom' kan gebruiken om dominant te worden in de markten voor verpakkingsmachines en PET-flessen. Bij het verbod van de Amerikaanse fusie General Electric/Honeywell volgde Monti een zelfde redenering, wat in Washington boosheid uitlokte. Het Hof wijst de `hefboomtheorie' tot Monti's genoegen overigens niet geheel af. Daardoor blijven de mogelijke gevolgen voor prominente zaken als het Microsoft-onderzoek en GE/Honeywell onduidelijk.

De uitspraken van het Hof leiden volgens deskundigen tot verdere convergentie van de wijze waarop in de EU en de VS fusies worden beoordeeld. De nieuwe gedetailleerde aanpak van het Hof maakt volgens advocaat Knibbeler duidelijk dat Monti's staf in de toekomst veel overtuigender moet aantonen dat fusies tot marktdominantie leiden. Dit is nu al het geval in de VS, waar fusies vooraf door de rechter worden getoetst. Hierdoor zou bij fusies ook in Europa een betere afweging kunnen ontstaan tussen efficiencywinst bij en negatieve mededingingseffecten. Een pleidooi dat ook in veel lidstaten wordt gehoord. Zo zouden beter sterke `spelers' kunnen ontstaan. Dit is het debat over een nieuw industriebeleid dat Eurocommissaris Erkki Liikanen (Bedrijven) dit voorjaar probeerde aan te zwengelen in zijn `Competiveness Report 2002' met een analyse van de relatie tussen mededingings- en bedrijvenbeleid.

Karel van Miert, die als voorganger van Monti een stevige reputatie opbouwde, waarschuwt voor al te voorbarige conclusies uit de uitspraken van het Luxemburgse Hof. Hij wijst erop dat in de VS het efficiency-argument minder vaak de overhand heeft dan wel wordt gesuggereerd. ,,Monti's Amerikaanse collega moest onder druk van het Congres opstappen, omdat hij bij fusies te flexibel was'', onderstreept Van Miert. Hij voegt eraan toe: ,,De helft van de fusies levert niet op wat is voorspeld en een kwart blijft onder de verwachting.'' Van Miert verwijt het Hof te ,,polemiseren'' met de Europese Commissie. Hij vindt de analyse door het Hof van de verboden fusiedossiers ,,speculatief''.

De Belg neemt zijn opvolger dan ook nadrukkelijk in bescherming. Volgens hem is de analyse van fusiedossiers nu ,,veel moeilijker'' dan in zijn periode: ,,Dat komt doordat er nu veel meer geconsolideerde bedrijfssectoren zijn met slechts een paar spelers.'' Bovendien is het aantal fusies het afgelopen decennium sterk toegenomen, waardoor de Commissie-ambtenaren onder grote druk staan. ,,Toen ik in 1993 begon waren er zestig fusies aangemeld, in 1999 waren het er al meer dan driehonderd.''

    • Hans Buddingh'